In kasjmier, want dat zit lekker

De Italiaanse coach Fabio Capello geeft het Engelse voetbalelftal glans. Strenger beleid en zelfvertrouwen.

Vanavond speelt Engeland een oefduel met Nederland.

Gevoel voor stijl kan Fabio Capello niet worden ontzegd. Sinds een paar maanden draagt het Engelse nationale team niet langer een wit shirt, een zwarte broek en witte kousen, maar speelt het op aandringen van de Italiaan geheel in het wit. „Wit is de vader van alle kleuren”, zei Capello over het nieuwe tenue dat speciaal door Charlie Allen, opgeleid aan de Londense modestraat Savile Row, werd ontworpen. Tegelijk liet hij zichzelf een jas van kasjmier aanmeten. „Hij moest lekker zitten, stijlvol zijn en niet als een zak om mijn lichaam”, verduidelijkte de bondscoach.

Capello beschikt over een kunstcollectie met een waarde van naar schatting tien miljoen euro. Hij is eigenaar van onder meer een Chagall en een Cy Twombly en verzamelt al sinds zijn 23ste werken uit de Arte Povera. In zijn vakantie trekt hij langs musea, archeologische locaties en kloosters in de Himalaya. Maar bovenal is hij een van de succesvolste voetbaltrainers ter wereld, een man die van voetballers passie, broederschap, discipline en stijl verlangt. „Een slordig gekleed elftal te zien irriteert me. We moeten er op ons best uitzien, in en buiten de wedstrijd. We moeten op alle fronten kwaliteit uitstralen”, zei hij in april in The Sunday Times.

Het was sinds zijn aanstelling in december 2007 zijn eerste interview in het Engels. Capello wilde laten zien dat hij in anderhalf jaar tijd de Engelse taal redelijk machtig was geworden. Hij moest Engels leren, zei hij bij zijn aanstelling, niet om met de spelers te kunnen communiceren – hij spreekt naast Italiaans Spaans en Frans – maar omdat hij wilde voorkomen dat de pers hem niet begreep. Hij hield niet van grapjes en amicaal gedrag, sprak hij de persjongens streng toe, zoals zij gewend waren bij Capello’s voorgangers Sven-Göran Eriksson en Steve McClaren.

Hoe anders dan zijn voorgangers gaan Capello en zijn vier Italiaanse assistenten om met de pers, sinds jaar en dag de grootste tegenstander van de Englandmanager. Over zijn privéleven komt niemand iets te weten. Hij is al 42 jaar samen met zijn vrouw Laura. Zijn oudste zoon Pierfilippo is zijn advocaat, zijn tweede zoon Edoardo is zijn zaakwaarnemer. Hij laat zich niet in het (Engelse) openbare leven zien, waar hij woont is niet duidelijk. Interviews geeft hij zelden, dan wel met strikte richtlijnen. Over kunst wil hij altijd praten. En over wat hij vindt van de Engelse voetbalcultuur: „Zoals voetbal in Engeland wordt gespeeld, zo zou het overal moeten worden gespeeld. Van dat voetbal wil ik deel uitmaken, met al zijn menselijke gedrag en uitwassen. Het voetbal leeft hier meer dan waar ook”, zei de man die succesvol trainer was bij topclubs in Italië en Spanje.

Capello stelde meteen grenzen. De losse aanpak van McClaren, die op z’n Brits spelers aansprak bij hun bijnamen, torpedeerde Capello. Geen teenslippers in het spelershotel, geen pers in het spelershotel, geen familie, vrienden en zaakwaarnemers meer in het spelershotel; samen op het afgesproken tijdstip aan het ontbijt, de lunch en het avondmaal, tegelijk opstaan van de maaltijd, geen sauzen als mayonaise, ketchup, mosterd op tafel maar een mediterraan dieet (pasta’s). „Het was een cultuurschok”, vertelde Frank Lampard tegen The Guardian. „Van een laisser faire zoals bij McClaren kon geen sprake zijn. Capello heeft liever dat we rusten op onze kamer dan we met elkaar socializen. Rust en discipline. Spelers die uit de band waren gesprongen door dronkenschap en vechtpartijen, strafte hij niet. Hij besprak het in de groep. Hij toonde eerder begrip voor hun situatie als bekende voetballer, dan dat hij hun gedrag afkeurde. Als je dat ziet, gaat je hart open. Hij is een man die ons als mens begrijpt. Toch is hij niet een van ons, hij staat boven ons, als mens. Hij is de baas. Dat had ik nooit meegemaakt.”

