AEX-fondsen slaan mondkapjes, zeep en Tamiflu in

Hoe bereiden bedrijven in Nederland zich voor op een massale uitbraak van de Mexicaanse griep? Een rondgang langs AEX-fondsen.

AkzoNobel heeft een Corporate Pandemic Preparedness Team. Philips heeft er twee: voor Nederland en buitenland. ING heeft haar business continuity-plannen van de vogelgriep afgestoft. Bij de NS rekenen econometristen zich nog suf om de treinen soepel te laten rijden ook al zit eenderde van de conducteurs en machinisten straks wegens griep thuis.

Het is vakantietijd, de ban van de grieppandemie is opeens gebroken, de Mexicaanse griep zou niet bijzonder dodelijk zijn en het aantal besmettingen valt mee. Maar volgens viroloog Joep Galama van de Radboud Universiteit in Nijmegen is de angst voor een massale griepuitbraak reëel. „Nog niet eens zozeer uit gezondheidsperspectief, maar wegens de enorme economische verliezen”, zegt hij.

Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) heeft de gevolgen van de pandemie voor Nederland inmiddels ‘doorgerekend’. In het ernstigste scenario worden in totaal vijf miljoen Nederlanders 8 dagen ziek. Rond de zesde week na de griepuitbraak, op het hoogtepunt, is 20 tot 30 procent van de bevolking absent van werk of school. Dat zijn drie tot bijna vijf miljoen mensen. Of ze zijn ziek of ze verzorgen zieken. Ook in het mildste scenario krijgen in totaal vijf miljoen mensen de griep, maar geen 8 maar 6 dagen. Op het hoogtepunt, nu rond de tiende week, zal dan tussen de 4 en 10 procent van de bevolking thuis zitten. Dat zijn volgens dit mildste scenario toch nog bijna een half tot ruim anderhalf miljoen mensen.

Bedrijven zijn op 10 juli door de ministers Klink (Volksgezondheid) en Ter Horst (Binnenlandse Zaken) opgeroepen maatregelen te treffen. Daarbij is niets verplicht, het is aan de bedrijven om te beoordelen wat nodig is. Deze krant maakte een rondgang langs 21 bedrijven met een AEX-beursnotering. Hoe bereiden zij zich voor op de grieppandemie? Vijftien reageerden. Alle vijftien melden maatregelen tegen een griepuitbraak. Er zijn verschillen. Zo richtte AkzoNobel een centraal crisisteam op voor alle 63.000 medewerkers in de 80 landen waar het verfbedrijf actief is. Het crisisteam stelde een centraal plan op met 36 punten die de persoonlijke hygiëne moeten bevorderen. Lokale teams moeten dit plan uitvoeren. Ook DSM heeft een centraal crisisteam, maar hier moeten lokale teams zelf passende maatregelen treffen.

Zes van de vijftien hebben desinfecterende zeep en mondkapjes ingeslagen, vier – voor een deel van hun werknemers – de virusremmer Tamiflu.

[Vervolg Griep: pagina 14]

Heel Nederland steriel maken gaat nu eenmaal niet

[Vervolg Griep van pagina 13]

Alle vijftien bedrijven instrueerden via nieuwsbrieven of intranet hun werknemers „meer aandacht” te besteden aan persoonlijke hygiëne.

Sommige bedrijven, zoals bierbrouwer Heineken en de bouwconcerns BAM en Boskalis, kochten in Nederland Tamiflu in en distribueren dit onder werknemers, en hun families, in landen waar de medische faciliteiten slechter zijn of waar virusremmende middelen lastig verkrijgbaar zijn. Uitzendconcern Randstad raadt wegens de bijwerkingen het slikken van Tamiflu af.

Net als bij chemieconcern DSM nemen bij Heineken de landendivisies het voortouw. Bij chipmachinefabrikant ASML kregen de landenmanagers de opdracht de adviezen van de lokale gezondheidsorganisaties te volgen. Dat betekent in de praktijk dat bij ASML in Azië het dragen van mondkapjes wordt aanbevolen, terwijl dit voor de medewerkers in Europa niet het geval is. „Cultuur speelt ook een rol”, zegt een woordvoerder van ASML. „In Azië zijn mondkapjes meer geaccepteerd en wordt er meer belang aan gehecht dan in Europa.”

Hoeveel geld de bedrijven aan hun griepplannen uitgeven willen de meeste niet zeggen. Alleen uitzendconcern Randstad, dat extra schoonmaakmiddelen, desinfecterende zeep en geplastificeerde informatiekaartjes heeft aangeschaft, zegt dat het bedrijf wereldwijd tienduizenden euro’s uitgeeft.

Inperken van reizen, dat bij bedrijven al gebeurde om te bezuinigen, gebeurt nu ook wegens de griep. DSM-medewerkers moesten al kunnen aantonen wat het voordeel is van reizen vergeleken met een videoconferentie. „Nu wordt dit ook gedaan uit een oogpunt van besmettingsgevaar”, zegt DSM. Vier van de vijftien bedrijven hebben het personeel een vorm van reisbeperkingen opgelegd. Post- en logistiek bedrijf TNT gaat het verst. Het adviseert zijn werknemers niet-essentiële reizen naar brandhaarden als Noord-Amerika, Japan, Argentinië en Australië uit te stellen. De werknemers moeten een „geïnformeerde afweging” maken of een zakenreis naar die landen echt nodig is, of dat er alternatieven zijn.

De meeste bedrijven benadrukken dat ze met crisisplannen bezig zijn, maar dat ze onmogelijk kunnen beoordelen wat de bedrijfseconomische gevolgen voor hen zullen zijn, aangezien niemand weet of de grieppandemie ernstig of mild zal toeslaan.

