Circusdieren

Henk van Gelder verveelt zich tijdens de roofdierennummers in het circus (Cultureel Supplement, 31 juli). Het is altijd hetzelfde, schrijft hij. Tijger, olifant en leeuw doen steeds hun zelfde kunstje, meer kunnen die beesten nu eenmaal niet. Als het om kunstjes gaat, kunnen acrobaten en jongleurs veel meer dan dieren. Mensen zijn betere artiesten dan dieren.

Toch denk ik dat hier sprake is van een misvatting. Mensen komen niet (alleen) kijken naar de kunstjes van de roofdieren, ze komen vooral kijken naar het gevaar. Niemand kijkt naar een koorddanser die op tien centimeter hoogte zijn kunstje vertoont, maar wel naar de man die zijn act uitvoert hoog tussen de Twin Towers. Net niet doodvallen, zonder de zekerheid dat het goed afloopt, dat is de kunst. Zo is het ook bij de roofdieren en hun dompteur, wiens nummer zomaar, in één hap, beëindigd zou kunnen worden: je hoopt dat het goed gaat, maar je weet maar nooit. Daar gaat het om. Zo bezien heeft Van Gelder toch gelijk: mensen zijn veel betere artiesten dan dieren, ook bij de roofdierennummers. Want het gaat om de dompteur.