De typmachine verdween langzaam onder een laag sneeuw

Ik hou ervan om alleen te zijn. In m’n dooie eentje te wezen. Dat ben ik al een tijdje niet geweest. Dat komt doordat ik op deze plek in nrc.next door talloze mensen werd gelezen, wat voelde als het tegenovergestelde van alleen.

Maar het komt ook doordat ik niet zo heel lang geleden mijn tweede kindje heb gekregen. Kinderen zijn in verschillende opzichten ook het tegenovergestelde van alleen zijn. M’n tijd in deze krant zit er nu op. Maar mijn jongste kind is nog steeds klein. En ik mis het zo, dat alleen zijn.

Mijn lief zegt dat ik me geen zorgen moet maken, en dat het wel weer komt. Later. Als de kleinste wat groter is. Ik wacht af en denk ondertussen met weemoed aan de keren dat ik vertrok, om enkel mijn eigen gedachten te horen. Dan ging ik voor een paar dagen naar de Veluwe. Of een week naar New York. Tien dagen naar Java, een midweek naar Barcelona. Andere plekken werken bevreemdend, en dat is goed. Het werkt het schrijven in de hand.

„Vergeet niet dat dit niet altijd zo is,” haast mijn lief zich te zeggen. Hij blijft niet graag achter met twee kinderen, denk ik. „Dat is het niet,” zegt hij. „Weet je nog, Jakarta? Huilen op Skype omdat je je kind zo miste?” Ik herinner me nu vooral Aretha Franklin op mijn iPod, en de volgepende pagina’s toen ik eenmaal terug in Amsterdam naar Skylark luisterde. „Eenmaal terug, ja,” benadrukt hij.

„En weet je nog, New York?” Ik denk na. Heerlijk. New York, de enige stad die ertoe doet. „Tuurlijk,” zegt mijn lief. „Maar je hebt er niet altijd even goed geschreven.” Ik herinner me inderdaad een tentoonstelling in het MoMA. Een installatie van een jonge kunstenaar. Hij liet een filmprojector lopen met stills van een typemachine. Tien minuten lang gebeurde er niets. Geen toets werd aangeslagen.

Voor mij verbeeldde het de staat van niet-schrijven, de geblokkeerde geest. Het writer’s block luguber in beeld gebracht. Toen begon het in de film te sneeuwen. De typmachine verdween langzaam onder een laag wit. Ik ben geschokt de zaal uitgevlucht.

„Zie je wel,” zegt manlief tevreden. „Beter blijf je nog even thuis.”

Ik knik. Maar de columns in nrc.next zijn nu klaar. En de baby is al best groot. Dus binnenkort ga ik weg. Misschien niet naar New York. Naar de Veluwe is ook goed.

Lekker, in m’n eentje.

Schrijfster Karin Amatmoekrim verving deze zomer Aaf, die maandag terug van vakantie is.