Vorige pandemieën sloegen altijd na de zomer in volle hevigheid toe. De Spaanse griep van 1918 bereikte haar hoogtepunt in Nederland in november en de Aziatische griep van 1957 in oktober. Het verschil met een gewone seizoensgriep is dat het grootste deel van de bevolking dáártegen immuun is. Bij gewone griep is maar 1 op de 1.000 mensen per week ziek, zegt viroloog Galama. „Bij de Mexicaanse griep kan die piek oplopen tot 10 of tientallen per 1.000 per week.”

Wat zullen de gevolgen van een pandemie zijn voor de Nederlandse economie? Het Centraal Planbureau heeft nog geen idee. „We hebben het druk met de kredietcrisis, maar wellicht gaan we er in de toekomst naar kijken”, zegt een woordvoerder.

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft literatuuronderzoek gedaan naar de gevolgen van een grieppandemie. Dat was in 2006 naar aanleiding van de vogelgriep. „Mensen zullen persoonlijk contact zo veel mogelijk proberen te vermijden”, schreven toen economen van DNB in het kwartaalblad van de bank. Ze zouden minder met het openbaar vervoer reizen, minder winkelen en minder naar het pretpark gaan. De consumptie zou dalen. Net als de productie, als een flink deel van de beroepsbevolking ziek is, zieken verzorgt of niet naar het werk durft, schreven zij. Daar komt volgens hen bij dat Nederland, meer dan andere landen in de eurozone, sterk afhankelijk is van het buitenland. Nederlandse dienstverleners werken meer voor buitenlandse opdrachtgevers en Nederlandse fabrieken zijn meer afhankelijk van halffabricaten uit Azië. Valt de vraag weg uit het buitenland of stokt de toevoer van halffabricaten, dan daalt automatisch de productie van Nederlandse bedrijven. Conclusie? „Een initiële daling van het bbp van 5 procentpunt als gevolg van een zware grieppandemie is niet onmogelijk.” Dus vijf punten minder groei dan er al zou zijn.

Vanuit zijn kantoor kijkt Wim Fabries uit over de sporen die naar Utrecht Centraal lopen. Haast continu schuiven de treinen het station binnen. Het is aan Fabries, hoofd logistiek bij de Nederlandse Spoorwegen, om ervoor te zorgen dat ook tijdens een pandemie de treinen zo veel mogelijk volgens het spoorboekje rijden. „De zwakste schakel blijft het personeel”, zegt Fabries.

Tot nu toe zijn er bij de NS slechts zeven (bevestigde) gevallen van Mexicaanse griep. Fabries heeft drie scenario’s opgesteld. Bij een uitval van 10 tot 15 procent van de conducteurs, machinisten en servicemedewerkers is er weinig aan de hand. Zo’n situatie lijkt op de zomervakantie en de NS heeft voldoende personeel om de treinen normaal te laten rijden. Bij een uitval van 50 procent schrapt de NS alle intercity’s en rijden er alleen stoptreinen. „Dat is echt een noodplan. De hele samenleving is dan ontwricht”, zegt Fabries.

Het middelste scenario, waarbij op het hoogtepunt van de griep 30 procent van het personeel wegblijft, is voor Fabries eigenlijk nog het lastigst. Een kenmerk van een grieppandemie is dat het sommige steden of gebieden harder raakt dan andere. Als er bijvoorbeeld in Maastricht veel griepgevallen zijn, betekent dat niet alleen dat de stoptrein Maastricht-Roermond niet kan rijden, maar de belangrijke intercity Maastricht-Alkmaar (via Utrecht en Amsterdam) ook zomaar zal wegvallen. Het treinstel staat in Maastricht, maar er is geen personeel om het te starten.

Over de kans dat reizigers massaal besmet raken in de trein is de NS minder bezorgd. „Pas na vier uur intensief contact in dezelfde ruimte bestaat er een kans op besmetting”, relativeert Hans Burggraaff, bedrijfsarts bij de spoorwegen. „Zo lang zitten reizigers in Nederland zelden in de trein.” Volgens Burggraaff is het „geen optie” om treinen niet te laten rijden om zo infecties te voorkomen. „De economische gevolgen van niet rijden zijn zoveel groter dan het kleine gezondheidsvoordeel dat het zou opleveren.”

De NS heeft geen strategische voorraad Tamiflu ingekocht, is ook geen voorstander van mondkapjes. Het bedrijf onderzoekt of treinen vaker schoongemaakt kunnen worden en of betere ventilatie in de treinen mogelijk is. Omdat conducteurs op de trein geen mogelijkheid hebben regelmatig hun handen te wassen, kocht de NS desinfecterende handgel in.

Volgens de Nijmeegse viroloog Galama is het „niet meer dan logisch” dat bedrijven maatregelen nemen tegen de griep. Maar of die allemaal even effectief zullen zijn vindt hij „betrekkelijk moeilijk te beoordelen”. Volgens hem moeten de voorschriften „een manier van leven worden voor de medewerkers”. Over de desinfecterende gel zegt hij: „Alle beetjes helpen.”

Als mensen de griep niet oplopen op hun werk, kunnen zij natuurlijk ook besmet worden buiten het bedrijf. Dat blijft haast onvermijdelijk, zegt Galama: „Je kunt moeilijk de hele samenleving steriel maken.” De hygiënische maatregelen blijven volgens de viroloog nodig tot het vaccin er is. „Dan hebben we de situatie in de hand, want dan is een groot deel van de bevolking beschermd tegen deze griep.”

Aan het onderzoek naar griepmaatregelen bij AEX-bedrijven deden de volgende mee: Aegon, Ahold, AkzoNobel, ASML, BAM, Boskalis, DSM, Heineken, ING, Philips, Randstad, TNT, Shell, Unilever, Wolters Kluwer.