We zien geen grote strikken van hoofdhaar voorbijkomen

Op MTV danst een vrouw in bodystocking een moderne versie van ‘de robot.’ Op haar hoofd prijkt een strik, gemaakt van platinablond haar. Vriendin M. en ik kijken ademloos toe. Aan het einde komt haar naam in beeld. Lady GaGa. „Dus dat is waar de jeugd tegenwoordig naar luistert,” mompelt M. Ze is onder de indruk. Ik ook.

Nog steeds MTV. Er volgt een videoclip die we wel kennen. Een heel oude. Als het jaartal in beeld schuift, schrikken we. „No diggity,” zingen de gladde jongens. „No doubt.”

We knikken mee. Veel herinneringen. Danseressen komen in beeld. „Kijk,” wijst M. „Zo dansten wij ook, vroeger.” Ze heeft gelijk. Zou dat dan betekenen dat de kids van nu zo dansen als Lady GaGa? De vraag intrigeert ons.

Er is maar één manier om er antwoord op te krijgen. We doen onze hakken aan, en gaan naar de Jimmy Woo, een club waar we in een grijs verleden nog wel eens kwamen. Totdat we besloten dat werken en zorgen en hypotheken afbetalen leuker was dan gewoon een potje dansen in de nacht. Ik ben een beetje bang dat ik uit de toon zal vallen, met mijn 32 lentes.

Maar er blijkt een feest van een reclamebureau aan de gang te zijn. Voordeel: ik ben nu niet de oudste. Nadeel: het is een feest van een reclamebureau. We concluderen al snel dat witte overhemden en halflang haar en vogue zijn in de reclamewereld. Net als slechte house en dronken secretaresses. We merken ook dat reclamejongens zichzelf erg hip vinden. Dat komt doordat ze dingen bedenken. Zoals welke kleur de verpakking van zeep moet zijn. Of welke muziek er onder een filmpje met een joggende vrouw komt. Je moet, inderdaad, wel extreem hip to the bone zijn om zoveel genie aan de dag te leggen.

In elk geval komen we er niet achter of de jeugd danst als Lady GaGa. Reclamejongens schuren vooral tegen hun secretaresses aan. Ook zien we geen grote strikken van hoofdhaar voorbijkomen.

Teleurgesteld druipen we af. „We hebben niet eens gedanst,” zeg ik tegen M. terwijl we op de tram naar huis wachten. Aan de overkant van de straat verzamelen zich wat jongelui. Eentje heeft iets aan wat door zou kunnen gaan voor een bodystocking. M. zucht. „Onze dancing days zijn voorbij, vriendin.” „No diggity,” antwoord ik. „No doubt.”

Schrijfster Karin Amatmoekrim vervangt Aaf, die met vakantie is.