Afghaanse kiezer wikt, Obama beschikt

Het zijn hun verkiezingen, maar ze gaan ons ook aan. Nog altijd verkeert Afghanistan in een oorlogstoestand. Het geweld neemt toe, de Talibaan rukken op en met de wederopbouw van het land wil het maar niet vlotten.

En toch gaan de Afghanen donderdag naar de stembus om een president en provinciale raden te kiezen. Het wordt een test, en niet alleen voor de kiezers en hun vermoeide president, die herkozen hoopt te worden. Een test wordt het ook voor de buitenlandse militairen, diplomaten en hulporganisaties, die zich al jaren inspannen om de veiligheid en stabiliteit in Afghanistan te vergroten en een bestuur op poten te zetten. Wat hebben al die inspanningen opgeleverd?

De Talibaan hebben gedreigd de verkiezingen met geweld te verstoren. Ze bezweren de Afghanen niet te gaan stemmen. En de afgelopen weken hebben ze een aantal terreuracties gepleegd, nu ook in het relatief rustige noorden, waarbij zowel Afghanen zijn omgekomen als militairen van de internationale troepenmacht.

Zal het desondanks lukken de verkiezingen min of meer eerlijk en acceptabel te laten verlopen? Het zou gezien de omstandigheden een hele prestatie zijn. En het zou ook een broodnodige impuls zijn voor de grootscheepse internationale operatie, waarvan na bijna acht jaar nog altijd niet te zeggen valt dat de balans positief is.

Waar moeten we bij de verkiezingen op hopen? Ten eerste dat geen van de kandidaten vermoord wordt – een reëel gevaar, zoals president Karzai zelf meer dan eens heeft ondervonden. En ten tweede dat de meeste Afghanen de uitslag, hoe die ook uitvalt, als legitiem accepteren.

Dat laatste lijkt bijna ondoenlijk. Want wie zou er níét twijfelen aan de eerlijkheid van verkiezingen in een land waar de corruptie op alle niveaus zo welig tiert, en waar een onpopulaire president zich omringd heeft met dubieuze figuren met bloed aan hun handen, die in ruil voor een regeringspost kiezers van hun etnische groep beloven te leveren?

Nu al doen in Afghanistan veel verhalen de ronde over stembusfraude: er zouden miljoenen mensen meer geregistreerd zijn als kiezer, dan er de kiesgerechtigde leeftijd hebben. In Kabul doet de grap de ronde dat president Karzai al meer provinciale gouverneurschappen heeft beloofd dan er provincies zijn. Volgens peilingen kan hij rekenen op de meeste stemmen, maar is de kans groot dat hij onder de vijftig procent blijft – waarmee een tweede ronde noodzakelijk wordt.

Welke president de Afghanen donderdag ook kiezen, voor de toekomst van het land is zeker zo belangrijk welke keuzes president Obama de komende tijd zal maken. Zijn regering heeft meteen na haar aantreden de harde maar nuchtere conclusie getrokken dat de aanpak van de afgelopen jaren niet heeft gewerkt. Er is veel tijd, geld en moeite verspild – en, moet je dan misschien wel concluderen, ook veel levens van militairen die onder een gebrekkige strategie moesten werken, en levens van Afghaanse burgers die tussen de twee vuren zaten.

Dit voorjaar kondigde Obama een nieuwe strategie aan, die in Den Haag door de internationale gemeenschap werd omarmd. Nu komt het erop aan hoe de Amerikanen daar invulling aan geven.

Volgens de nieuwe strategie moet het accent minder liggen op militaire operaties tegen de opstandelingen, en veel meer op bescherming van de bevolking, economische ontwikkeling en opbouw van het bestuur. Maar ondertussen neemt de strijd alleen maar toe in hevigheid. Hoeveel kan er zo terechtkomen van het voornemen juist met civiele middelen het land te stabiliseren?

Obama heeft al 21.000 extra manschappen naar Afghanistan gestuurd, en in Washington houdt men er rekening mee dat de generaals om nog meer versterkingen zullen vragen. Zal Obama zo’n verzoek honoreren? Dat wordt een groot dilemma. Het schrikbeeld van Vietnam, toen de Amerikanen steeds meer troepen stuurden en daarmee steeds dieper wegzakten in het moeras van de oorlog, is nog niet vergeten.

Obama en de NAVO kunnen er ook voor kiezen het huidige aantal troepen op minder plaatsen in te zetten. In dat scenario, door sommige militaire deskundigen bepleit, concentreert de internationale troepenmacht zich op een klein aantal provincies, om daar werkelijke veiligheid en vooruitgang te kunnen bewerkstelligen. Die ‘eilanden van stabiliteit’ zouden dan aan de Afghanen en de landen die troepen leveren laten zien: deze aanpak kán werken, geef de moed nog niet op.

Maar dat zou betekenen dat andere provincies (tijdelijk) opgegeven moeten worden, of althans toevertrouwd aan Afghaanse eenheden die daar eigenlijk nog niet klaar voor zijn. Dat zal een pijnlijk besluit zijn voor degenen die zich de afgelopen jaren voor die provincies hebben ingezet.

Maar de tijd dringt. Wie er straks ook in het presidentiële paleis in Kabul zit, de Amerikanen willen binnen een jaar tot anderhalf jaar resultaten kunnen laten zien. Of dat streven realistisch is, durft nog niemand te zeggen.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Reageren kan via nrc.nl/eijsvoogel