Met een half miljoen op een modderveld

Veertig jaar geleden werd in een weiland het popfestival Woodstock gehouden.

Wat is er sindsdien veranderd in de praktijk van muziekfestivals?

Het Woodstock Festival trok veertig jaar geleden bijna een half miljoen mensen. (Foto's Magnum)
(Foto Magnum)
©Elliot Landy / Magnum

Op de valreep, een paar weken voor het festival moest worden gehouden, vond Michael Lang de perfecte locatie voor zijn muziekfestival. De organisator van de Woodstock Music & Art Fair liet zich rondrijden in de staat New York en vond een schitterend natuurlijk amfitheater in de landerijen bij het plaatsje Bethel, ten noordwesten van New York City.

Toen begon de organisatie van het festival der festivals pas echt. Het festival stond gepland voor het weekend van 15 augustus 1969 en er waren al 60.000 kaartjes verkocht, met als lokkers Janis Joplin, The Who, Jefferson Airplane en hoofdact Jimi Hendrix. Er moesten een podium en torens voor de geluidsinstallatie worden gebouwd. Er moest een verkeersplan komen, voorzieningen voor eten, drinken en sanitair voor de verwachte 100.000 à 200.000 bezoekers (een conservatieve schatting, naar later bleek). Er moesten honderden vrijwilligers komen, en beveiligingsmedewerkers en ander personeel. Omwonenden moesten gerustgesteld; er liep al een rechtszaak van inwoners van Bethel die chaos en vernielingen vreesden. Er zouden tolhuisjes uit New York komen om te gebruiken bij de toegangscontrole.

Als pionier in het opzetten van een grootschalig popfestival kwam de organisatie van Woodstock te staan voor problemen die nu niet spelen bij een megaproductie. Lowlands bijvoorbeeld heeft al jaren de beschikking over het vaste festivalterrein bij Biddinghuizen, met een eigen infrastructuur, drainage, verharde voetpaden en een betrouwbaar netwerk van medewerkers. Het noodweer dat op Woodstock enorme complicaties opleverde, in de vorm van elektrocutiegevaar voor artiesten, uitlopende tijdschema’s en de gigantische modderpoel waarin het terrein veranderde, zou op Lowlands geen onoverkomelijke ellende meer opleveren. De meeste optredens vinden plaats in tenten; het veld wordt bij nattigheid met houtsnippers bedekt.

Is de huidige popfestivalpraktijk behalve veiliger misschien ook saaier geworden? Lowlands hield de spanning erin door het programma pas bekend te maken nadat het festival volledig was uitverkocht. Inclusief het comedy-, theater- en danceprogramma staan in het weekend van 21 augustus meer dan 200 acts op de diverse podia, tegen de 34 groepen en solisten die op Woodstock optraden. Daar was dan ook maar één groot podium. Wie er zouden spelen, was tot het laatste moment onzeker. Michael Lang had zijn uiterste best gedaan om Bob Dylan te interesseren. Er werd zelfs gefluisterd dat The Beatles eenmalig bij elkaar zouden komen.

Dylan en The Beatles kwamen niet. Wel bracht Woodstock verrassingsoptredens van Melanie en John Sebastian, artiesten die toevallig aanwezig waren. Ze werden op slag beroemd toen hun muziek prominent in de film kwam die van het festival gemaakt werd. Daarin werd met destijds revolutionaire splitscreens getoond hoe bijna vijfhonderdduizend Amerikaanse babyboomers hun weg vonden naar het bemodderde boerenland voor een weekend peace, love and music. Woodstock werd een mijlpaal van de opbloeiende jongerencultuur.

De babyboomgeneratie die een kapitaalkrachtige groep in de Amerikaanse economie en machtsstructuur zou gaan vormen, koos Woodstock tot het vlaggeschip van hun vrijheidsdenken. Het was letterlijk een free festival, nadat de organisatie voor aanvang had besloten dat kaartcontrole onmogelijk was. Het terrein werd door honderdduizenden mensen bestormd, al voordat er hekken waren opgetrokken.

Het veertigjarig jubileum is aanleiding voor een mand vol luxeproducten die de geschiedenis en het verloop van het festival tot op de bodem documenteren. Organisator Michael Lang publiceert zijn memoires in The Road To Woodstock, een aardige oral history met commentaar van muzikanten en andere betrokkenen.

Het koffietafelboek Woodstock: Three Days That Rocked The World plaatst het festival in een historische context. Het brengt een volledig overzicht van het verloop van het festival, waarbij opvalt hoe het schema in de war werd gegooid door de barre weersomstandigheden. Janis Joplin betrad het podium pas om half drie zaterdagnacht. En hoofdact Jimi Hendrix had zondagavond moeten optreden, maar hij begon pas om half negen maandagochtend, voor 40.000 festivalbezoekers die nog niet op weg naar huis waren, aan het legendarische concert waarin hij het Amerikaanse volkslied The Star Spangled Banner aan flarden speelde.

Filmmaker Michael Wadleigh bracht al enkele jaren geleden een director’s cut van zijn grensverleggende documentaire uit, nog altijd een van de indrukwekkendste muziekfilms die zijn gemaakt. Een overdadige Ultimate Collector’s Edition voegt daar een interview met de maker aan toe, die heldenverhalen opdist over de loodzware camera die hij zelf aan de rand van het podium hanteerde.

Een nog grotere schatkist is de box met 6 cd’s Woodstock 40: Three Days of Peace & Music met 36 nooit eerder uitgebrachte tracks van onder andere The Who, Mountain en Country Joe & The Fish.

Wie bijna 200 euro heeft neergeteld voor dit nieuwe materiaal, zou bijna vergeten dat Woodstock symbool staat voor een fase in de pophistorie waarin bevlogenheid, inspiratie en improvisatie hoogtij vierden. Gitarist Alvin Lee van Ten Years After brak door de geluidsbarrière met zijn razendsnelle gitaarspel. Jimi Hendrix bewees dat instrumentale muziek als oorlogsprotest kon fungeren. Woodstock stond als verzamelplek van grensverleggende muziek voor de hoop en verwachtingen van de hippiegeneratie.

Hoe zit dat op Lowlands? Het zal niet meevallen om er betrouwbare lsd of paddo’s te vinden. Politiek is netjes ondergebracht in programmaonderdeel Coolpolitics en met statiegeld op de plastic bekertjes is geregeld dat we aan het milieu denken. Engagement zit in kleinere hoekjes. De kans dat een van de acts op Lowlands zoveel indruk maakt dat een jarenlange reputatie gevestigd wordt, is danig geslonken. Joe Cocker hoefde With a little help from my friends maar in te zetten en iedereen in Bethel wist: dit lied gaat over ons allemaal. Op Lowlands is er keus uit dertig verschillende muziekgenres.

Is de festivalcultuur consumptiever geworden? Neil Young zag het in 1969 al aankomen: „Woodstock liet de marketing zien dat je jongeren als een consumentengroep kon isoleren. Vanaf dat moment werd rock-’n-roll in commercials gebruikt. Popmuziek hoort niet op tv of in de bioscoop. De eerste cameraman die bij me in de buurt komt, krijgt een tik met mijn gitaarhals.”

Peace & music, het was een mooi streven.