Zaal vol krijsende orthodoxen eist doodstraf

Andrej Jerofej organiseerde een tentoonstelling en moet zich nu voor Godslastering verantwoorden bij de rechtbank. „Het is het teken dat de repressie begonnen is.”

Het was een merkwaardige vertoning, eind juli in de districtsrechtbank van de Moskouse Tagankawijk. Hysterische vrouwen die twee aangeklaagde museumconservatoren vervloekten, een priester die hen beschuldigde van duivelsaanbidding. Het had alles te maken met de tentoonstelling Verboden Kunst -2006, die Andrej Jerofejev en Joeri Samodoerov in 2007 in het Sacharov Museum organiseerden. En dan vooral met enkele ‘religieuze’ kunstwerken, die door hun spottende karakter in de Sovjet-Unie en de post-Sovjetperiode waren verboden. Een McDonald’s-reclame met een portret van Christus, een crucifix met een Leninorde als hoofd van Christus, en een Christus met de snuit van Mickey Mouse zetten enkele tientallen Russisch-orthodoxe gelovigen aan om naar de rechter te stappen. Jerofejev en Samodoerov kunnen een gevangenisstraf van vijf jaar krijgen. Tot de uitspraak van de rechter mogen ze Rusland niet verlaten.

Andrej Jerofejev (1956), broer van schrijver en Poetin-criticus Viktor Jerofejev, is twee weken na de zesde zitting verbijsterd over wat hij meemaakt. „De eerste tien van de in totaal honderdvijftig getuigen à charge zijn nu gehoord, dus het proces kan nog heel lang duren”, zegt hij in zijn Moskouse appartement. „Geen van hen heeft de tentoonstelling gezien. Wel hadden ze er op de radio over gehoord en had het Openbaar Ministerie of de kerk hun een paar slechte foto’s van de kunstwerken getoond. Hoe de getuigen bij het OM of de kerk zijn beland is mij onduidelijk. Je zou bijna denken dat er sprake is van een complot.”

‘Godslastering’ noemden de gelovigen de expositie. „En in tsaristisch Rusland stond op Godslastering de doodstraf”, zei priester Pavel Boerov, woorden waarvoor hij applaus kreeg van vrouwen in de rechtszaal die hun bijbels en iconen omklemden. „Ze zijn in hun emoties gesterkt doordat een Russisch-orthodoxe journaliste, Olga Sergejeva, na het bezichtigen van de expositie overleed”, vertelt Jerofejev. „Dat is inderdaad gebeurd, maar dat ze ernstige kanker had vertellen ze er niet bij. Mijn verzoek om autopsie op haar te laten verrichten is afgewezen.”

Ook heeft Jerofejev de rechter tevergeefs verzocht om een nieuw expertiseonderzoek naar de bekritiseerde kunstwerken. „Tot en met de afgelopen zitting stond de rechter aan de zijde van de getuigen, die overigens niet alleen maar religieuze fanatici zijn. Tien jaar geleden waren de meesten van hen namelijk geen Russisch-orthodoxe gelovigen, maar leden van nazipartij Russische Nationale Eenheid. Degene die ons voor de rechter heeft gedaagd is een van de leiders van die partij.”

Niks geschokte gelovigen, aldus Jerofejev, maar ultrarechtse patriotten. „Drie van de getuigen hadden niets van de tentoonstelling gezien, herinnerden zich er niets van, hadden zelfs geweigerd naar de schilderijen te kijken”, vervolgt hij. „De rechter merkte toen op dat ze geen getuigenis konden afleggen. Waarop de zaal tegen hem begon te krijsen. Het eindigde ermee dat ze een brief aan het OM en de Moskouse arrondissementsrechtbank schreven om hun beklag over hem te doen. Ze willen dat Rusland een fundamentalistische Russisch-orthodoxe staat wordt, met censuur door de kerk. Dit proces is dus geen rechtszaak over de wijze waarop de kerk zich ten opzichte van de kunst verhoudt, maar een initiatief van rechts-radicalen, die, omdat ze niet op legale wijze de macht kunnen veroveren, zich op de cultuur storten om pr voor hun zaak te maken.”

Hoe groot de rol van de overheid in het proces is, weet Jerofejev niet. Wel bezit hij documenten waaruit blijkt dat de justitiële onderzoekers geen enkele reden tot rechtsvervolging hadden gevonden, maar dat de zaak toch werd voortgezet. „Daaruit kun je opmaken dat iemand op een hoger niveau het proces regisseert. Mijn broer Viktor heeft nog geprobeerd te helpen door contact op te nemen met de presidentiële staf, maar hij kreeg direct zelf een proces wegens pornografie aan zijn broek, door dezelfde rechts-radicaal aangespannen. In ons parlement en de regering zitten blijkbaar mensen die profiteren van dit soort processen waarmee de culturele wereld onder druk wordt gezet.”

Als Jerofejev gelijk heeft, dan is het huidige proces veelbetekenend. „Het is het teken dat de repressie begonnen is, door middel van de invoering van censuur. Het betekent ook dat je bepaalde kunst beter niet meer kunt tentoonstellen, omdat die verkeerd zou kunnen vallen. Sommige kunstenaars zien er nu al vanaf hun werk tentoon te stellen. In de filmsector is het nog niet zover, maar ook daar kun je het je voorstellen, bij regisseur Balabanov bijvoorbeeld. Maar literatuur en theater lopen nu al gevaar. Zie de poging in 2005 om Vladimir Sorokin voor de rechter te slepen vanwege zijn libretto voor Leonid Desjatnikovs opera De Kinderen van Rosental.”

De overheidscensuur wist Jerofejev ook te vinden, toen hij eind 2007 in het Maison Rouge in Parijs de tentoonstelling Sotsart (Socialistische kunst) organiseerde. De toenmalige Russische minister van Cultuur, Aleksandr Sokolov, verhinderde dat meer dan twintig Russische kunstwerken naar Parijs gingen, omdat ze Rusland zouden ‘vernederen’. Een daarvan was de foto Het tijdperk van de genade van Blue Noses waarop twee tongzoenende politiemannen waren afgebeeld. Toen waren het ook al patriotten en vrome gelovigen die een aanklacht tegen hem indienden wegens anti-Russische activiteiten en blasfemie. Een half jaar later werd Jerofejev ontslagen als conservator van de afdeling eigentijdse kunst van de Tretjakov Galerie, wat volgens ingewijden vooral samenhing met het huidige proces. „Degenen die op het ministerie van Cultuur over de kunsten gaan begrijpen niets van kunst”, zegt hij, wijzend op een kopie van de foto in een lichtbox die hem door de kunstenaars is geschonken. „Ze noemden die foto een schande voor Rusland en zagen het niet als een kunstwerk, maar als een foto van twee homoseksuele politieagenten en als een politieke provocatie. Ze zijn bang voor non-conformisme en zien kunst als politiek.”

Het proces tegen Jerofejev en Samodoerov wordt op 11 september voortgezet.