Mensen uit de hele wereld hopen op ontdekking

Elk jaar komen talloze kunstenaars, theatermakers en muzikanten naar Edinburgh in de hoop te worden ontdekt. Er is geen selectie vooraf, iedere artiest is er welkom.

Hoe maak je een keuze uit meer dan tweeduizend voorstellingen, concerten en tentoonstellingen? En hoe verdeel je jezelf in twee dagen tijd over 265 locaties? Bladerend door het honderden pagina’s tellende programmaboek van de Fringe in Edinburgh begint het je al snel te duizelen. Het festival, dat jaarlijks in augustus plaatsvindt, is volgens de organisatie „de grootste explosie van cultuur ter wereld”. En dan zijn de overige zes festivals die gelijktijdig in Edinburgh worden georganiseerd, zoals de Military Tattoo en het International Book Festival, nog niet eens meegerekend.

Aan het Fringe festival mag iedereen meedoen. Er wordt door de organisatie niet op inhoud of artisticiteit geselecteerd. Vanuit de hele wereld komen kunstenaars, komedianten, theatermakers, muzikanten en acrobaten daarom ieder jaar naar de Schotse hoofdstad in de hoop ontdekt te worden door de vele programmeurs en talentenscouts die er ook rondlopen. Er wordt gespeeld in theaters, festivaltenten, bioscopen en comedyclubs – stand-up vormt traditiegetrouw de hoofdmoot van de Fringe – maar ook gewoon op straat.

Op High Street, het kloppend hart van het festival, staat Paul uit Los Angeles te goochelen op de trappen van de St. Giles kathedraal. Binnen de kortste keren heeft hij een metersdikke haag van mensen om zich heen verzameld, die joelend applaudisseren als hij een brandende sigaret in zijn oog laat verdwijnen. Paul is er eerlijk over dat hij naar de Fringe is gekomen om geld te verdienen. „Ik ben een straatartiest”, roept hij zijn publiek na afloop van de voorstelling toe. „Hier leef ik van. Ik heb 16 duizend mijl gereisd om hier te zijn. Dus hou je kleingeld in je zak en geef me biljetten.”

Wie uit het programmaboek van de Fringe niet veel wijzer wordt, kan zich altijd nog laten leiden door de stapels flyers die door de vele kleurrijke types op High Street in je handen worden gedrukt. Bovendien worden op iedere hoek van de straat voorproefjes gegeven van de shows die later op de dag in de theaters plaatsvinden. Een tiental in koeienhuiden gehulde krijgers uit West-Afrika trekt de aandacht met een origineel soort breakdance. Even verderop laten als Superman en Freddy Kruger verklede jonge Israëliërs zich theatraal boven op elkaar vallen. „Komt dat zien”, roept de spreekstalmeester. „De leukste parodie op Amerikaans worstelen.” Geen onderwerp zo gek of er bestaat op de Fringe wel een voorstelling over.

Een van de opmerkelijkste debutanten dit jaar is kunsthistoricus Will Gompertz met zijn voorstelling Double Art History. Gompertz, in het dagelijks leven een van de directeuren van de Tate Gallery, besloot na een cursus stand-up comedy de sprong in het diepe te wagen. Met Double Art History belooft hij het publiek „27 ismes in 55 minuten” bij te brengen. Uitgangspunt van de voorstelling is dat Gompertz invalt voor een overspannen docent en klas 5C nog even snel klaar moet stomen voor de examens. In een groepje van een man of dertig worden we naar een lokaal van de Universiteit van Edinburgh geleid. „Netjes twee aan twee lopen, 5C”, gebiedt de steward. „En gedraag je een beetje voor jullie nieuwe leraar.”

In een ongelofelijk tempo raast Mr. Gompertz, die er met zijn kale kop en donkere bril uitziet als een nerdy professor, vervolgens door de lesstof. We racen van impressionisme via fauvisme naar dadaïsme, en worden onderweg gemaand de Marseillaise te zingen en pointillistische penissen te tekenen. Als Gompertz bij Marcel Duchamp is aanbeland, tovert hij een heus urinoir tevoorschijn. Het futurisme legt hij uit als „kubisme on speed”, minimalisme is volgens hem „een tikkeltje autistisch”. Maar ondanks alle melige opdrachten en grappige oneliners blijkt klas 5C aan het eind van het uur wel degelijk wat over moderne kunst geleerd te hebben. Voor het examen, tien vragen in vijf minuten, slagen we allemaal glansrijk.”

Van het helverlichte klaslokaal naar het duistere, zweterige kelderzaaltje van comedyclub The Stand is een flinke overgang. Maar ook hier duurt het niet lang voordat de tranen je over de wangen rollen van het lachen. De Britse komediante Jo Caulfield, bekend van BBC’s Have I Got News For You, ziet eruit als een beschaafde huisvrouw maar ontpopt zich als een grof gebekt drankorgel. Vloekend en tierend geeft ze af op bankiers en andere voor de economische recessie verantwoordelijke aasgieren. Hoe kan het dat zij elkaar bonussen blijven toestoppen en vervolgens niet begrijpen dat ze met de nek worden aangekeken? „Dat is hetzelfde als Hitler die terugkijkt op een verwoest Berlijn en zich afvraagt waarom hij nergens meer een broodje kan krijgen.”

Het leuke aan Caulfields comedyshow is dat zij een interactieve factor aan het aloude kunstgenre toevoegt. Tijdens de optredens mag het publiek stemmen over de nieuwe grappen die ze uitprobeert. Gedurende de Fringe past Caulfield haar show op deze manier voortdurend aan. Na afloop krijgen bezoekers een kaartje met een inlogcode, waarmee je de twintig minuten extra materiaal die zo ontstaan gratis van haar website kunt downloaden.

Hoe veelomvattend en veelzijdig het cultuuraanbod tijdens het festivalseizoen in Edinburgh is, wordt de volgende ochtend pas echt goed duidelijk, wanneer de jaarlijkse Cavalcade plaatsvindt. Aan deze optocht doen behalve alle deelnemers van de Fringe ook plaatselijke verenigingen mee. Vanaf Arthur’s Seat, de vulkaan die midden in Edinburgh boven de stad uittorent, is de bonte stoet prachtig te volgen. Hell’s Angels, oorlogsveteranen en als superhelden verklede geestelijk gehandicapten smelten samen tot één kilometerslange parade. Een Indiase travestiet in stewardessenoutfit maakt een kiekje van een groepje jonge doedelzakspelers in Schotse kilt. Dit is wat de Fringe wil zijn: één grote happy family.

T/m 31 aug. Inl: edfringe.com