Chinese aanklacht kwam als opluchting voor Hu

Peking beschuldigt vier werknemers van Rio Tinto van bedrijfsspionage in plaats van het stelen van staatsgeheimen. Verschil: de doodstraf of zeven jaar cel.

Stern Hu, het gearresteerde hoofd marketing en verkoop van mijnbouwer Rio Tinto, weet wat het betekent als de Chinese staat zich tegen je keert. Hij verkoopt niet alleen grondstoffen, maar is ook historicus en ervaringsdeskundige.

Twintig jaar geleden verloor hij zijn baan bij een staatsbank omdat hij had deelgenomen aan de demonstraties op het Tiananmenplein. Het bewijs was zijn gezicht op een foto die in 1989 in de westerse media was afgedrukt.

Kort daarna vertrok hij met zijn Chinese vrouw naar Australië waar hij werk vond bij het op één na grootste mijnbedrijf ter wereld en zich naturaliseerde. Maar, zoals zo vaak bij Chinese emigranten, het moederland trok en Rio Tinto, hoofdleverancier van ijzererts, kon echte China-experts goed gebruiken in de ontwikkeling van de relaties met de Volksrepubliek.

Het mijnbouwbedrijf heeft tientallen in China geboren medewerkers in dienst om hun culturele kennis en taalvaardigheden. Zij worden door hun tegenspelers bij de Chinese overheid en bij de staatsbedrijven beschouwd als „gevaarlijk”, want zij kennen de Chinese mores beter dan de buitenlanders.

Het lijkt niet toevallig dat alle gearresteerde Rio Tinto-medewerkers in China zijn geboren. De westerse staf van Rio in China, onder wie Australiërs, Amerikanen en Britten, werd ongemoeid gelaten. Toch is Hu, zeggen zijn echtgenote en de Australische consul in Shanghai, optimistisch gestemd over de afloop van de affaire die in het internationale bedrijfsleven in China voor onrust zorgt.

Toen hij woensdag in een gevangeniscel in Shanghai hoorde dat hij formeel gearresteerd werd op de verdenking dat hij op illegale wijze bedrijfsinformatie heeft verzameld, moet hij enigszins opgelucht hebben gereageerd.

De zaken tegen hem en zijn drie naaste medewerkers (Liu Cakui, Ge Mingqiang en Wang Yong) waren „geherdefinieerd” van het verraden van staatsgeheimen naar een commercieel misdrijf. Het verschil is niet gering. Op het eerste misdrijf staat levenslang of de doodstraf, op het tweede maximaal zeven jaar cel.

Vervolg Rio Tinto: pagina 11

Staalbedrijven smeken China toe te geven aan mijnbouwers

Vervolg Rio Tinto van pagina 1

Hu is als hoofd verkoop en marketing van Rio Tinto een van de bekendste gezichten in ondernemend China. Hij figureerde vaak als gastspreker op economische fora, want hij was en is een insider met toegang tot de hoofdrolspelers in de Chinese staalindustrie en op de betrokken ministeries. Hij begeleidde president Hu Jintao en premier Wen Jiabao tijdens hun bezoeken aan de Australische mijnen. Namens Rio Tinto nam hij deel aan de jaarlijkse onderhandelingen over de richtprijs voor ijzerets, die wereldwijde economische consequenties.

Die onderhandelingen zitten nu muurvast. China eist een prijsverlaging van 40 procent nadat het vorig jaar een prijsverhoging van 85 procent moest accepteren. Maar Rio Tinto, dat vermoedt dat de arrestatie van Hu verband houdt met deze onderhandelingen, en de andere mijnbedrijven willen niet verder gaan dan een prijsverlaging van 28 tot 33 procent.

Het uitblijven van een overeenkomst kost China miljarden, want ijzererts moet nu tegen dagprijzen worden aangeschaft. Het Chinese front, bestaande uit de Chinese Iron and Steel Association (CISA), begint daardoor haarscheurtjes te vertonen. De CISA wordt gedomineerd door de grote staalbedrijven, allemaal rijke staatsondernemingen die besloten hebben de machtsstrijd met Rio Tinto, BHP Billiton en Vale de Brasil aan te gaan. Deze Chinese staalfabrikanten willen met steun van de autoriteiten in Peking van de ijzerertsmarkt een kopers- in plaats van een verkopersmarkt maken.

Deze confrontatiestrategie werd gisteren voor het eerst bekritiseerd in de Chinese zakenpers, maar ook in de Engelstalige staatskrant China Daily. Directeur Xu Xiangchun van het middelgrote MySteel, dringt er op aan dat CISA de aangeboden prijsverlaging van 33 procent wel accepteert, omdat zijn bedrijf kapot dreigt te gaan als hij dagprijzen moet blijven betalen. De grote staatsbedrijven kunnen zich een machtsstrijd met Rio Tinto en BHP Billiton veroorloven, redeneert Xu, maar zijn MySteel kan dat niet.

Dat is nieuws dat op de hoofdkantoren van de grote mijnbouwers in Australië zeker is gesignaleerd. De mijnbedrijven zien sowieso geen enkele reden om te zwichten voor de eis van het Chinese CISA, dat wordt geleid door Deng Qilin, voorzitter van de Wuhan Iron & Steel Group, een van de grootste ondernemingen van het land. China’s honger naar grondstoffen zoals ijzererts, olie en koper is immers niet te stillen.

De gisteren gepubliceerde maandcijfers zeggen genoeg. De Chinese importen van ijzererts stegen in juli met ruim 5 procent naar 58,1 miljoen ton, die van olie met zelfs 18 procent naar 19 miljoen ton. De Rio Tinto-affaire heeft geen enkele invloed gehad op het dagelijkse scheepvaartverkeer van de mijnen en oliebronnen naar Shanghai, Ningbo, Tianjin, Dailin en Guangzhou.

Alle diplomatie en publicitaire ophef over de arrestatie van Stern Hu en zijn team heeft de belangen van China, Australië en de mijnbedrijven geen schade berokkend. Achter de muur van opwinding in de zakenpers en op het internet was en is het „business as usual”, erkende de directeur van de ijzerertseenheid van Rio Tinto Sam Walsh tegen het financiële persbureau Bloomberg.

Op hun beurt gaan Chinese bedrijven gewoon door met het opkopen van buitenlandse grondstoffenbedrijven, ook in Australië, zoals blijkt uit het plan van Yanzhou Staal om het mijnbedrijf Felix Resources over te nemen. De Chinese investeringen in Australië stijgen gestaag. De Australische regering op zijn beurt lijkt niet van plan de uitstekende relaties met Peking op het spel te zetten en opereert zeer behoedzaam. De Mandarijn sprekende premier Kevin Rudd houdt zich in ieder geval in het openbaar buiten de zaak.

De kloof tussen de diplomatieke en publicitaire ophef over de arrestatie van de vier Rio Tinto-medewerkers en de dagelijkse praktijk blijkt ook uit het feit dat concurrenten van Rio Tinto en andere internationale bedrijven in China zich weinig aan lijken te trekken van de affaire.

Weliswaar worden er bezorgde uitspraken gedaan in de internationale zakenpers over de juridische onzekerheid van internationale managers in China, maar van een grote impact is geen sprake. China-watchers in Londen en New York spuien onheilspellende analyses, maar nog geen enkele internationale onderneming heeft uit vrees voor plotselinge arrestatie door de staatsveiligheidspolitie het land verlaten. De enigen die werkelijk aan het kortste eind lijken te gaan trekken zijn Stern Hu en zijn drie Chinese collega’s, de ongewilde pionnen in een ondoorzichtige machtsstrijd.