Muziek als lokmiddel

Veertig jaar geleden werd het volgens velen belangrijkste popfestival ooit gehouden op een weiland in upstate New York. Wat is er na Woodstock veranderd?

Augustus 1969: bezoekers van het Woodstock-festival in Bethel, New York, op het dak van hun Volkswagenbusje Foto AP FILE - In this Aug. 1969 file photo, concert-goers sit on the roof of a Volkswagen bus at the Woodstock Music and Arts Fair at Bethel, N.Y. (AP Photo) AP

Op de valreep vond Michael Lang de perfecte locatie voor zijn muziekfestival. De organisator van de Woodstock Music & Art Fair, die al over een paar weken moest worden gehouden, liet zich rondrijden in de staat New York en trof een schitterend natuurlijk amfitheater in de landerijen bij het plaatsje Bethel, een kleine 150 kilometer ten noordwesten van New York City. Een deal met de eigenaar van het terrein was snel gemaakt. Melkveehouder Max Yasgur berekende een schadevergoeding voor de alfalfa-oogst die hij niet meer binnen kon halen, en bedong dat zijn koeien tot vlak voor aanvang van het festival konden blijven grazen. Voor 50.000 dollar kreeg Michael Lang de beschikking over het terrein, plus de omliggende velden voor parkeer- en kampeergelegenheid.

Toen de locatie eenmaal vaststond, begon de organisatie van het festival der festivals pas echt. De datum stond vast op het weekend van 15 augustus 1969 en er waren al 60.000 kaartjes verkocht, met als lokkers de optredens van Janis Joplin, The Who, Jefferson Airplane en hoofdact Jimi Hendrix. Er moest een podium gebouwd worden, plus torens voor de geluidsinstallatie. Er moest een verkeersplan komen en voorzieningen om de verwachte 100.000 à 200.000 bezoekers (een conservatieve schatting, naar later bleek) aan eten, drinken en sanitair te helpen. Er moesten honderden vrijwilligers geworven worden, beveiligingsmensen en ondersteunend personeel. Omwonenden moesten worden gerustgesteld; er liep al een rechtszaak van inwoners van Bethel die chaos, vernieling en overlast verwachtten. Er moest een hek om het festivalterrein komen, en er zouden tolhuisjes uit New York verscheept worden om toegangsbewijzen te controleren.

Als pionier in het opzetten van een grootschalig popfestival kwam de organisatie van Woodstock voor problemen te staan die nu niet meer spelen bij zo’n megaproductie. Lowlands bijvoorbeeld heeft al jaren de beschikking over het vaste festivalterrein bij Biddinghuizen met een eigen infrastructuur, drainage, verharde voetpaden en een betrouwbaar netwerk van medewerkers, vrijwilligers en cateraars. Het noodweer dat op Woodstock enorme complicaties opleverde in de vorm van elektrocutiegevaar voor artiesten, uitlopende tijdschema’s en de gigantische modderpoel waarin het terrein veranderde, zou op Lowlands geen onoverkomelijke ellende meer opleveren. De meeste optredens vinden plaats in tenten; het veld wordt bij nattigheid met houtsnippers bedekt en voor alle artiesten zijn er – anders dan op Woodstock – droge kleedruimtes.

Is de huidige popfestivalpraktijk

behalve veiliger misschien ook saaier geworden? Lowlands hield de spanning erin door het programma pas bekend te maken nadat het festival volledig was uitverkocht. Inclusief het comedy-, theater- en danceprogramma staan er in het weekend van 21 augustus meer dan 200 acts op de diverse podia, tegen de 34 groepen en solisten die het volledige affiche van Woodstock uitmaakten. Daar was dan ook maar één groot podium, met een ingenieus ontworpen draaischijf die roadies van de bands in staat stelde de apparatuur op te stellen terwijl op de andere helft van het beweegbare plateau een optreden bezig was. Wie er speelden, was tot het laatste moment onzeker. Michael Lang had zijn uiterste best gedaan om Bob Dylan te interesseren voor het festival. Er werd zelfs gefluisterd dat The Beatles voor deze bijzondere gelegenheid eenmalig bij elkaar zouden komen; een onwaarschijnlijk scenario omdat John Lennon wegens visumproblemen de VS niet in mocht.

