Wraakzuchtig trok Jaap hem uit zijn rolstoel

Ik woon in een fijne, maar nogal voorspelbare buurt. Om niet te zeggen: saai. Voor de deur staan veel bakfietsen van De Fietsfabriek, een merknaam die misleidend proletarisch aandoet.

Er is weinig verkeer, op de occasional bezorger van de Volkskrant of NRC Handelsblad na. Mijn bovenburen zijn abonnee van de VPRO Gids. Soms wordt die per ongeluk bij mij bezorgd, en ligt mijn Veronica Gids bij hen op de mat. Dan gooien we de goede gidsen bij elkaar in de bus. Ik stel me voor dat zij dit hoofdschuddend doen, want wie leest er nou de Veronica Gids. Ik ben gek op de Veronica Gids.

Naast ons woonde tot voor kort Jaap. Jaap was een beetje in de war. Hij had het over ‘zij’ tegenover ‘mij’, en die polarisatie ging dieper dan VPRO en Veronica. ‘Zij’ waren de mensen van de overheid. Jaap hield nauwkeurig hun briefwisseling bij, in multomappen.

Naast samenzweringstheorieën hield Jaap ook van heroïnehoertjes. Die nam hij soms mee naar huis. Soms zochten ze hem zelf op. ‘Jaap,’ riepen ze dan ’s nachts. ‘Japie, ik weet dat je d’r bent. Doe nou open.’ We hoorden ze duidelijk, omdat we naast het raam aan de straatkant sliepen. Als ze hem uit eigen beweging opzochten, deed Jaap nooit open. Zo leerden we dat heroïnehoertjes een enorm uithoudingsvermogen hebben, als het op roepen in de nacht aankomt.

Jaap had al tijden ruzie met de invalide buurman van verderop. De gemoederen liepen zo hoog op dat de buurman met een schoot vol stoeptegels naar Jaaps huis reed, en zijn ramen ingooide. Wraakzuchtig trok Jaap hem daarop uit zijn rolstoel.

Daarna was het maandenlang stil naast ons. Toen een junk bij ons aanbelde, op zoek naar Jaap („Hij zal toch niet dood in z’n huis leggen, hè?”), begon ik me zorgen te maken. Ik belde de politie. Zij stuurden de brandweer. Die brak Jaaps deur open. Ze vonden enkel multomappen en een enorme puinhoop.

Weken later belde Jaap aan. De brandweer had zijn deur dichtgetimmerd. „Die rotzakken willen me hier al jaren weg hebben”, zei hij tegen me. Ik durfde niet te zeggen dat ik die rotzakken had gebeld. Een halfjaar later was Jaap voorgoed weg. De eigenaar verbouwde zijn huis tot ‘een leuke starterswoning op een rustige gracht in het centrum’. Geen hoertjes meer, geen knokpartijen met invalide buren. Het is een dooie boel, hier.

karin amatmoekrim