Het is strikt verboden de gevangenis te verlaten

Het was al een tijdje de trend: verdachten weigeren steeds vaker een onderzoek in het Pieter Baan Centrum om hun geestelijke gesteldheid door de overheid te laten peilen. Een forse gevangenisstraf is weliswaar niet aantrekkelijk, maar als je eenmaal in een tbs-kliniek zit, ben je afhankelijk van een overheidsinstantie die moet bepalen of je al weer voldoende hersteld en toerekeningsvatbaar bent om het leven in de vrije wereld aan te kunnen.

En dat kan ook verkeerd uitpakken, is de ratio van Mohammed B., Samir A. en lange tijd ook van Volkert van der G. en Lucy de B.. Advocaten raden hun verdachten zelfs af om mee te werken aan een dergelijk onderzoek, omdat de klinieken slecht functioneren. Het hoofdredactionele commentaar in NRC Handelsblad noemde dit afgelopen weekend een begrijpelijke maar zorgelijke ontwikkeling: ‘Een aanzienlijk aantal tbs’ers zit jaren langer vast dan nodig is en als er al behandelingsresultaten zijn, worden die dikwijls daardoor weer tenietgedaan. Het belang van de behandeling is geheel ondergeschikt geraakt aan het belang van de beveiliging.’

Het is een vicieuze cirkel van Nabokoviaanse allure. In Uitnodiging voor een onthoofding (1938) staat een executie te gebeuren, van de leraar Cincinnatus die veroordeeld is wegens ‘mentale ontaarding’. Er wordt hem niet duidelijk gemaakt wat dat is. Maar erger is: er wordt hem ook niet duidelijk gemaakt wanneer de onthoofding zal plaatsvinden, terwijl hij ondertussen wel wordt geacht mee te draaien in het gevangenissysteem volgens regels en wetten die met de dag veranderen en die voldoen aan geen enkele logica; nu ja, aan dezelfde logica waardoor hij veroordeeld is wegens ‘mentale ontaarding’ en die hij dus onmogelijk kan begrijpen.

Het gevangenisreglement spreekt boekdelen, van ‘1. Het is strikt verboden het gevangenisgebouw te verlaten’ tot en met ‘8. De directie aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor het zoekraken van eigendommen of van de gedetineerde zelf’. De mooiste is regel 6, waarin de gedetineerde gemaand wordt om ‘geen nachtelijke dromen’ te hebben, of wanneer hij ze wel heeft ervoor zorgt dat hij ze ‘onmiddellijk zelf de kop indrukt, zo hun inhoud onverenigbaar is te achten met de omstandigheden en de status van de gevangene.’ Het gevangenisregime is absurd, onder meer omdat het een standaard zet voor geestelijke gezondheid waaraan je onmogelijk kunt voldoen.

De Nederlandse strafrechtadvocaten die hun cliënten afraden zich door De Instanties te laten onderzoeken, beroepen zich niet op dit boek, ze zien eenvoudigweg een weegschaal van strafmaat doorslaan naar de ongewenste kant. Tbs’ers hebben steeds minder zicht op de datum van vrijlating zoals Cincinnatus dat heeft op het moment dat hij onthoofd zal worden. Wanneer je de lijnen van de werkelijkheid ver genoeg doortrekt, wordt de absurde situatie zichtbaar die ontstaat zodra de overheid de geestelijke gezondheid van haar onderdanen wil toetsen met het doel om een strafmaat te bepalen.

Toef Jaeger