Kunst om een pijnlijk verleden te corrigeren

Tentoonstelling: ‘One’s History is Another’s Misery’, t/m 6/9 Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozengracht 59. Di-zo 11-17u. Inl.: 020 4220471, www.smba.nl * * *

Vaderlandse geschiedenis was zelden zo populair als nu. Boeken over onze voorvaderen worden bestsellers, politici maken zich druk over de canon, en elke ontwikkeling rond het Nationaal Historisch Museum wordt breed uitgemeten. Dit is moeilijk los te zien van die andere actualiteit, de discussies over nationale identiteit. Hollandse normen en waarden worden geïllustreerd met illustere zeehelden, de Gouden Eeuw, en dappere gebeurtenissen. Zo wordt een aangepaste geschiedschrijving gemaakt waarbij clichés geen bezwaar hoeven te zijn. De filosoof Raoul Vaneigem noemde onze identiteit „een achterwaartse reis langs plaatsen waar we al geweest zijn”. Geschiedenis is behalve een prachtig vak soms ook een houvast voor angstige mensen.

Over de gevaren van de hedendaagse geschiedenishype gaat de tentoonstelling One’s History is Another’s Misery, waarvan de titel al boekdelen spreekt. Het canoniseren van historische gebeurtenissen kan leiden tot eenzijdigheid en uitsluiting. Zo bekritiseert de Nigeriaanse kunstenaar Leo Asemota de beeldvorming van de viering van Koningin Victoria’s diamanten jubileum in 1897. Die viering staat in de geschiedenisboekjes, maar er staat niet bij dat tegelijkertijd het Britse leger gruweldaden beging in Benin – het huidige Nigeria. Asemota ‘corrigeert’ die geschiedschrijving. Zo filmde hij een performance waarin hij Afrikaanse militairen in vol ornaat regalia liet neerleggen bij een plaquette voor Victoria. De regalia lijken op geroofde kunstschatten uit Benin.

Plaquettes en monumenten kunnen pijnlijke voorbeelden zijn van eenzijdige geschiedschrijving - van ‘gekluisterde ervaringen’, zoals Vaneigem geschiedschrijving typeerde. Soms geldt dit ook voor kunstschatten. Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan maakten een installatie rond het Berlijnse Pergamon-fries. Dit Hellenistische kunstwerk is lang geleden door Duitsers uit het huidige Turkije geroofd. Van Brummelen en De Haan laten Turken in gebroken Duits voorlezen over dit fries. Het zijn Turken die de taal leren voor Duitse inburgeringstoets. De ironie wil dat als ze straks geïmmigreerd zijn, dit fries ook hun nationale – Duitse – kunstschat is.

Wat de kunstenaars vooral doen, is het andere verhaal vertellen achter de officiële historie. Gert Jan Kocken exposeert foto’s van keramische apen onder de titel ‘Judenporzellan’. Wereldwijd hebben heel wat mensen ogenschijnlijk onschuldige beeldjes in de kast staan, erfstukken van joodse voorouders. Maar zo onschuldig zijn die beeldjes niet. Toen in 1982 een tentoonstelling over Pruisische geschiedenis werd voorbereid, ontdekten de curatoren dat joden in de negentiende eeuw bij een Pruisische wet verplicht waren om bepaald porselein te kopen. Zo werd de filosoof Moses Mendelsohn eigenaar van twintig spuuglelijke apen. De curatoren besloten vervolgens een foto van een mooiere aap te exposeren, zodat het allemaal minder erg leek. Waardoor de pijn en geschiedvervalsing alleen maar groter worden. Kocken breit dit recht door ook een lelijker exemplaar te tonen.

De meeste kunstwerken op de tentoonstelling zijn raadselachtig en de clou is verdeeld over de bijschriften en een aanvullende ‘hand-out’. Veel bezoekers zal de helft ontgaan. Dat is de zwakte van het geheel: de tekst zegt zo veel meer, dat de meeste beelden wat overbodig worden. De tentoonstellingsmakers lijken zich tegen die onbegrijpelijkheid te verweren door Salman Rushdie te citeren: „Als geschiedenis complexiteiten creëert, laat ons dan niet proberen ze te vereenvoudigen.” Daar is zo, maar het zou mooier zijn als ze die complexiteiten beter konden communiceren.