Parasiet hersenspoelt mieren: 'dáár sterven, graag'

Een schimmel in het Thaise regenwoud beheerst een wel heel geavanceerde vorm van manipulatie: Ophiocordyceps unilateralis hersenspoelt zijn gastheer, een mier, zodanig dat deze sterft op een plek waar hijzelf het best kan groeien en zich voortplanten.

Dat de schimmel zich vestigt in de mier Camponotus leonardi en hier na diens dood uitgroeit is al langer bekend. Het fenomeen komt ook voor in de BBC-documentaireserie Planet Earth. In de septembereditie van The American Naturalist analyseren en beschrijven Deense en Nederlandse onderzoekers de werkwijze van de schimmel voor het eerst volledig.

De schimmel zorgt ervoor dat de mier naar een lekker vochtig plekje toeloopt voordat hij sterft, en dat hij zich vastbijt aan de onderkant van een blad. Na zijn dood behoudt de mier door een bewerking van de schimmel de benodigde spierkracht om te blijven hangen – death grip noemen de onderzoekers dat. Hoe de schimmel deze bewerkingen uitvoert is nog onbekend. In twee weken tijd groeit de schimmel uit. Hij overwoekert eerst het lijkje met draden en uiteindelijk komt een lang sprietvormig voortplantingsorgaan door het hoofd van de dode mier naar buiten. Via deze spriet verspreidt de schimmel sporen die nieuwe mieren kunnen infecteren. Het karkas van de mier gebruikt de schimmel al die tijd als bescherming van zijn kwetsbare delen, terwijl hij eromheen antibiotica afscheidt om andere micro-organismen te weren.

Dat de mier precies naar de juiste plek loopt, toonden de onderzoekers aan door een aantal dode besmette mieren te verplaatsen van 25 cm boven de grond naar hoger- en lagergelegen plekken. Daar stierven bijna alle schimmels; een enkeling overleefde wel maar groeide nauwelijks uit. De mieren proberen overigens wel te ontsnappen aan de parasiet: waar die voorkomt bouwen ze hun nesten hoger en zoeken ze nauwelijks voedsel op de grond. Als ze een dode besmette mier ontdekken, dumpen ze die zo ver mogelijk van hun nest.

Bekijk het fragment uit de BBC-docu Planet Earth via www.nrc.nl/wetenschap