Gaat dat zien!

Daar zat ik, in de Arena, te denken aan hem. Elk moment verwachtte ik dat hij van de reservebank zou opstaan en zou invallen. Het kon niet – de bondscoach had hem niet eens geselecteerd voor deze wedstrijd tegen Nederland. Jack Wilshere was niet in de Arena, hij zat thuis bij zijn ouders op de bank, vermoedde ik. Maar toch. Steeds zag ik het gebeuren. Jack Wilshere deed zijn trainingsjack uit, sprong een paar keer op en ging doen wat ik hem tien dagen daarvoor had zien doen in Londen. Voetballen zoals voetballen bedoeld is.

Tijdens de strijd om de Emirates Cup, een opwarmtoernooitje bij Arsenal voor de start van het seizoen, raakte Wilshere de bal met een achteloosheid die je alleen bij de groten tegenkomt. Hij draaide weg van zijn tegenstanders, versnelde, kronkelde tussen verdedigers door, verraste iedereen met de heerlijkste schijnbewegingen. En steeds bleef de afstand tussen zijn begenadigde linkervoet en de bal minimaal. Hij leek verbluffend zelfbewust. De aanvallende middenvelder, zeventien jaar pas, wilde elke bal hebben. Naarmate de wedstrijd vorderde, besloten zijn oudere teamgenoten hem steeds vaker zijn zin te geven.

Gelijk hadden ze. Wilshere zette vijf verdedigers op het verkeerde been door over een bal heen te stappen, hij wipte de bal over een tegenstander heen, en daarna over nóg een, hij stiftte de bal over de keeper op zijn Bergkamps… Alles oorspronkelijk, snel en artistiek, en altijd met de opzet gevaar te stichten voor het doel. Aan de vanzelfsprekendheid waarmee hij van de zijkant naar binnen stapte om ruimte te maken voor een opkomende vleugelback herkende je de vermaarde Arsenal Academy waar hij al vanaf zijn negende jaar traint. Hij oogt dan haast antiek, met dat nette haar van hem, die scheiding opzij (een speler uit het Engelse team van 1966, beetje Martin Peters); dit een meter zeventig kleine wonderkind uit Stevenage, Hertfordshire speelt modern.

Misschien overdrijf ik, gewend als ik ben aan lange Engelse voetballers met weinig fantasie. Maar ik sta hier niet alleen in. Naast mij in het Arsenalstadion zat Brian Glanville. Ik riep in het oor van de beroemdste football writer ter wereld: „Wilshere is precies wat het nationale team nodig heeft.” De inmiddels bejaarde Glanville antwoordde: „Absolutely right!” Ik bedoel maar. En Fabio Capello, bondscoach van Engeland, zei vorige week: „Het is niet normaal op deze leeftijd al zo goed te zijn.”

Laat Wilshere dit seizoen veel meespelen in Arsenals hoofdmacht. Dan kan hij volgend jaar al mee naar het WK in Zuid-Afrika. Natuurlijk, de wereld moet hem zien, zo snel mogelijk. Daar heeft de wereld recht op.