Knikkerschieten op de Pasar Malam

Over de Pasar Malam, de Indische markt in Den Haag, waar Hans Moll nog pijpenkoppen schoot met zijn vader, is een boek verschenen: een zoektocht naar de Indische identiteit.

De kookploeg van de Pasar Malam in de jaren zestig. Uiterst links schrijver Tjalie Robinson met direct naast hem Indisch kookboekauteur Mary Brückel-Beiten. Staand haar dochter en de vader van Hans Moll. Foto uit besproken boek. De Pasar Malam van Tong Tong, geschreven en samengesteld door Florine Koning

De Pasar Malam in Den Haag ergens jaren zestig. „Kijk”, zegt mijn vader. „Dit is echt een Indische sport.” Hij wijst op drie pijpenkoppen van klei die een paar meter voor ons op een rij staan. Hij betaalt vijftig cent en we krijgen elk drie knikkers en een katapult toegeschoven.

In het boek De Pasar Malam van Tong Tong, geschreven en samengesteld door Florine Koning, zoek ik foto’s van mensen die katapult schieten. ‘Deze typische Indische vermakelijkheid’ verdwijnt nadat in 1984 de katapult is opgenomen in de lijst verboden wapens. Mijn vader heeft het verbod niet meegemaakt, hij overleed in 1982 op vakantie met zijn tweede vrouw.

Volgens Koning is de PM, de voorloper van de Pasar Malam Besar (grote nachtmarkt), ontstaan omdat een minderheid van Indische Nederlanders niet wilde assimileren, maar ‘integreren met behoud van hun cultuur’. Zij richtten daartoe in 1959 de Indische Kunstkring Tong Tong op (de tong tong is een langwerpige trom). Het begrip assimileren kan ik me nog goed herinneren van thuis, maar over ‘integreren met behoud van eigen cultuur’ heb ik nooit wat gehoord. Ook nooit begrepen wat dat zou moeten inhouden.

Bij Tong Tong brandt ook meteen de vraag los over die ‘Indische’ inhoud. De heersende opvatting is dat je bijvoorbeeld wel kan spreken van Hollandse en van Indonesische, maar niet van Indische kunst. Een uitzondering wordt gemaakt voor Indische literatuur (Tjalie Robinson, Louis Couperus, Rob Nieuwenhuys) en uiteraard ook Indisch eten. Een van de grondleggers van de PM/Tong Tong is de kookgoeroe van de naoorlogse rijststafel, Mary Brückel-Beiten, Brückel-Beiten (1904-1992). Zij verzorgde in de jaren vijftig kooklessen door het hele land en schreef De Hollandse rijsttafel voor de Hollandse huisvrouw, (Deventer 1953). Nooit geweten dat ze zo belangrijk was voor de PM.

Maar wat is nu precies die Indische cultuur? De late late Lien show van Tante Lien? Wieteke van Dort heeft als Tante Lien op ettelijke PM’s opgetreden. De Indische tongval waarvan zij zich bediende, werd thuis verguisd, want ‘zo praatten we niet in Indië’. Het hele boek is een wanhopige queeste naar de Indische identiteit. „Voor wie niet in Indië was geboren”, schrijft Koning, was het in de jaren (zeventig) niet eenvoudig om zich een beeld van de Indische cultuur te vormen”. Maar een tiental jaar later luidt het bij de opening in 1988, „Is de 30ste PM Indischer dan ooit” en „de Indische Nederlanders [zijn] niet geruisloos [...] weg geassimileerd”. Later is er bij de PM, in de jaren 90, weer sprake van een ‘onduidelijk imago’ van de PM. Dat schiet niet op natuurlijk. Zijn de Indische Nederlanders nu geassimileerd of niet? Is er überhaupt ooit iets geweest van een eigen ‘Indische cultuur’? Dit boeiende en schitterend geïllustreerde boek brengt de lezer niet veel verder. Maar mij wel. Op pagina 33 staat pontificaal mijn vader. Hij staat achter een soort Laatste Avondmaal van indo’s. Mary Brückel-Beiten zit er ook, zij was de nieuwe schoonmoeder van mijn vader. Hij maakte foto’s bij haar kookboek. Maar katapult schieten kon hij niet. Ik schoot twee pijpenkoppen kapot, hij nul.