Amerikaanse beurswaakhond SEC legt te lage boetes op

Moet de nieuwe baas van de beurswaakhond van de Verenigde Staten het doen met een proppenschieter? De boetes die door het team van Mary Schapiro bij de SEC (Securities and Exchange Commission) zijn uitgedeeld, wekken die indruk. Schapiro verdient lof voor de verbetering van het notoir lakse optreden van de dienst. Maar het zo gemakkelijk laten wegkomen van bedrijven kan haar nieuwe, strengere beleid ondermijnen.

Op het eerste gezicht lijken de boetes indrukwekkend. General Electric (GE) is akkoord gegaan met een schikking van 50 miljoen dollar (35 miljoen euro). De vroegere topman van American International Group (AIG), Hank Greenberg, moet 15 miljoen dollar betalen, en Bank of America (BofA) 33 miljoen dollar.

Maar deze bedragen stellen niets voor in vergelijking met de middelen van de betreffende bedrijven en personen. BofA is de grootste bank van het land, Greenberg is een miljardair en zelfs GE is vandaag de dag nog steeds 150 miljard dollar waard. De SEC heeft de beklaagden niet eens zover gekregen dat ze schuld hebben bekend.

De geringe hoogte van de boetes kan managers er juist toe aanzetten de regels op te rekken. Neem GE. De SEC beweerde dat het concern zijn cijfers over 2002 zodanig had ‘gemasseerd’ dat het kon blijven voldoen aan de winstverwachtingen van analisten. Zonder die boekhoudkundige trucs zou GE volgens de toezichthouder 1,5 dollarcent per aandeel tekort zijn geschoten.

Toen GE in het eerste kwartaal van 2008 niet aan de winstverwachtingen voldeed, moest de beurskoers zo’n 13 procent inleveren, waardoor meer dan 40 miljard dollar aan marktwaarde in rook opging. Met die percentuele daling als leidraad zouden de stappen van GE in 2002 de aandeelhouders – en de managers die grote pakketten aandelen bezaten – bijna 33 miljard dollar hebben bespaard.

Die vergelijking is niet helemaal eerlijk. De mate waarin GE in 2008 tekortschoot, was groter dan in 2002, want het gebeurde op een moment dat de crisis steeds erger werd en een maand nadat topman Jeff Immelt had beloofd de verwachtingen te zullen waarmaken.

Maar zelfs als maar een derde van de percentuele daling van 2008 wordt toegepast op de marktwaarde van GE van begin 2003 – hetgeen beter overeenkomt met de gemiddelde koersdaling van aan de S&P 500 genoteerde bedrijven die niet aan de verwachtingen voldoen – zou dat betekenen dat het conglomeraat zijn beleggers nog steeds zo’n 220 maal de kosten van de boete van de SEC zou hebben bespaard. Dan is het makkelijk genoeg om in de verleiding te komen het niet zo nauw te nemen met de regels .

Zulke berekeningen zijn uiteraard niet altijd even helder. Je moet ook rekening houden met de reputatieschade, de juridische kosten en het verlies van beleggersvertrouwen. Niettemin doet de toezichthouder er goed aan zijn harde woorden kracht bij te zetten door hogere boetes.

Dwight Cass