Hoe diervriendelijk is de paardensport?

De roep om een aangepast dopingreglement in de paardensport wordt steeds luider. De zogenoemde ‘nuloptie’ zou de sport een slecht imago bezorgen.

Paardensportland Duitsland was er twee maanden geleden flink van ondersteboven: het nieuws dat dressuurboegbeeld Isabell Werth was geschorst nadat bij haar paard Whisper het verboden kalmeringsmiddel fluphenazine was aangetroffen. „Een catastrofe voor de paardensport”, noemde voorzitter Breido Graf zu Rantzau van de Duitse paardenbond de onthulling.

De amazone zelf stelde in een verklaring dat zij het medicijn op aanraden van haar veterinair had toegediend om een aandoening van Whisper te behandelen. En de Duitse dressuurdiva hekelde en passant het dopingbeleid van de internationale paardenbond FEI. Naar eigen zeggen had zij na toediening van het middel extra lang gewacht om haar paard weer de ring in te sturen, maar door geavanceerde opsporingstechnieken was zij toch betrapt.

Werth is niet de enige die moeite heeft met het dopingbeleid van de FEI. De laatste tijd wordt de roep om een aangepast reglement steeds luider – niet alleen van ruiters, maar ook van bondscoaches, dierenartsen en juryleden. De FEI heeft inmiddels een clean sport commission in het leven geroepen die het eigen dopingbeleid tegen het licht moet houden. Een conceptvoorstel voor een nieuw dopingreglement is onlangs aan de nationale bonden voorgelegd en zal op z’n vroegst in november tijdens de algemene vergadering van de FEI worden bekrachtigd.

Het huidige ‘zero tolerance beleid’ werd eind jaren tachtig rond de eerste Wereldruiterspelen in Stockholm ingevoerd. Door voorschrijdend inzicht is de nuloptie inmiddels wat bijgesteld: het gebruik van middelen die onder regulier veterinair handelen vallen worden minder zwaar bestraft dan prestatie verhogende middelen. Maar deze middelen moeten tijdens de wedstrijd wel weer uit het lichaam verdwenen zijn. Paarden die vlak voor een wedstrijd aan een ooginfectie, griepje of spierpijn zijn behandeld, kunnen nog altijd een schorsing tegemoet zien. „Een absurde situatie”, aldus Rob Ehrens, bondscoach van de Nederlandse springruiters. „Maar we zijn nu eenmaal gedwongen om mee te werken.”

In het paardenblad De Hoefslag krijgt de dopingdiscussie een steeds emotionelere lading. „Niets in de internationale paardensport lijkt zo ondoorgrondelijk als het dopingbeleid”, schreef columnist Peter van Pinxteren enkele maanden geleden in het vakblad. „Als een atleet olympisch goud moet winnen op louter boterhammen met pindakaas, gelooft niemand dit. Van een paard wordt wel verwacht dat het op water en hooi een olympische plak wint en dát in een tijd dat lichaamsvreemde stoffen tot in picogrammen (elf nullen achter de komma) kunnen worden opgespoord.”

Uit onderzoek blijkt dat het overgrote merendeel van de dopinggevallen ongeoorloofd medicijngebruik betreft; bij slechts een klein percentage gaat het om echte doping. Zo kan bij slechts één van de acht sportpaarden die bij de Olympische Spelen van Athene (2004) en Hongkong (2008) op verboden middelen werden betrapt, van een echt dopinggeval worden gesproken. Maar het zorgde er wel voor dat Duitsland een gouden medaille bij de landenwedstrijd van het springen moest inleveren. En dat de Duitse tv-zenders ARD en ZDF dreigden met een uitzendboycot als paardenliefhebbers hun sport de rug toekeerden.

„Het publiek wordt steeds mondiger”, vindt Wim Ernes, die al twintig jaar jureert bij dressuurwedstrijden. „Toeschouwers zitten – niet ten onrechte trouwens – overal met hun neus bovenop. En ook dierenactivisten laten steeds meer van zich horen. De recente dopinggevallen geven tegenstanders van de paardensport munitie om te schieten. Het imago van onze sport wordt er niet beter op.”

Het afschaffen van de nuloptie lijkt een simpele oplossing. Maar de vraag is wat ervoor in de plaats moet komen. Eén mogelijkheid is dat er twee reglementen komen: een voor doping en een voor medicatie. „Maar de gedachte achter de nuloptie is dat paarden, anders dan mensen, niet kunnen kiezen wat voor middelen zij tot zich nemen”, zegt paardeninternist Marianne Sloet, die paardenbond KNHS van veterinaire adviezen voorziet. „De FEI wil niet dat ruiters hun paarden dwingen wedstrijden te lopen als ze niet helemaal gezond zijn. Een voetballer kan er zelf voor kiezen of hij met een recent behandeld knieprobleem wil voetballen, een paard heeft die keuze niet.”

Een nieuw medicatiereglement verplicht ruiters een logboek bij te houden van alle behandelingen. Dat zou een prima zaak zijn, zeggen zowel springruitersbondscoach Ehrens als dressuurbondscoach Janssen, want zo ontstaat er geen discussie meer over het hoe en waarom van bepaalde lichaamsvreemde stoffen.

Maar ook die variant is niet waterdicht, waarschuwt paardeninternist Sloet. Want met de huidige technieken kun je niet achterhalen of een paard bijvoorbeeld ontstekingsremmers kreeg ingespoten om een gewrichtsprobleem aan te pakken of een wespensteek te behandelen. Sloet: „En dat is cruciale informatie bij de vaststelling of een behandeling als ongeoorloofd moet worden aangemerkt.”

Er is haast geboden bij nieuwe richtlijnen, vinden de geïnterviewden. Maar zij zijn het er ook over eens dat de FEI niet over een nacht ijs moet gaan. Dressuurbondscoach Janssen: „Op papier is het mogelijk om binnen een week een nieuwe structuur neer te zetten, maar het gaat er nu juist om dat alle neuzen dezelfde kant opstaan. De paardensport loopt mijlenver achter op de humane sport. Dus of we willen of niet: het wordt een proces van lange adem.”

Dit is deel acht in een serie over doping. Lees eerdere delen via nrc.nl/sport