Mannen zonder moraal

Twee nieuwe, jonge Franse verhalenvertellers storten zich op de achttiende eeuw met romans over de broer van Rousseau en een ander eigenaardig heerschap.

Stéphane Audeguy : Mijn broer, de enige zoon. Vertaald door Tatjana Daan. Cossee, 299 blz. € 19,90

Jean-Baptiste Del Amo: Une éducation libertine. Gallimard, 434 blz. € 19,-

De Franse literatuur van nu, zo wordt wel gezegd, ontbeert verhalenvertellers. Schrijvers die een spannende, avontuurlijke verhaallijn neerzetten, verhalen met begrijpelijke personages, een fatsoenlijk begin en een afgerond eind.

Terecht of onterecht, het is een verwijt dat twee jonge Franse romanschrijvers niet gemaakt kan worden: Stéphane Audeguy en Jean-Baptiste Del Amo schreven beiden uitstekende romans gesitueerd in het Parijs van de 18de eeuw. Je ruikt en proeft en ziet het Parijs van de Verlichting, je duikt in een verleden dat je als levensecht ervaart en je volgt het leven van een avontuurlijke, eigengereide verteller.

Audeguy, die drie jaar geleden debuteerde met De wolkenbibliotheek en nu zijn plek in het Franse literaire landschap heeft veroverd, schreef een knappe, avontuurlijke, imaginaire biografie van de broer van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. In zijn Bekentenissen schrijft deze kort over een broer, een libertijn en losbol die hij nauwelijks gekend heeft. ‘Ten slotte dwaalde mijn broer zover van het rechte pad af dat hij ervandoor ging en spoorloos verdween.’ Vandaar de titel van deze roman, Fils unique in het Frans, Mijn broer, de enige zoon in het Nederlands.

Audeguy laat deze François als negentigjarige grijsaard getuige zijn van het moment waarop, op 10 oktober 1794, de resten van zijn broer Jean-Jacques, overgebracht uit Ermenonville, plechtig worden bijgezet in de crypte van het Pantheon in Parijs. Hij heeft een ereplaats als Bastille-veteraan, niet als de broer van. ‘Pas na hun dood betuigt de Republiek haar denkers erkentelijkheid. Zo bespaart zij de levenden de moeite hen te lezen’. [...] ‘Het schijnt dat onze Revolutie je dromen eindelijk heeft doen uitkomen’, die Revolutie ‘die zich op jou beroept door je nu eens in een oceaan van weeë, misselijkmakende complimentjes te verdrinken en dan weer in de zeeën van bloed van alle guillotines.’ Maling heeft hij aan het motto van zijn broer: ‘Je leven ondergeschikt maken aan de waarheid’. Het zijne is omgekeerd en dat zijn leven niet voor dat van zijn broer heeft ondergedaan, moet blijken uit zijn memoires.

Spiegelbeeld

Wat volgt is een avontuurlijk leven, in alles het spiegelbeeld van het leven van het woord en de bespiegeling dat zijn beroemde broer heeft geleid. Het familieverhaal wordt herschreven, ‘families zijn net als volken: ze liegen zoals ze ademhalen’. Vader verliet moeder en zoon François, verruilde Genève voor Constantinopel, verwekte bij terugkeer een tweede zoon, Jean-Jacques, die zijn oogappel werd. De oudste zocht zijn heil op straat, ontmoette een geleerde markies die hem inwijdde in de wetenschap, de literatuur én de mannenliefde.

Prachtig illustreert Audeguy aan de hand van deze melancholieke en verlichte markies hoe de macht van de adelstand, aan de vooravond van de Revolutie, tanende is. François’ verdere leven is een opsomming van harde, maar romantische en seksueel getinte avonturen: hij brengt een jaar door in het gevang, wordt gezel bij een klokkenmaker, belandt in een chique Parijs’ bordeel, wordt er manusje van alles en wendt, geheel in de geest van de Verlichting, tien jaar lang zijn technische gaven aan voor de vervaardiging van een ‘onvermoeibare mechanische minnaar, die Hercules zou worden gedoopt’. François leidt de grootste vrijdenkers van Parijs magistraal om de tuin. Als een van zijn beschermheren wordt opgepakt, verdwijnt ook hijzelf vanwege zijn illegale praktijken voor 27 jaar in de Bastille.

Toch geniet hij in die jaren dankzij een geheimzinnige beschermengel een redelijke vrijheid. Dat geldt niet voor de man die hij in de Bastille ontmoet en wiens vriend hij wordt: de graaf De Sade, een vette lekkerbek voor wiens culinaire begeerten hij heel Parijs afstroopt en die er, onder zijn ogen, een groot deel van De 120 dagen van Sodom schrijft. Op 14 juli wordt François bevrijd door ‘een bont gezelschapje van arbeiders, handwerkslieden en burgers’. Vervolgens verdient hij een fortuin door de Bastille steen voor steen te slopen en te verkopen, als aandenken aan de gedenkwaardige dag.

Jules Verne

Zo neemt het leven van François de ene gedenkwaardige wending na de andere en denk je vaak een ijzersterke avonturenroman in de traditie van Alexandre Dumas of Jules Verne in handen te hebben. Maar Audeguy zet de revolutionaire periode ook in zijn eigen kritische perspectief: vrouwen en kinderen werden, ondanks hun voortrekkersrol, naderhand buitenspel gezet; de Poissonnières die ijverden voor vrouwenstemrecht, werden bespot en terugverwezen naar de ondergeschikte positie van vóór de Revolutie. Barbaarsheid ten aanzien van vermeende, maar nog niet berechte misdadigers was schering en inslag, allemaal zaken waar zelfs een vrijdenker als François uiteindelijk illusieloos van wordt.

Zo gedoseerd en evenwichtig als Audeguy zijn hoofdpersoon een hele eeuw laat beschouwen, zo onmatig zet zijn jonge collega Jean-Baptiste Del Amo dezelfde eeuw neer. De 26-jarige debutant laat in zijn vuistdikke, voor de Prix Goncourt du Premier Roman genomineerde Une éducation libertine – de titel is een knipoog naar Flauberts L’éducation sentimentale – een jongeman uit Quimper zijn geluk zoeken in de Franse hoofdstad. Ook hij belandt aan de stinkende, smerige, jeukende zelfkant van de stad, boort het kwaad in zichzelf aan en werkt zich via list en bedrog op tot het niveau van de verderfelijke elite die het in de hoofdstad voor het zeggen heeft. Del Amo, die hier en daar vanwege zijn extreem zintuiglijke taal aan Patrick Süskind doet denken, schetst een schitterend portret van een man zonder moreel geweten, gedreven door lust en perversiteit, al vliegt zijn exuberante, beeldende taalgebruik hier en daar wel uit de bocht.

De Franse literatuur is twee gedreven verhalenvertellers rijker. Dat Audeguy ook overweg kan met andere literaire registers bewees hij in zijn onlangs in het Frans verschenen nieuwe roman, Nous autres, een hedendaagse speurtocht naar een vader, gesitueerd in Kenia.