Begroting in mineur

De krimp van de Nederlandse economie met 5,1 procent die het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendmaakte, zal zijn sporen trekken in de rijksbegroting voor 2010, waarover de leden van het kabinet-Balkenende IV zich vandaag voor het eerst hebben gebogen.

Zij doen dat in de wetenschap dat ze eerder dit jaar de hoofdlijnen al hebben ingevuld. Het kabinet kwam toen met het ‘Aanvullend Beleidsakkoord’, eigenlijk een nieuw regeerakkoord. Noodzakelijk geworden, omdat de financiële huishouding van het Nederland van 2009 in niets meer lijkt op die van het Nederland van 2007, het jaar waarin het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie aantrad.

Het Nederland van 2007 komt voorlopig ook niet terug. Het optimisme dat de vorige Miljoenennota nog ten onrechte uitstraalde zal straks, op Prinsjesdag, ongetwijfeld hebben plaatsgemaakt voor meer realiteitszin. Nederland moet er vanuit gaan dat het jaren zal duren voordat de overheidsfinanciën weer op orde zullen zijn.

De staatsschuld en het begrotingstekort zijn naar ongekende hoogten gestegen. Het lijkt alsof sinds de jaren tachtig ministers van Financiën als Ruding (CDA), Kok (PvdA) en Zalm (VVD) hun soms moeizaam bevochten bezuinigingsmaatregelen voor niets hebben genomen. Dat is niet zo, maar toch: het is frustrerend dat jarenlang redelijk consequent volgehouden realistisch en succesvol begrotingsbeleid door een internationale crisis zwaar is ondermijnd. Een crisis die begon door wanbeleid bij banken en elders in de financiële sector.

Het Centraal Planbureau kwam deze week met prognoses die iets minder somber waren over de toename van de werkloosheid en over de economische groei. Dat is allerminst reden voor euforie: er is slechts sprake van een vermoeden dat grote tegenvallers ietsje minder groot zijn.

Stijgende werkloosheid en onzekerheid rond pensioenen zijn de directe gevolgen die de burgers al ondervinden van de recessie. Dalende koopkracht zal daarop volgen. Ongetwijfeld zal het kabinet in de loonontwikkeling de nullijn propageren. Niet alleen in het belang van de schatkist, maar ook met het oog op afkalvende winstcijfers en het snel groeiende aantal faillissementen in het bedrijfsleven.

In dit sociale klimaat moet het kabinet zijn begroting zien rond te krijgen en de lijnen uitzetten voor de bezuinigingen die in 2011 en later hoogstnoodzakelijk zullen zijn.

Intussen moet het kabinet het met vakbonden en werkgevers eens zien te worden over de AOW, terwijl de druk zal toenemen om bijvoorbeeld maatregelen tegen de jeugdwerkloosheid te nemen. Ook andere sectoren zullen aankloppen met de vraag om meer geld, of protesteren tegen bezuinigingen.

Omdat het kabinet afhankelijk is van internationale ontwikkelingen kan het niet veel meer doen dan de gevolgen van de crisis zoveel mogelijk afzwakken. Dan wacht de volgende klus: echte hervormingen die de economie en de overheidsfinanciën weerbaarder maken dan ze bleken te zijn.