Hoofdstuk 6

Om de literaire dameskrans van de Beter Opgeleide Bosvogels te ontlopen, moest ik wel het vogelziekenhuis uit. Terug naar mijn nest wilde ik niet, daarom had ik besloten toch maar naar Texel te gaan, zoals de dokter had aangeraden. Mijn medepatiënt Theunis grutto had me uitgelegd hoe ik het snelst naar Den Helder kon vliegen, en van daar naar Texel kon.

Ik had snel afscheid genomen van mijn twee medepatiënten en dokter Huis en na een paar uur vliegen was ik al in Den Helder, waar ik met de middagboot naar Texel mee kon. Ik vloog een stukje mee naast de boot, die vol was met bijna naakte mensen, groot en klein. „Kijk, een zwarte meeuw”, riep een vervelend ventje, wijzend naar mij, terwijl ik langs de boot mee vloog tussen de meeuwen. „Ja, zwart is wit vandaag de dag”, dacht ik chagrijnig, en herinnerde me het liedje waar dat uitkwam: „The world has gone mad today,/ and good’s bad today,/ and black’s white today, and day’s night today, when most guys today that women prize today, are just silly gigolos …Anything Goes!”. Dat beurde me op. Wij kraaiachtigen zijn namelijk zangvogels, dat wordt wel eens vergeten.

„Hè,hè, hè,hè”, lachte een meeuw, die het allemaal zag en hoorde. „Niks van aantrekken, die mensen”, zei hij vervolgens. „Op familiebezoek zeker?”

Ik ontkende. Ik was me van geen familie bewust op Texel. „Hele kolonie kauwen, in de haven van Texel”, zei de meeuw: „Ze komen ons zo tegemoet vliegen.” En warempel, toen ik op de voorplecht van het schip was neergestreken, en Texel in het oog kreeg, zag ik vanuit de haven een zwerm zwarte familieleden naderen. Ze kwamen kijken of op de boot wat eetbaars achterbleef. Boven verwachting vond ik het leuk om ze te zien.

Vragen werden gelukkig niet gesteld, ik moest meteen meekomen, ze gingen dineren vanavond, en als gast was ik van harte welkom. „Wat staat er op het menu”, vroeg ik nieuwsgierig. „Texelse schapenkop natuurlijk… Heerlijk! Specialiteit van het eiland. Maar eerst gaan we fietstassen leegroven.” En ik vloog mee langs de fietspaden, waar we doken naar mensen die langsfietsten met open fietstassen vol stokbroden, kaas, fruit, vlees en ander lekkers. En dit was nog maar het middagmaal!

Die avond vlogen we naar een schapenweide en landden we op de koppen van Texelse schapen, die rustig lagen te herkauwen. Op die schapenkoppen zaten de heerlijkste insecten en parasieten, die we er met smaak af aten. „We hebben ook familie aan zee”, vertelden een van de Texelse havenkauwen. „Die wonen in de duinen, in oude konijnenholen.” „Konijnenholen?” zei ik ongelovig. „Morgen brengen we je er heen”, zeiden de havenkauwen.

Wordt vervolgd

Muziek bij deze en vorige afleveringen: nrc.nl/achterpagina