Een ondernemer is als een paard dat de wagen trekt.

Op industrieterrein de Oostpoort bij Harlingen is nog niemand failliet gegaan.

Maar het is allemaal wel minder. En er komen ook geen nieuwe bedrijven bij.

Natuurlijk vertrekken er nog steeds vrachtwagens volgeladen met kokkels en scheermessen van Meromar Seafoods aan de Celciusstraat naar Europese supermarkten. Alleen wel minder. Natuurlijk betalen liefhebbers bij Tree Trunk Tables aan de Galvanistraat nog duizenden euro’s voor de handgemaakte tafels van hout van de kauribomen uit Nieuw-Zeeland. Alleen wel minder. En natuurlijk malen en versnipperen ze bij Visser ATR bouwpuin tot nieuwe grondstoffen. Alleen wel minder.

De economische crisis is niet voorbijgegaan aan de Oostpoort, een industrieterrein aan het Van Harinxmakanaal tussen Harlingen en Herbaijum. In hoekige loodsen huizen metaalbewerkers, stoeptegelmakers en betonboeren. Een tweemaster wacht aan de kade van een werf op reparatie, iets verderop staan piramides van zand bij een overslagbedrijf klaar om op een binnenvaartschip te worden geladen. Los van de vrachtwagens en shovels die af en aan rijden is het vrijwel uitgestorven op de Oostpoort. Zelfs op het terrein van de Hells Angels is geen ziel te bekennen.

De Oostpoort ligt in Friesland, waar het aantal faillissementen net als in de rest van Nederland in het eerste half jaar is verdubbeld. Toch is er tot nu toe niemand over de kop gegaan, zegt directeur André Seinen van Meromar Seafoods. Seinen zit in de vergaderkamer, waar nog een vleugje vislucht hangt, en kijkt uit over het bedrijventerrein. Aan de muur hangt een borduurwerkje:

Velen zien een ondernemer

als een gevaarlijke wolf

die men zou moeten doodslaan

Anderen zien in hem een koe

die men eindeloos kan melken

Slechts weinigen zien in hem

een paard die de wagen trekt

„Zo is het toch”, zegt Seinen. Begin bij hem niet over de milieubeweging. Die zien hem als de gevaarlijke wolf die de Wadden leeghengelt. Maar over de recessie wil hij best praten. Nieuwe cijfers van het CBS over de Nederlandse economie interesseren hem niet zo. „Spanje, daar gaat het mij om”, zegt hij. Daar exporteert Meromar een belangrijk deel van de vangst naartoe. Naar groothandels die weer aan restaurants leveren, maar ook aan supermarkten. „Vorig jaar februari ging het opeens minder”, zegt hij. „De vraag uit Spanje was zelfs dramatisch slecht. Wouter Bos zei toen dat er niks aan de hand was. Waar heeft hij het over, dacht ik.”

Vissers brengen de schelpen bij Meromar binnen, waar ze worden geboend en verpakt. „We werken veel met krachten van een uitzendbureau. Nederlanders, Polen, Hongaren, maar ook Dominicanen: 26 nationaliteiten in totaal”, zegt Seinen. Nu heeft Meromar 20 tot 30 procent minder mensen nodig dan voor de crisis. De uitzendbranche is volgens het CBS een van de zwaarst getroffen sectoren.

Dirk Visser is directeur van Visser ATR, in de jaren vijftig opgericht door zijn vader. „ATR staat voor Afval, Transport en Recycling, mocht je je dat afvragen”, zegt hij. Zijn bedrijf neemt oud papier, bouwpuin, schroot van metaalbedrijven en ander industrieel afval af. Bruikbare materialen recyclet Visser, het restafval gaat naar de afvalverbrander in Alkmaar.

Bij Visser, waar 35 mensen werken, lopen de zaken nog niet schrikbarend terug. „Bouwpuin is voor ons belangrijk. Gelukkig hebben wij hier in het noorden niet van die meganieuwbouwprojecten. Het is allemaal kleinschalig”, zegt de directeur. „Als in de Randstad BAM of Heijmans één project intrekt, betekent dat fors minder puin. Wij hebben 300 kleine bouwers die leveren; als er tien omvallen, valt het volumeverlies nog mee”, zegt Visser.

Van faillissementen weet hij niets. Wel hoort hij uit het dorp dat makelaars het moeilijk hebben. En op de Oostpoort is een blok van gebouwen gereserveerd voor beginnende ondernemers, die via de gemeente in aanmerking komen voor lagere huur. „Je ziet daar maar weinig nieuwe bedrijven bijkomen.”

Eén van de beginnende ondernemers die wel van de regeling gebruikt heeft gemaakt, is Mark van der Vlis. Hij gaf zijn baan in de reclame op. Tijdens een zomervakantie in Nieuw-Zeeland stuitte hij op hout van de kauribomen. Deze enorme bomen zijn tienduizenden jaren oud en stonden in moerassen. De moerassen raakten bedolven maar de bomen bleven prima geconserveerd, vertelt Van der Vlis. „Je kunt er tafelbladen van 3 bij 2 meter uit één stuk hout van zagen.”

Hij zette een importhandel op. In goede tijden verkocht hij 50 tot 60 tafels, voor 3.000 tot 7.000 euro per stuk. „Maar in januari, vlak na de woonbeurs in de RAI waar ik altijd sta, klapte de boel. Van januari tot mei heb ik geen tafel verkocht.” Nu trekken de zaken iets aan, maar hij is er niet gerust op. Hij wil overstappen naar houtproducten voor de jachtbouw. „Er zijn redelijk wat jachtwerven in Friesland. Hopelijk kan ik daar aan leveren. Als dit nog een jaar doorgaat, wordt het een beroerde zaak.”