Demonstratie tegen Icesave-deal

Ongeveer 3.000 bewoners van IJsland hebben gisteren gedemonstreerd tegen een wetsvoorstel dat de terugbetaling garandeert van tegoeden van gedupeerde Nederlandse en Britse spaarders van de failliete bank Icesave.

Het Icesave-wetsvoorstel zit vast in het parlement, waar geen meerderheid bestaat die de terugbetaling aan Nederland en het Verenigd Koningrijk wil goedkeren. Het gaat om het geld dat Den Haag en Londen hebben voorgeschoten aan de IJslandse overheid om Nederlandse en Britse spaarders te compenseren voor hun verloren spaargeld bij Icesave, dat oktober 2008 failliet ging. Volgens Europese afspraken moest IJsland de eerste 20.887 euro per spaarder betalen, maar omdat de eilandstaat praktisch bankroet is, besloten de twee landen het geld eerst aan IJsland te lenen. Nu moeten Den Haag en Londen afwachten of ze hun geld terugzien.

Jóhanna Sigurdardóttir, sinds februari de premier van IJsland, vroeg vandaag in een ingezonden stuk in zakenkrant Financial Times begrip voor de moeilijke positie van IJsland. Sigurdardóttir wees erop dat de perceptie onder parlementariërs heerst dat de Nederlanders en de Britten een akkoord over Icesave hebben afgewenteld op „een veel zwakkere partij”, het vorige IJslandse kabinet. Hierdoor is het voor haar moeilijk om het parlement en de IJslandse burgers te overtuigen van de onvermijdelijkheid dat de voorschotten terug moeten worden betaald. Sigurdardóttir betoogde dat IJsland zijn uiterste best doet om te voldoen aan zijn financiële verplichtingen door fors te snijden in de overheidsuitgaven.