Ondanks alle melodieën, kan muziek ooit opraken?

Muziekliefhebber Eric Sikkink uit Apeldoorn verbaast zich over het schier onuitputtelijke aantal genres, akkoordenschema’s en melodieën die gedurende de eeuwen zijn voortgebracht. Hij vraagt zich af: „kan de muziek ooit opraken?”

Nou, nee. Zelfs met de twaalf noten waaruit de meeste westerse muziek is opgebouwd, is het aantal mogelijkheden oneindig. Een melodie is namelijk meer dan een combinatie van noten.

„Minstens zo belangrijk is de relatieve afstand van de noten tot elkaar”, zegt Wim van der Meer, universitair hoofddocent muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. „Het maakt nogal veel verschil uit of je een C een kwart tel na een G aanslaat of er een hele tel tussen laat.”

„Elke melodie kan weer anders klinken”, vervolgt Van der Meer, „door de swing in een melodie, het instrument, de toonhoogte en het tempo. Vergeet ook niet dat door hedendaagse componisten en in de wereldmuziek octaven gebruikelijk zijn van 19, soms wel 24 noten. Muzikanten hoeven dus echt niet bang te zijn dat er op een dag geen nieuwe melodieën te bedenken zijn.”

Nog meer goed nieuws: het reservoir nieuwe genres zal evenmin ooit uitgeput raken. „Want oude muziek wordt altijd saai”, aldus Van der Meer.

Muziekwetenschapper Kristin McGee, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, begrijpt de vraag wel. „Muziek wordt ontzettend veel hergebruikt. Neem Nirvana’s interpretatie van het folkliedje ‘Where did you Sleep Last Night’, Marlyn Manson’s versie van ‘Sweet Dreams’ van The Eurhythmics of Jeff Buckley’s ‘Hallelujah’. Toch ontstaat bij elk van deze liedjes een nieuw geluid en kun je om die reden niet spreken van het opraken van muziek, zegt McGee.

Liedjes worden zo vaak hergebruikt omdat sommige melodieën nu eenmaal goed in het gehoor liggen. Tegelijk is wat we als een pakkende melodie ervaren altijd aan verandering onderhevig. „Je ziet nu al dat artiesten als Madonna, Björk en Shakira regelmatig oosterse toonladders in hun muziek verwerken”, zegt Van der Meer. „Langzaamaan vinden die hun weg in ons collectieve muziekgeheugen. Het kan dus best zo zijn dat een octaaf van 24 noten over honderd jaar heel normaal is in de popmuziek.”

Reinier Kist