Spokanië moet zo echt mogelijk zijn

Hoe word je gelukkig in drie weken? Vandaag: bouw luchtkastelen.

Rolandt Tweehuysen werkt al 50 jaar aan het land Spokanië en de taal Spokaans.

Hij weet niet wat hij zal doen met het vijftigjarige jubileum van Spokanië. Dat hij, Rolandt Tweehuysen, er vijftig jaar geleden zijn eerste boekje over schreef, is vanuit Spokaans perspectief natuurlijk niets. Het is niet alsof het land toen pas bestond. Maar om nou zomaar het moment voorbij te laten gaan dat hij een halve eeuw bouwt aan de eilandengroep ten westen van Ierland, met zijn ingewikkelde taal en zijn vriendelijke, wat stijve inwoners, is ook weer zo wat.

Het begon met de taal, en daar kwam een land bij. Want zonder een land met sprekers, met een geschiedenis, een religie, een geografie heb je ook geen taal, zegt Tweehuysen . „Nu kan ik het niet meer loslaten.” Soms droomt hij flarden Spokaans.

Het landschap van Spokanië is inmiddels in kaart gebracht. De gemeentes hebben inwoneraantallen, het land heeft een staatsbestel, een infrastructuur, een persbureau, een munteenheid, een woordenboek met zo’n 25.000 lemma’s („niet zo veel voor een woordenboek”) en twee dikke ordners vol grammaticaregels. Tweehuysen (59) doceerde als taalkundepromovendus aan de UvA en beheerst Engels, Nederlands, Frans, Duits, Zweeds, Spokaans en een beetje Noors, Deens en Spaans. „Ik denk dat er weinig talen zijn waarvan de grammatica zo uitvoerig beschreven is als van het Spokaans.”

Een willekeurig voorbeeldje uit hoofdstuk 92.8, van de site waar alles op staat. Woordvolgorde - gebruik van passiefconstructies: ‘De focus kan ook een deel van een constituent zijn, zoals blijkt uit het volgende voorbeeld:

a. Tu stintât velk kolpert letras?

jij schrijven-moet nog hoeveel brieven / Hoeveel brieven moet je nog schrijven?’

Vroeger frustreerde het Tweehuysen dat Spokanië nooit afkwam. Zeker toen zijn project op internet verscheen, en niets meer definitief was. Maar een land is nooit af, weet hij. „Om de vier jaar zijn er verkiezingen en dan zit ik weer met reeksen nieuwe ministers. Als mensen geboren zijn, moeten ze ook doodgaan.” Soms wordt het bijhouden van alle namen, functies en geboortedata zo ingewikkeld dat Tweehuysen wel databestanden zoals het CBS zou willen hebben.

En dan houdt Tweehuysen ook het nieuws bij. Toen Obama president van de VS werd, wilde de burgemeester van het Spokaanse Ubama een toeristische trekpleister van zijn stadje maken. En toen Het Parool schreef dat Mohammed B. in zijn eigen wereld leefde, ‘zeg maar in Spokanië’, brak er een rel uit in het land. „De minister van Buitenlandse Zaken was woedend, er wáren helemaal geen terroristen in Spokanië. Hij had niet begrepen dat het een grapje was.”

Nederlanders hebben daar soms ook last van. Samen met zijn partner Joost den Haan, met wie hij een vertaal- en redactiebureau runt, maakte hij de reisgids Spokanië: Berref, over een van de zeven eilanden. Eerder kwam uit: Uit in Spokanië - Nooit Weg.

Bij een signeersessie van dat boek stormde een woedende vrouw in de boekhandel op hem af. „Ik snap wel dat het niet bestaat”, zei ze, „maar minder slimme mensen niet. U verkoopt reizen, u verdient daar geld aan. Maar die mensen komen erachter dat er helemaal geen vlucht gaat! U maakt misbruik van ze.”

„Overal waar ik kom zie ik die tweedeling”, zegt hij. „Mensen die meegaan in de fantasie, en die zeggen: die is gek. Die zo weinig fantasie hebben dat ze niet snappen dat een ander wel fantasie kan hebben.”

Zijn fantasie begon in zijn kindertijd, toen hij met een vriendje krantjes uitwisselde over de landen Spokanië en Hexanië. Op zijn twaalfde schreef hij zijn eerste grammaticaboekje en riep Spokanië weer tot leven. Het leeft nog steeds op spocania.com. „Sommigen reageren agressief, die vinden het zonde van de tijd. Die schrijven op de site: waarom gaat u niet een taal doceren? Maar dat telt voor elke hobby. Het is voor de lol.”

Bovendien is Spokaans ook een serieuze taal die bestudeerd kan worden, meent Tweehuysen. „Mijn hoogleraar haalde tijdens college wel eens Spokaanse voorbeelden aan. Sommigen werden boos, dat is toch geen taal? Maar dan zei hij: wat maakt het uit of een taal door één of een miljoen mensen gesproken wordt?”

Spokaans wordt maar door één persoon ter wereld gesproken. En die spreekt het niet eens zo goed. Het doel was nooit om een wereldtaal te maken, zoals Esperanto. „Esperantisten zijn wereldvreemde types. Die denken dat als iedereen dezelfde taal spreekt, er vrede op aarde is. Maar het is een taal zonder land of cultuur.”

Een taal heeft context nodig, denkt Tweehuysen. Zo moet je in het Spokaans eerst vragen of je commentaar mag geven voordat je een compliment of kritiek geeft. Daar horen frasen bij als: wil je horen wat ik ervan vind? Dat past bij het teruggetrokken karakter van Spokaniërs, vindt hij. „De mensen gaan wonderlijk met elkaar om, daar heb ik wel eens moeite mee.” Het land is bureaucratisch en gesloten. Het platteland loopt achter. „Spokanië is alleen utopisch in de zin dat het zo echt mogelijk moet zijn.”

In die utopie wordt een natuurlijke taal gesproken. Tweehuysen zou wel willen onderzoeken of jonge kinderen zijn taal als moedertaal kunnen leren. Maar er zijn geen volwassenen die Spokaans kunnen doorgeven.

Straks is er zelfs niemand meer die Spokaans beheerst. Een opvolger die de site in de lucht houdt als hij er niet meer is, is welkom. Hij weet niet wie. Het sitebezoek neemt af en hij kent geen fans die er mee verder willen.

In ieder geval hangt het bestaan van Spokanië niet helemaal meer van hem af. Nederland heeft een luchtvaartverdrag met het land, geratificeerd door Neelie Kroes, die destijds minister van Verkeer was. De Rijksvoorlichtingsdienst had het persbericht tegengehouden. „Maar Kroes had gewoon een handtekening gezet, die vond het een grote mop.” 

Bezoek Spokanië en bestel de reisgids via spocania.com