Dronken vader en prille jongen

Theater Festival Boulevard De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst door Afslag Eindhoven. Gezien: 12/8 De Gruyterfabriek Veemarktkade, Den Bosch. Te zien t/m 16/8 aldaar. Inl www.festivalboulevard.nl

* * * *

Het zijn fenomenale drinkers, vader Pie, oom Petrol en hun Vlaamse drinkebroersbende. Ze beschouwen drinken als een tak van sport, zoals wielrennen bijvoorbeeld. Voor elke vijf kilometer een glas bier, trappist of wodka. Volkomen dronken houden ze zich staande aan de illusie dat ze nog lang niet lazarus zijn. En de dertienjarige zoon Dimitri slaat in zijn onschuld alle verderf gade.

„Ik ben naar Reetverdegeem gereden”, zegt Dimitri aan het begin van de voorstelling. Hij begraaft zijn vader „zes vadem diep”. De tocht naar het graf vormt in de oorspronkelijke roman uit 2006 van Dimitri Verhulst het slot. Regisseur Yvonne van Beukering en bewerker Pietjan Dusee maken er het openingsbeeld van. De ellende van het miezerige dorp Reetverdegeem is op de speelvloer getransformeerd tot een vlakte van zand, modder, kapotte prullenbakken. De voormalige, vervallen fabriek van De Gruyter vormt hiervoor de heftig aangezette locatie.

Met de regie van De helaasheid der dingen zet regisseuse Van Beukering een lijn voort van meerdere, prachtige toneelversies van Nederlandse romans, zoals Mystiek lichaam van Frans Kellendonk en Knielen op een bed van violen van Jan Siebelink. Deze regie versterkt het gegeven van de eenzame jongen, omringd door zuipende en hoererende ‘nonkels’.

Rogier Schippers vertolkt de vader in een weemoedige mengeling van drankzucht en spijt. Hij speelt ontroerend de verscheurdheid van de man die niet kan kiezen tussen cafévrienden en vaderliefde. Zoon Dimitri krijgt van Martin Crins een prille, jongensachtige uitstraling. Oom Petrol, gespeeld door Dries Alkemade, is een neuroot die met trillende benen aangeeft dat alcohol een levensgevaarlijke verslaving is. Als wonderschoon tegenwicht tegen alle bederf treedt Marjolein Buijs op als een zuiver wezen, dat de familie het goede wil brengen. Maar er is niemand die naar haar luistert. De mannen herkennen zich in de uitbundig meegezongen song Only the lonely van Roy Orbinson. Dat is hun drinklied.

Jammer dat de voorstelling na een ijzersterk begin aan kracht verliest. De grafscène hoort aan het slot, zowel emotioneel als dramaturgisch. De regie en bewerking moeten moeten zich niet zo eigengereid met de secuur uitgedachte romanstructuur bemoeien.