In het armenhuis van Europa leeft bejaarde van karig pensioen

In het armenhuis dat Moldavië heet hebben de bejaarden het niet eens zo slecht.

Zeker, bijna eenderde van de circa 630.000 gepensioneerden in de voormalige Sovjetrepubliek moet rondkomen van een inkomen dat (ver) onder de armoedegrens ligt – een extreem percentage in vergelijking met andere Europese landen. Maar onder de Moldavische beroepsbevolking is de armoede veel schrijnender, zo blijkt uit de meest recente cijfers van de Wereldbank uit 2005. Vier op de tien van hen zijn veroordeeld tot de bedelstaf.

Dat neemt niet weg dat het leven als oudere in Moldavië geen pretje is. Gepensioneerden moeten doorgaans rondkomen met een pensioen van vijftig euro per maand, een van de laagste pensioenen van Europa. En dat is nog nadat op 1 april van dit jaar de pensioenen fors werden verhoogd. Daarbij is de zorg voor ouderen doorgaans slecht geregeld, ondanks financiële steun van de internationale gemeenschap om het systeem te hervormen. De omstandigheden in bejaardentehuizen zijn soms schrijnend. Verzorging vaak minimaal.

Afgelopen jaren zijn de pensioenen in Moldavië bovendien onder grote druk komen te staan. Het land kampte met enorme buitenlandse schulden en er waren handelsembargo’s. Reden voor de overheid om de hand op de knip te houden en de pensioenindexaties (de jaarlijkse inflatiecorrectie) grotendeels te bevriezen. Pensioenen werden daardoor minder waard waardoor ouderen het moeilijker kregen. Een aanzienlijk verschil met de sovjettijd: toen waren pensioenen eveneens karig, maar in ieder geval stabiel. En zaken als (dure) medicijnen waren meestal gemakkelijker te verkrijgen, want werden via de staat verstrekt. De pensioenverhoging van april bood hierin slechts een kleine verlichting.

De internationale financiële crisis en de hardnekkige inflatie heeft de situatie voor ouderen in Moldavië alleen maar verergerd. Als gevolg gingen vorig jaar in de hoofdstad Chisinau zo’n driehonderd boze gepensioneerden de straat op om verhoging van de pensioenen te eisen. Ze droegen borden met daarop teksten als ‘Wij zijn geen slaven’ en ‘Mensen zijn geen vuilnis’. De regering beloofde daarna beterschap, maar daar is weinig van gebleken. De gepensioneerden hebben nu hun hoop gevestigd op de nieuwe pro-westerse regering.