Tijd duurt langer als je er steeds op zit te letten

Waarom duurt het wachten op de bus eindeloos en vliegt de tijd bij je favoriete tv-serie?

De rekbaarheid van de tijdsbeleving kent vijf psychologische wetten.

Terugkomen van een vakantie gaat vaak ongeveer zo. Op de eerste maandag dat je naar je werk gaat of je vrienden aan de telefoon hebt om te vertellen dat je heelhuids terug bent, ligt je vakantie nog vers in je geheugen. Je voelt de Franse campingzon nog op je gezicht. Je bent helemaal tot rust gekomen, want wat heb je leuke dingen gedaan en gezien.

Je collega die ’s maandags vrij is, vraagt dinsdagmorgen nog even naar je vakantie. Hoe was het? Heerlijk, natuurlijk. Mooi land, Frankrijk.

Woensdagmiddag lijkt het alsof je niet bent weggeweest. Terwijl je toch drie hele weken vrij had. En op het strand, in dat museum, kerkje of op die berg had je je nog zo voorgenomen om dat vakantiegevoel vast te houden. De woensdag de week dáárop weet je niet eens meer precies hoe lang geleden je bent teruggekomen. Eén week, of toch alweer twee?

De vakantie en de herinneringen eraan ‘krimpen’ in je geheugen omdat er ook niet veel ruimte aan verspild hoeft te worden, legt John Michon uit. Hij is emeritus hoogleraar cognitieve psychologie en deed onderzoek naar de beleving van tijd. Michon ontdekte dat een periode waarin weinig inhoudelijks gebeurt, wegebt uit je geheugen: „Waarschijnlijk leken alle dagen van de vakantie ongeveer op elkaar. Of je nu een dorpje bezocht, aan het strand hebt gelegen of boeken hebt gelezen; het was warm en zonnig, en in elke kroeg smaakten de biertjes even koud of even lauw.”

Omgekeerd zal een vakantie in je geheugen langer lijken als je actief bezig bent geweest, interessante mensen hebt gesproken, spannende dingen hebt ondernomen en veel hoogtepunten hebt meegemaakt, voorspelt Michon – hij geeft als voorbeeld een voettocht door Groenland of Antarctica. „Dan heb je iets substantieels om aan terug te denken.”

Onze waarneming van tijd verandert dus achteraf, maar ook op het moment zelf kan de perceptie van tijd verschillen. Tijd kan vliegen en traag verstrijken: de twee minuten wachten tot die bus om de hoek komt, duren bijvoorbeeld veel langer dan twee minuten van je favoriete televisieserie. Steve Taylor, docent psychologie aan de Universiteit van Manchester, schreef hierover het boek Tijd maken. Tijdsbeleving en hoe we ermee omgaan (Uitgeverij Ankh-Hermes, 2008).

Taylor onderscheidt vijf ‘wetten van psychologische tijd’. Een van de belangrijkste factoren in hoe we tijd ervaren, is leeftijd. Voor kinderen verstrijkt de tijd langzamer dan voor ouderen. „Wat voor een onderwijzer op de basisschool een korte les van 40 minuten is, duurt in de ervaring van een kind vele malen langer.”

De leeftijd waarop we beginnen te merken dat de tijd werkelijk sneller gaat, ligt rond de dertig, of achterin de twintig. Steeds minder ervaringen zijn nieuw, de jaren lijken elkaar steeds sneller op te volgen omdat het de zoveelste Kerst is, en de zoveelste verjaardag. „Als je jong bent, heb je onnoemelijk veel nog nooit meegemaakt. Je wordt continu beziggehouden door al die nieuwe zaken op je pad”, zegt Michon.

Daarmee omschrijft hij deels de tweede wet van Taylor: nieuwe ervaringen en nieuwe omgevingen vertragen de tijd. Weer een vakantie als voorbeeld: een stedentrip naar Praag of Stockholm, waarin je veel musea bezoekt, naar restaurants gaat en de stad verkent, lijkt langer te duren dan een gewoon weekend thuis. Thuis is bekend terrein, de buitenlandse stad is nieuw en eist je aandacht op.

Dan zijn er twee wetten die exact elkaars tegenovergestelde zijn. Hoe drukker we ergens mee bezig zijn, des te sneller gaat de tijd. En: Hoe minder we in beslag worden genomen, des te langzamer de tijd verstrijkt. Hier gebruikt Taylor het bus-voorbeeld weer: we hebben eigenlijk niets te doen, behalve op de bus wachten. En die is altijd te laat. Dus lijken die minuten wel een kwartier.

De laatste wet treedt op ‘wanneer de tijd stilstaat’. Als het ‘ego’, het ik dat bewust nadenkt over het verleden of toekomst, wordt uitgeschakeld, komt de tijd (bijna) stil te liggen. Bijvoorbeeld bij schizofrenie of als iemand in shocktoestand verkeert. Ook alcohol en drugs kunnen de bewuste ervaring van tijd laten verdwijnen. Hypnose en meditatie hebben hetzelfde effect: het ‘ego’ is niet meer in staat na te denken over de tijd.

Kunnen we onze beleving van tijd manipuleren? Zodat nare momenten sneller voorbijgaan en leuke momenten langer duren? Het eerste doen mensen al geregeld. We doden de tijd in het vliegtuig, door films te kijken, boeken te lezen en spelletjes te spelen. We bellen met vrienden als we op de bus staan te wachten. Want als we ergens door in beslag genomen worden, verstrijkt de tijd vlugger.

Moeilijker is het om een leuke tijd te verlengen. Zorg dat je nergens door in beslag wordt genomen, tipt Taylor. Dus op een avond alleen thuis die je zo lang mogelijk wilt laten duren, moet je geen film kijken die je complete aandacht opslokt, want dan vliegt de tijd. „Ik lees een stuk in een boek, luister dan wat muziek, bel eens met een vriend en drentel wat door het huis. Zo duurt mijn avond het langst.”

Volgens hoogleraar Michon is het niet mogelijk om voor de volle 100 procent te genieten en tegelijk het verloop van de tijd in de gaten te houden. Stel je voor: je bent op een leuk feest, maar om half één moet je de laatste trein naar huis hebben. Dan heb je het naar je zin, maar kijk je wel steeds op je horloge: nog een half uur. Nu nog twintig minuten. Over een kwartier moet je echt weg. „Het feestje wordt er niet leuker op.” Volgens hem heb je dus de leukste tijd als je niet op de tijd hoeft te letten. Nadeel: de uren vliegen om. Het voordeel: dat feest of weekendje weg lijkt achteraf langer, omdat het zo leuk was.