Koe gevaarlijker dan Hummer

Groei en bloei: Economie is goed voor het milieu Auteur: Ed LofUitgever: Nieuw Amsterdam 2008; 221 pagina’s, 17,95 euro.

Wie draagt meer bij aan de klimaatverandering: een vegetariër die een Hummer rijdt, of een vleeseter in een Opel Corsa? Het is een van de prikkelende vragen die econoom Ed Lof de lezer voorlegt in ‘Groei en bloei’. Een antwoord geeft hij in dit geval niet. Lof wil de lezer vooral aanzetten tot nadenken over klimaatverandering, de oorzaken daarvan, en de beste manier om het probleem aan te pakken. In de publieke opinie wordt vooral de verbranding van fossiele brandstoffen veroordeeld, en dan met name het autorijden. Dat is inderdaad een belangrijke oorzaak van klimaatverandering, schrijft Lof. Maar zeker niet de enige. Landbouw is nog zo’n oorzaak. Het leidt tot het grootschalig kappen en verbranden van bossen. Problematisch is vooral het rundvee, dat met zijn methaanwinden serieus bijdraagt aan het broeikaseffect. Maar je hoort bijna niemand over het belasten van het eten van rundvlees. Sterker nog, de landbouwsector wordt zwaar gesteund met subsidies. En dat terwijl de aanschaf van een Hummer inmiddels extra wordt belast met 20.000 euro.

Lof plaatst de discussie over klimaatverandering in een breder kader, over de misverstanden rond milieu en economie. Vaak wordt gedacht dat het hier over tegengestelde belangen gaat. Wat goed is voor het milieu, is slecht voor de economie. Onzin, beweert Lof. Hoe rijker landen worden, hoe meer aandacht ze gaan hechten aan schoon water, schone lucht, gezond eten, natuur. Milieu en economie gaan hand in hand.

De eigenlijke betekenis van het woord ‘economie’ benadrukt dat ook. Het is de wetenschap die in kaart brengt hoe schaarse middelen zo efficiënt en doelmatig mogelijk kunnen worden ingezet. Of, in de woorden van Lof: „Dat zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk kunnen genieten van het goede der aarde.” Daarbij mag de gemeenschap als geheel per saldo niet slechter af zijn. Milieu hoort in die afweging ook thuis, zeker in het rijkere Westen.

Voorbeeld: als Nederland besluit om de uitstoot van fijnstof te verminderen, moeten autorijders weliswaar de kosten van een roetfilter opbrengen, maar het aantal patiënten met longziekten daalt. Kortom, winst voor de economie.

Lof zou graag zien dat problemen vaker worden opgelost op basis van een rationele afweging van kosten en baten. Maar zo’n afweging wordt vaak gedwarsboomd. Onder meer door de milieubeweging, stelt Lof. Want om zo’n afweging te kunnen maken, moet je zaken met elkaar kunnen vergelijken. Is een bos meer waard dan een bedrijventerrein? Wat hebben we over voor een mensenleven? Om dat te bepalen moet je eerst aan alles een waarde toekennen, uitgedrukt in geld. Maar, stelt Lof, milieuactivisten wijzen zo’n benadering op morele gronden af.

Er zijn meer barrières. Politiek gewin, onkunde. Gevestigde belangen. Wil de auto-industrie wel dat elke auto verplicht een roetfilter krijgt? Wil de westerse landbouwsector zijn riante subsidies wel opgeven, om boeren in ontwikkelingslanden meer concurrentiekracht te geven?

Ook het kuddegedrag van de mens staat in de weg. Hele volksstammen volgen klimaatgoeroe Al Gore blind in zijn onheilstijdingen. Maar kloppen zijn analyses wel? Als dat al zo is, moet alle aandacht, en geld, nu opeens worden gericht op het terugdringen van de mondiale CO2-uitstoot? Of is de economie meer gediend bij het aanpakken van malaria, aids en armoede?

Zo zijn er voortdurend verstoringen die leiden tot oneconomische ingrepen. Een van de peilers van het Europese klimaatbeleid is de technologie om CO2 ondergronds op te slaan. Een kostbare technologie, door Lof zelfs „een heilloze en uiteindelijk verspillende weg” genoemd. Hij vraagt zich af waarom Europa niet veel zwaarder inzet op energiebesparing bij huishoudens en industrie, en het zuiniger maken van vrachtwagens. Dat zijn netto kostenbesparende maatregelen, zo is uit onderzoek gebleken. Toch eindigt Lof met hoop. Hij verwacht dat de mens grote dreigende problemen, zoals het kunnen voeden van 7 miljard mensen, weet op te lossen met technologie. Daarvoor is het wel nodig een waarde toe te kennen aan milieuproblemen, en aan schaarse hulpbronnen.