Dylan en The Beatles kwamen niet. Wel bracht Woodstock verrassingsoptreden van Melanie en John Sebastian, artiesten die toevallig aanwezig waren. Ze werden op slag beroemd toen hun muziek prominent in de film kwam die van het festival gemaakt werd. Santana, Joe Cocker en Ten Years After braken eveneens wereldwijd door dankzij hun spectaculaire aandeel in de documentaire. Daarin werd met destijds revolutionaire splitscreens getoond hoe bijna een half miljoen Amerikaanse babyboomers hun weg vonden naar het bemodderde boerenland voor een weekend van peace, love and music. Woodstock werd een mijlpaal van de opbloeiende jongerencultuur. In kranten werd het festivalterrein bestempeld tot rampgebied, maar het massa-evenement verliep zonder noemenswaardige incidenten, gezondheidsrisico’s of aanvaringen met het gezag. Agenten buiten dienst waren ingehuurd om in spijkerbroek de orde te handhaven; een politiecommissaris uit de streek sprak na afloop zijn waardering uit voor de vredige sfeer die het hippievolk had weten te bewaren.

De babyboomgeneratie die een kapitaalkrachtige groep in de Amerikaanse economie en machtsstructuur zou gaan vormen, verkoos Woodstock tot het vlaggeschip van hun vrijheidsdenken. Het was letterlijk een free festival, nadat de organisatie al voor aanvang had besloten dat kaartcontrole onmogelijk was. Het terrein werd door honderdduizenden bestormd, al voordat er hekken waren opgetrokken. Bij de première van de Woodstockfilm een jaar later waren er schermutselingen bij de kassa’s, omdat veel van de toegestroomde muziekliefhebbers vonden dat de filmindustrie niet het recht had om winst te maken op muziek die de jongere generatie toebehoorde. Later werd dat conflict ruimschoots in het voordeel van de entertainmentindustrie beslecht. Film en soundtrack werden bestsellers en ‘Woodstock’ groeide uit tot een merknaam die telkens goed blijkt voor een lucratieve golf van nostalgie.

Het veertigjarig jubileum is aanleiding

voor een winkelmandje vol luxeproducten, die de geschiedenis en het verloop van het festival tot op de bodem documenteren. Organisator Michael Lang publiceert zijn memoires in The Road To Woodstock, een aardige oral history met commentaar van muzikanten en andere betrokkenen. Het koffietafelboek Woodstock: Three Days That Rocked The World plaatst het festival in een historische context, van de Vietnamoorlog die Country Joe McDonald inspiratie bracht voor zijn protestlied I-feel-like-I’m-fixin’-to-die tot de gewelddadige verstoring van de hippiedroom op het festival van Altamont in december 1969. De Rolling Stones, die de Hell’s Angels hadden uitgenodigd als ordedienst, moesten vleugellam toezien hoe hun concert ontaardde in een moordpartij.

Three Days That Rocked The World brengt een volledige tijdlijn van het verloop van het festival, waarbij opvalt hoe het schema in de war werd gegooid door de barre weersomstandigheden. Janis Joplin betrad het podium pas om half drie zaterdagnacht. Hoofdact Jimi Hendrix die zondagavond had moeten spelen, begon zijn legendarische concert waarin hij het Amerikaanse volkslied The Star Spangled Banner aan flarden speelde, pas om half negen maandagochtend voor de 40.000 festivalbezoekers die nog niet op weg naar huis waren.

Filmmaker Michael Wadleigh bracht al enkele jaren geleden een director’s cut van zijn grensverleggende documentaire uit, nog altijd een van de indrukwekkendste muziekfilms ooit. Een overdadige Ultimate Collector’s Edition voegt daar een interview met de maker aan toe, die heldenverhalen opdist over de loodzware camera die hij zelf aan de rand van het podium hanteerde. Twee uur niet eerder uitgebracht concertmateriaal bevatten smakelijke kliekjes, zoals 38 minuten Dark star van The Grateful Dead en een apestonede Carlos Santana met een betrekkelijk coherent Evil ways.

