Hoe gaan astronauten naar het toilet?

Vorige week werd bekend dat de Nederlandse astronaut André Kuipers in december 2011 voor de tweede keer de ruimte in gaat. Leonie Prins uit Leiden vraagt zich af hoe ruimtevaarders eigenlijk naar de wc gaan.

Wubbo Ockels was de eerste Nederlandse astronaut die een ruimtevlucht maakte, met de Space Shuttle in 1985. Ockels legt uit dat het toilet in het Amerikaanse ruimteveer eruitziet als een gewone wc. „Alleen heb je twee beugels over je bovenbenen om te voorkomen dat je wegzweeft.” In de toiletpot wordt de ontlasting niet weggespoeld met water – dat zou ook wegzweven – maar opgezogen, met een soort ‘stofzuiger’. „Plassen doe je in een apart trechtertje, waarin ook zo’n stofzuiger zit”, vertelt Ockels.

Dit principe is hetzelfde in het International Space Station (ISS) waar Kuipers zal verblijven. Het ISS heeft twee toiletten van Russische makelij. Een van die wc’s, in het Amerikaanse gedeelte van het ruimtestation, is gekoppeld aan een geavanceerd nieuw systeem dat de urine van astronauten omzet in drinkwater. „Dat werkt goed”, zegt Kuipers, die nu de Europese astronauten in het ISS vanuit München begeleidt. „Op onze beeldschermen zie ik dat ze het water drinken.” Recycling van vocht is goedkoper dan de aanvoer van water vanaf de aarde.

Naar de wc gaan in de ruimte is niet makkelijk. „De opening is klein en en je moet goed gepositioneerd op de bril zitten, want anders wordt het een rotzooitje en moet je de boel opruimen”, zegt Kuipers. „Het komt weleens voor dat nieuwe astronauten het afzuigmechanisme vergeten aan te zetten.” Ockels vertelt over de intensieve training die hij kreeg bij NASA in Houston. „In de training facility had je twee toiletten. Eén gewone, en één met een videocamera die je van onderen filmt. Je kunt dan zien of je goed in het midden zit. Er werden natuurlijk grappen gemaakt over de baas van NASA die mee zat te kijken. In het echte toilet moest je minstens vijfmaal succesvol een drol in het midden van de pot hebben gedraaid om voor dit onderdeel van het programma te slagen.”

Mark Beunderman

Ook een vraag? vraag@nrc.nl