In het begin probeerden de tabloids Capello neer te zetten als een dictator. Een belastingprobleem met de Italiaanse fiscus werd uitvergroot en een omkoopzaak bij Juventus waarvoor Capello’s manager van destijds, Luciano Moggi, werd gestraft, leidde tot kwalificaties als il capo dei tutti capi, de baas van alle bazen – verwijzend naar de maffia. En dan waren er politieke uitlatingen van Capello aangaande generaal Franco in Spanje en zijn band met Berlusconi in Italië. Rechtse mensen, met wie hij weliswaar niet sympathiseerde maar die hij als medemens niet veroordeelde.

In de ongeautoriseerde autobiografie Portrait of a winner, van de in Engeland wonende Italiaanse journalist Gabriele Moratti, wordt veel duidelijk over de oorzaak van Capello’s opvattingen. In het arme gezin Capello dat in Pieris tegen de Sloveense grens woonde, was vader Guerrino in de jaren veertig officier in het Italiaanse leger. Hij vocht aan de zijde van de Duitsers aan het oostfront, werd vervolgens krijgsgevangen gemaakt en keerde geestelijk verzwakt en tientallen kilo’s lichter terug naar huis. Vervolgens kreeg het gezin in het Italiaanse dorp te maken met de expansiedrift van de Joegoslavische maarschalk Tito. Fabio zag zijn vader vechten om bestaansrecht, hoe zijn vader zich herstelde van de oorlogsjaren, leraar wiskunde werd en coach van de plaatselijke voetbalclub. Dankzij zijn vader werd Fabio een groot voetballer, bij Juventus en in het Italiaanse elftal, en een groot coach. De discipline, het doorzettingsvermogen en de passie van zijn vader – dat heeft zoon Fabio geërfd.

De Europa-Cupfinale van AC Milan in 1994 was zijn meesterwerk, zoals Capello het vaak verwoordt. Vooraf verkondigden Barcelona-coach Johan Cruijff en zijn staf hoe zij Milan in Athene zouden overmeesteren. Het werd de grootste afgang van Cruijff als trainer. Milan denderde vanaf het begin over Barcelona heen en het werd een afstraffing voor Cruijff en co, 4-0, mede door een magistraal doelpunt van de Montenegrijnse tovenaar Dejan Savicevic en van de Franse uitblinker Marcel Desailly. Capello zei: „Het werd ons gemakkelijk gemaakt. Hoogmoed is afgestraft. Niet Barcelona heeft aangevallen, wij vielen aan.”

En zo maakte Capello naam met zijn strategisch intellect. Zo was hij als voetballer bij Juventus. Hij werd il geometro (de landmeter) genoemd, wegens zijn inzicht. Hij zag alles, voor en achter hem. Als coach wil hij de ene keer aanvallend spelen, de andere keer verdedigend. Maar bijna altijd maakt hij er een winnend elftal van, omdat hij mensen doorgrondt, motiveert en weet te gebruiken.

De Engelsen geloven in Capello, die vijf miljoen euro per jaar verdient. Slechts twee nederlagen, tegen Frankrijk en Spanje in oefenduels, maar wel al bijna zeker van het WK in Zuid-Afrika. Wanneer hij het potentieel aan voetballers beziet, wordt hij vrolijk. „Met John Terry, Rio Ferdinand, Frank Lampard, Steven Gerrard, David Beckham, Ashley Cole, Joe Cole en Wayne Rooney moet je wereldkampioen worden. Maar als er geen discipline en zelfvertrouwen is, ben je nergens”, zei Capello tegen The Times. „Vriendschappelijke wedstrijden bestaan niet. Elke wedstrijd is een stap op weg naar de eindzege. Samen willen we uitstralen dat we de beste zijn. Mannen die ervoor willen werken, verdienen het beste.”