Hen pak je niet

Ze sjokken uitgeput en wanhopig genietend door de straten. Hij heeft de korte broek aangetrokken die volgens hem best kan. Zijn vrouw denkt daar anders over, maar ze heeft besloten er maar niks over te zeggen, even niet nu, het is allemaal al moeilijk genoeg. Zijn benen stampen als harige witte jumboworsten op het eeuwenoude plaveisel, dat bijkans zwicht van wanhoop. Zij heeft luchtige zomerkleertjes aangetrokken en vindt dat ze dat nog steeds kan hebben. Hij denkt daar anders over, maar heeft besloten er maar even niks over te zeggen, niet nu.

Ze dragen beiden een onafhankelijk tasje; hij een rugzak, zij een buideltas. Alle belangrijke documenten, zoals de kopieën van de polissen van de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering, de garantiebewijzen voor de fototoestellen en de ANWB reis- en kredietbrief zijn op weldoordachte wijze over beide tasjes verdeeld. Op elk terrasje waar ze pauzeren van al dat genieten wordt dat systeem gecontroleerd, opnieuw ter discussie gesteld en geperfectioneerd. Hen pak je niet. Al zijn ze daar voortdurend alert op. Juist daarom. Vakantie is vooruit denken en altijd voorbereid zijn op het ergste.

En dan hebben we het nog niet eens over de kinderen gehad. Ze zouden ze zelf ook liever vergeten, al doen ze het allemaal voor hen. Ze offeren zich het hele jaar al op, althans zij, en vakantie moet in dat opzicht worden beschouwd als een stortbui na een jaar van motregen. Gelukkig hebben ze goed weer. Zij wel. Tom en Brenda zijn naar het Sauerland gegaan en daar heeft het al drie weken geregend, zoals ze met enig gepast leedvermaak hebben gezien in De Telegraaf.

Híer is het tenminste niet om uit te houden zo heet. Mooi weer dus, of in elk geval zullen ze dat tegen Tom en Brenda vertellen. De kinderen hebben elke dag kunnen zwemmen. Hadden kunnen zwemmen als de kleine geen keelontsteking had gekregen en die wildebras geen gat in zijn knie was gevallen op de eerste dag. Vandaag doen ze een dagje stad. De kinderen jengelen om een ijsje. Zij kijkt in de etalages van boetiekjes. Hij oriënteert zich vastberaden.

Zij zijn Nederlandse toeristen. Ik heb hen innig lief.

Ilja Leonard Pfeijffer