Hoofdstuk 7

Vol ongeloof vloog ik de volgende ochtend met mijn vrienden, de Texelse havenkauwen, naar de duinen. En ja hoor, niet ver van een meeuwenkolonie had je verschillende kauwenparen die in oude konijnenholen leefden. Ik mocht mee naar binnen bij een duinkauw, een lange gang in, naar een nest, met veel sigarettenpeuken.

„Sinds het rookverbod liggen de terrassen op het eiland er vol mee”, zei de duinkauw. „Handig. Tabak verjaagt parasieten en andere rotbeestjes’’, zei hij. „Peuken, enorm goed voor je gezondheid”, besloot hij de rondleiding. Terwijl we buiten nog wat napraatten, kwam een mantelmeeuw uit de kolonie in de buurt langs wandelen. Hij keek niet vrolijk. „Môgge buurman”, zei de duinkauw. „Nog steeds hetzelfde, zie ik.”

De mantelmeeuw hield halt en knikte. Hij draaide zijn kop naar zijn rug, en tikte met zijn gele snavel tegen een apparaatje dat hij daar had zitten, dat ik nu pas zag. Het was een zwart apparaatje, een forse mensenvinger dik en lang, met een antennetje er op.

„Meneer is gezenderd”, zei de duinkauw. „Hier op het eiland, door studenten uit Amsterdam.” De mantelmeeuw knikte gedeprimeerd. Ik stond paf. Had dokter Huis dan toch gelijk, dat de mens alle vogels wilde zenderen om ze in de gaten te houden? Via satelliet, internet en webcam? Werden we constant bespied?

Ik vertelde over Theunis de grutto, die een zender in zijn maag had gehad. „Ja, het kan altijd erger”, gaf de meeuw toe. „Op mijn rug zit de nieuwste gps-zender. Iedere beweging die ik maak, iedere wiekslag die ik doe, bekijken ze. Non-stop via satelliet en internet. Elke seconde weten ze waar ik uithang! En als je denkt, straks gaat ’t batterijtje wel op, zoals die in de maag van uw vriend de grutto. Niks ervan. Zonnepaneeltje zit op de zender op mijn rug, meneer, continu stroom. Mijn vrouw is er ook heel blij mee. Ze heeft nu ook een scherm, waarop ze me van minuut tot minuut volgen kan”, zuchtte de mantelmeeuw. „Vroeger zei ik nog wel eens, ik ga even een paar dagen met mijn vriend Kees de zee op. Dan was je vrij, u kent dat wel.” Ik knikte.

De meeuw vervolgde: „Nu is het, als ik thuiskom: En wat deed je op de vuilnisbelt in Den Haag? Met wie was je in de Golf van Biskaje? Wetenschappers en vrouwen vinden het heerlijk. Maar eerlijk gezegd kan ik, als vrije vogel, er niet meer tegen. Privacy is passé. Nooit ben je meer even op jezelf.” De arme meeuw liet zijn kop hangen. Ik voelde met hem mee. Ik voelde me ineens zo vrij en onbezwaard, ook al had ik een hoop ellende achter de rug. „En als ik die zender nou eens van u overneem”, zei ik. „Dan bent u vrij, en dan breng ik de wetenschappers in de war.”

Wordt vervolgd

Muziek bij deze en vorige afleveringen: nrc.nl/achterpagina