Een nog grotere schatkist gaat open op de box met 6 cd’s Woodstock 40: Three Days of Peace & Music met 36 nooit eerder uitgebrachte tracks van onder anderen The Who, Mountain en Country Joe & The Fish. Belangrijke vondsten zijn de opnamen van singer/songwriters Bert Sommer en Tim Hardin. Evenmin als de hier voor het eerst geopenbaarde bijdragen van de groepen Sweetwater, Quill en Blood, Sweat & Tears kwamen ze voor op de oorspronkelijke soundtrack, omdat ze te onbelangrijk werden gevonden of omdat hun managers het indertijd tegenhielden. Vooral de zachtmoedige Bert Sommer met zijn machtige stem werd daarmee onrecht aangedaan, want deze in de vergetelheid geraakte zanger verdiende het om ambassadeur van het vrijgevochten Woodstockgevoel te worden.

Wie bijna 200 euro heeft neergeteld voor deze nieuwe worp aan materiaal, zou bijna vergeten dat Woodstock symbool staat voor een fase in de pophistorie waarin bevlogenheid, inspiratie en improvisatie hoogtij vierden. Gitarist Alvin Lee van Ten Years After betoonde eer aan rockhelden Jerry Lee Lewis en Elvis Presley in zijn tour de force I’m going home, maar brak op hetzelfde moment door de geluidsbarrière met zijn razendsnelle gitaarspel. Sly & The Family Stone brachten hun opzwepende funkgevoel naar een groot blank publiek en Jimi Hendrix bewees dat instrumentalle muziek als oorlogsprotest kon fungeren. Waar dienden de bominslagen en helikoptergeluiden in Star Spangled Banner anders voor? Woodstock stond als verzamelplek van grensverleggende muziek voor de hoop en verwachtingen van de hippiegeneratie. „Dit is de eerste plek in Amerika waar ik als aanhanger van de tegencultuur niet bang hoef te zijn om geslagen of gearresteerd te worden”, zei Country Joe McDonald over de vrijheid die hij op Woodstock had ervaren.

Hoe zit dat op Lowlands?

Je zakt er minder snel in de blubber en het zal niet meevallen om er betrouwbare lsd of paddo’s te vinden. Politiek is netjes ondergebracht in het programmaonderdeel Coolpolitics en met statiegeld op de plastic bekertjes is geregeld dat we aan het milieu denken. Engagement zit tegenwoordig in kleinere hoekjes.

Wie weten wil wat er op Lowlands gebeurt, hoeft niet maandenlang op een bioscoopfilm te wachten maar kan al tijdens het festival terecht bij weblogs, twitter of radio en tv. De kans dat een van de vele acts op het festival zoveel indruk maakt dat een jarenlange reputatie gevestigd wordt, is danig geslonken. Joe Cocker hoefde With a little help from my friends maar in te zetten en iedereen in Bethel wist: dit lied gaat over ons allemaal. Op Lowlands is er keus uit dertig verschillende muziekgenres; voor elk wat wils.

Is de festivalcultuur consumptiever geworden? Neil Young zag het in 1969 al aankomen: „Woodstock liet marketingmensen zien dat je jongeren als een consumentengroep kon isoleren. Ze gebruikten de muziek als lokmiddel. Vanaf dat moment werd rock-’n-roll in commercials gebruikt. Popmuziek hoort niet op tv of in de bioscoop. De eerste cameraman die bij me in de buurt komt, krijgt een tik met mijn gitaarhals.”

Peace & music, het was een mooi streven.

Mike Evans en Paul Kingsbury (red.) Woodstock: Three Days That Rocked the World, sterling, 288 blz, € 30,99Michael Lang en Holly George-Warren, The Road To Woodstock, Ecco, 304 blz, € 17,90 Woodstock: 3 Days Of Peace And Music, 3dvd, Warner, € 55,99Woodstock 40: 3 Days Of Peace & Music, 6cd, Warner, € 74,99