Mannetje op het ijs

Als gevolg van de klimaatverandering zullen de Verenigde Staten zich de komende decennia voor nieuwe strategische problemen gesteld zien. Massamigratie veroorzaakt door orkanen, overstromingen en langdurige droogte zullen misschien militair ingrijpen noodzakelijk maken. Er moet rekening worden gehouden met hongersnood, uitbraak van besmettelijke ziekten, het ontstaan van nieuwe haarden van terrorisme. Het Pentagon bereidt zich voor op een tijdvak waarin mogelijke wereldrampen van deze orde een nieuwe paraatheid eisen. Vorig jaar december heeft de National Defense University, een aan het Pentagon verbonden instelling, een scenario gemaakt van wat er zou gebeuren als door een overstroming in Bangladesh honderdduizenden naar India zouden vluchten, waardoor daar een godsdienstoorlog zou oplaaien, de infrastructuur ontwricht zou raken en besmettelijke ziekten zouden uitbreken. Dat las ik in The International Herald Tribune van 10 augustus.

Ongeveer anderhalve maand geleden heb ik onder de kop ‘Eerst zien, dan geloven’ een column over de al dan niet aanstaande klimaatverandering geschreven. Een jaar of zes eerder had ik me er al eens aan bezondigd. Ik heb geen verstand van het klimaat, ik moet de deskundigen geloven. In mijn naïviteit dacht ik toen dat er praktisch unanimiteit over het vraagstuk heerste. Ik had me lelijk vergist, kreeg een stroom van reacties, van vriendelijk belerend tot bitter polemisch, allemaal met de strekking dat degenen die in het broeikaseffect of de opwarming geloofden of dat wetenschappelijk bewezen achtten, het radicaal bij het verkeerde eind hadden. Niet bij machte daar iets zinnigs op te antwoorden, dacht ik: mijn kinderen en kleinkinderen zullen wel merken wie gelijk heeft.

Na de column van vorige maand heb ik opnieuw veel post van de sceptici gekregen. Visies van experts, kopieën uit wetenschappelijke tijdschriften. Ik stel het op prijs, maar nog altijd schiet mijn klimatologische kennis tekort om het te doorgronden. Wat dat aangaat bevind ik mij in een positie als die Duitse keizer, die, geconfronteerd met een voor hem onbegrijpelijk vraagstuk, een paar deskundigen liet komen. A legde alles duidelijk uit. „Der Kerl hat recht”, zei de keizer. B had een diametraal tegengestelde opvatting. „Dieser Kerl hat auch recht”, zei hij. Welk advies hij daarna heeft opgevolgd vermeldt de geschiedenis niet.

Wetenschappelijke conclusies worden niet democratisch, met een meerderheid van stemmen bereikt. Dat besef ik. Mij gaat het erom dat de controverse over het klimaat niet alleen een wetenschappelijke kwestie is, maar ook hoe langer hoe meer een politieke. Of de sceptici gelijk hebben zal in de komende decennia, misschien pas aan het einde van deze eeuw, proefondervindelijk worden bewezen. In politiek opzicht vormen ze op het ogenblik een minderheid en het ziet er niet naar uit dat dit snel zal veranderen. Of het smelten van de ijskappen, gletsjers en de permafrost, abnormale perioden van droogte in Afrika, et cetera kosmisch verklaarbaar zijn of een gevolg van de klimaatverandering of gezichtsbedrog, laat ik nu in het midden. Maar dat het Pentagon zich voorbereidt op grote catastrofes die aan het klimaat worden toegeschreven, is op zichzelf een politiek feit. Hetzelfde geldt voor de komende klimaatconferentie in Kopenhagen, waar men zal proberen afspraken over de uitstoot van broeikasgassen te maken. Tussen nu en 2020 een vermindering van 15 tot 20 procent. En wat moeten we ervan denken dat auto’s die vóór een bepaald jaar zijn gebouwd straks niet meer in de stad mogen, en dat we binnenkort geen gewone gloeilampen meer kunnen kopen? Als ik een scepticus was, zou ik zeggen dat het geloof aan de verandering langzamerhand fundamentalistische trekken krijgt.

Nogmaals, ik zeg dit niet om de klimaatsceptici dwars te zitten of bij wijze van steun aan de partij van de opwarming. Als neutrale onwetende denk ik aan het oude kinderrijmpje over dat mannetje. Hij was niet wijs, hij bouwde zijn huisje op het ijs, en als het bleef vriezen, zou hij zijn huisje niet verliezen. U weet hoe het is afgelopen. Welke adviseurs zou hij moeten volgen?

De twee wetenschappelijke scholen van de klimaatverandering hebben ook een politieke betekenis en daardoor dragen de vertegenwoordigers dus ook een politieke verantwoordelijkheid. De aanhangers van de opwarming zijn in toenemende mate bezig een systeem voor mondiale veiligheid te bouwen. Als ze zich vergissen, zit het nageslacht met veel te hoge en te dure dijken. Er zijn politieke formaties, vooral in de conservatieve hoek, die daar niets in zien, zich verzetten en zich daarbij beroepen op de sceptici.

Misschien duurt het nog een generatie voor we er ons in de dagelijkse praktijk van kunnen overtuigen wie gelijk heeft. Ik ben niet van mening dat iemand zijn naar eer, geweten en deskundigheid verworven wetenschappelijke inzichten prijs moet geven. Galileo had het per slot van rekening ook bij het rechte eind. Maar wat als blijkt dat de sceptici zich hebben vergist? Als we dankzij de school van de opwarming op de aangekondigde rampen zijn voorbereid? Dan zullen de historici concluderen dat de sceptici zich door hun overtuiging hebben laten misleiden. Maar ze zullen niet ter verantwoording worden geroepen. Vanzelfsprekend, want ze waren te goeder trouw.

Wilt u reageren? Dat kan via nrc.nl/hofland