Rijkssubsidie voor 36 extra promovendi

Negen onderzoeksscholen van universiteiten krijgen samen 7,2 miljoen euro om in totaal 36 extra promovendi aan te trekken. Deze rijkssubsidie moet het begin zijn van een hervorming van het promotiestelsel.

Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) zint op een promotiestelsel naar Angelsaksisch voorbeeld. De toekomstige promovendi komen al vanaf hun masterstudie terecht in een onderzoeksschool, soms ook graduate school genoemd. Tijdens deze tweejarige master kijken ze rond op diverse plaatsen binnen zo’n school, waarna ze zelf mogen kiezen bij wie en op welk onderwerp ze promoveren.

Volgens Plasterk, die zijn plan omschrijft als „een belangrijke wijziging in het onderwijsbeleid”, wordt wetenschappelijke kwaliteit in het nieuwe systeem beloond. Aankomende promovendi krijgen immers ruim de tijd om te kijken welke onderzoeken en welke hoogleraren hun goed bevallen. Plasterk: „Een promovendus kan zelf ervaren wat goed is of hoort het van collega’s. Ik noem dat de gossiptest.”

Niet alleen wetenschappelijke kwaliteit zal een rol spelen bij de keuze van promovendi, zegt Plasterk. „Wat ook meespeelt, is hoe een hoogleraar omgaat met een promovendus. Krijgt de promovendus credits voor het uitgevoerde onderzoek? Heeft een promotor de energie om een promovendus ergens aan te bevelen?”

Voorzitter Elizabeth Koier van het Promovendi Netwerk Nederland is gematigd enthousiast over Plasterks plannen. Ze erkent dat het nieuwe systeem ten goede kan komen aan de kwaliteit, maar ziet ook haken en ogen. „Het is natuurlijk goed dat masterstudenten al kunnen ruiken aan onderzoek. Maar de mobiliteit kan afnemen, in het geval van een lokale onderzoeksschool. Studenten komen daar terecht op hun 21ste, na hun bachelor, en gaan niet meer weg.”

Ook vreest Koier dat universiteiten de nieuwe constructie zullen misbruiken om het promotietraject te verkorten. „Het is verleidelijk om het tweede masterjaar te beschouwen als eerste promotiejaar. Dat is niet de bedoeling. Promovendi hebben doorgaans de volledige vier jaar nodig om hun proefschrift te schrijven.”

Vier van de 36 nieuwe promovendi worden kankeronderzoeker in Utrecht, het oude werkterrein van de minister. Plasterk: „De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek heeft de selectie gemaakt, daarop heb ik geen enkele invloed uitgeoefend. Maar ik ben natuurlijk wel trots.”