Even naar Da Vinci

Finn Zetterholm: Julia’s reis. Vert. Erica Weeda. De Fontein, 12+, 304 blz. € 16,95

Charlie Ayres: Beroemde kunstenaars. Vert. Pauline Michgelsen. Querido; 10+, 96 blz. € 19,95

Een tentoonstelling, nu in Amsterdam, toont reproducties van alle schilderijen van Rembrandt, zoals ook die van een dienstmeisje dat uit het venster leunt. Het schilderij bevindt zich in Stockholm en speelt een sleutelrol in het onlangs verschenen Julia’s reis van Finn Zetterholm.

De 12-jarige Julia tekent graag en bezoekt regelmatig met haar opa het Zweedse Nationalmuseum, waar een collectie 17de-eeuwse Hollandse meesters hangt. Op een dag raakt Julia per ongeluk het doek van het dienstmeisje aan en belandt ineens bij Rembrandt in huis. Haar vermogen om te reizen per schilderij brengt haar bij tal van vermaarde schilders, die haar veel leren over de schilderkunst.

Het uit het Zweeds vertaalde kinderboek is dus een kennismaking met de kunstgeschiedenis in de vorm van een spannend verhaal. Die opzet is grotendeels geslaagd, vooral door de levendige portretten van schilders die voor de meeste kinderen niet meer dan namen zullen zijn. Leonardo da Vinci vertelt aanstekelijk over zijn fantastische uitvindingen en Rembrandt is prettig onbescheiden over zijn clair-obscur. Op de historische informatie is wel wat af te dingen. Het beeld van Rembrandt als een man die werd geslagen door het noodlot is achterhaald en het is allerminst zeker dat Da Vinci homoseksueel was. Naarmate kunstenaars dichterbij komen in de tijd, krijgt Julia’s reis meer vlees en bloed. Turners verblijf bij zijn excentrieke weldoener is een van de grappigste passages, door de tientallen kinderen daar die dezelfde vader hebben.

Zeker zo belangrijk is dat Zetterholm wezenlijke dingen over de kunst- en kunstenaars weet te vermelden. Zo legt Da Vinci, die veel studie deed naar de werking van het licht, glashelder uit hoe hij met schaduwen een gezicht als dat van Mona Lisa schilderde. En wie net heeft gelezen hoe Degas een beslissend ‘moment’ wilde vastleggen als ‘door een sleutelgat’, kijkt toch beter naar zijn schilderijen met balletmeisjes.

Julia’s reis gaat minder diep dan Eén minuut eerlijkheid van Björn Sortland (Boeken, 04.01.08), een kunstgeschiedenisles in de vorm van een jongen-ontmoet-meisjeverhaal, maar het is wel veel beter dan het recentelijk verschenen Beroemde kunstenaars van de Britse kunstjournaliste Charlie Ayres. De ruim 100 reproducties zijn schitterend en de tekst is goed geschreven, maar daarmee zijn de positieve zaken wel genoemd. Om te beginnen is ‘beroemd’ een raar criterium in een boek dat over ‘belangrijke’ kunstenaars zou moeten gaan. En als je toch kiest voor beroemd, waarom ontbreken dan kunstenaars uit de 20ste eeuw, toen roem deel ging uitmaken van het kunstenaarschap?

De selectie maakt sowieso een willekeurige indruk. Waarom ontbreken Vlaamse schilders volledig, maar staan er wel drie Franse schilders uit de 19de eeuw in? Toch niet omdat die periode toevallig het specialisme is van Ayres? Bovendien staan de teksten over de schilders vol triviale anekdotes, en over de kunstwerken zelf wordt nauwelijks iets zinnigs gezegd.

De eerste kunsthistorische lessen in je leven kunnen dus aanstekelijk beginnen met Julia’s reis. En het is Zetterholm gelukt mij met een scherpere blik naar de tentoonstelling van Rembrandt-reproducties te laten kijken dan voorheen.