Wellink: Kamer ondermijnt gezag Nederlandsche Bank

Regentesk en defensief. Dat is de houding van bankpresident Nout Wellink, meent Kamerlid Paul Tang (PvdA). De discussie tussen de toezichthouder en politici wordt met de dag venijniger. Gisteren publiceerde het ministerie van Financiën een ‘Beste Wouter’-brief van Wellink aan de minister van Financiën waarin vrijwel alle kritiek op de toezichthouder van tafel wordt geveegd. Kritiek van onafhankelijke onderzoekers en van politici op de rol van de toezichthouder bij het sneven van internetspaarbank Icesave die op dat moment 1,5 miljard spaargeld had aangetrokken. Sterker, Wellink waarschuwt dat met de kritiek van Kamerleden het gezag van De Nederlandsche Bank in het geding is.

„De hele wereld heeft ongelijk, maar welke les trekt De Nederlandsche Bank dan wel uit het debacle met internetspaarbank Icesave?” vraagt Tang zich af. „Je mag toch zeker van de centrale bank verwachten dat zij lessen trekt uit de kredietcrisis.”

Tang spreekt van een rare reactie die het gezag van de toezichthouder meer aantast dan de kritiek zelf. Hij behoort tot de Kamerleden die de ingreep van de toezichthouder bij Icesave „te laat” en „te weinig doortastend” noemden, kritiek die volgens Wellink niet op het rapport kan worden gebaseerd dat onderzoekers opstelden. Die gebruikten inderdaad niet letterlijk die termen, maar spraken wel van een houding die „welwillend, procedureel en voorzichtig” was.

Wellink haalt ook een commentaar aan van Het Financieele Dagbladmet het verwijt dat de toezichthouder zich formeel verschuilt achter wettelijke kaders terwijl er een uitzonderlijke situatie bestond. Zulke kritiek miskent volgens Wellink de reden waarom bevoegdheden begrensd zijn. Zij vormen „in een rechtsstaat een fundamentele waarborg tegen willekeur, misbruik van bevoegdheid, onwettigheid en rechteloosheid. In uitzonderlijke situaties zijn die waarborgen juist het hardst nodig.”