Jubileum van geweld

Afgelopen zondag ontploften er weer bommen op Mallorca. Tien dagen eerder was een aanslag gepleegd op een politiebureau op het vakantie-eiland. En kort daarvoor was een kazerne van de gendarmerie in Burgos doelwit van een autobom. Het patroon is duidelijk: de Baskische afscheidingsbeweging ETA markeert haar 50ste verjaardag.

Euskadi Ta Askatasuna – Baskenland en Vrijheid – meldde zich voor het eerst op 31 juli 1959. In Spanje was Franco toen aan de macht. Met het luchtbombardement van Guernica in 1937 had de katholieke generaal Franco laten blijken dat hij bereid was tot geweld tegen de eveneens vrome nationalisten in Baskenland. Ook na de burgeroorlog (1936-’39) bleef hij elk nationalistisch sentiment hard bestrijden. Eind jaren vijftig zagen studenten daarom geen heil meer in de terughoudendheid van de oude nationalistische partij PNV.

Deze jongeren wilden „handelen”. Geweld werd niet op voorhand afgewezen. „Je werd gearresteerd en mishandeld als je de Baskische taal in het openbaar gebruikte. Die keiharde reactie van het militaire regime bracht de ontwikkelingen in een stroomversnelling”, vertelde een van de ETA-jongeren uit 1959, de nu 76-jarige jurist en spijtoptant Madariaga, vorige week in De Groene Amsterdammer.

Tijdens het bewind van Franco kon de ETA, die in de jaren zestig haar nationalistische ideologie optuigde met wat marxisme-leninisme, bogen op enige sympathie. Dat bleek bij uitstek na de bomaanslag op klaarlichte dag op admiraal Blanco in 1973. Dat veranderde echter na de dood van Franco in 1975. De democratisering én decentralisering van Spanje werd door de ETA niet gezien als een kans voor verregaande Baskische autonomie, maar als een gevaar voor de eigen existentie. De ETA werd een groep die zonder enig aanzien des persoons geweld gebruikt: tegen politici en ambtenaren, die van ‘verraad’ worden beticht, en tegen burgers, die worden afgeperst tot het betalen van ‘revolutionaire belasting’. Net als de Koerdische PKK en vergelijkbare radicale strijdgroepen is de ETA nu een maffia-achtige organisatie die door niet meer dan honderd diehards wordt beheerst.

De ETA heeft zo niet alleen zichzelf ontmaskerd, maar ook het nationalisme gecompromitteerd. Bijna nergens heeft een regio zoveel autonomie als de Baskische. Maar voor de nationalisten in Baskenland is dat niet genoeg. De burgers lijken daar anders over te denken. Ze hebben niet alleen hun buik vol van geweld maar ook van retoriek. Bij de laatste regionale verkiezingen verloor de PNV de macht voor het eerst sinds de dood van Franco. De Baskische regering wordt sinds april dit jaar gevormd door sociaal-democraten én conservatieven.

„Het einde van de ETA is een kwestie van tijd. Ze zijn de weg kwijt, maar ze zijn niet in staat om uit hun eigen doolhof te ontsnappen”, aldus spijtoptant Madariaga.

Maar voordat de harde kern dat inziet, lijkt de ETA zich nog een kans te willen geven met een hernieuwde explosie van geweld. Met politieke tactiek heeft dat niets te maken. De ETA is een doodgewone criminele bende geworden.