Hersens zijn niet gewend aan alle gadgets

Navigatiesystemen zijn er om de automobilist te helpen. Maar ze kunnen ook bijdragen aan de chaos. „Boodschappen moeten duidelijk zijn.”

TomTom in de auto van rij-instructeur Ruud Kraan. Foto Bram Budel Nederland, Amstelveen, 11-08-2009 Rij instructeur Ruud Kraan met een van zijn leerlingen in de les auto aan het rijden met de navigatie apparatuur, de tomtom wordt voor vertrek door de leerling ingesteld. Vast onderdeel van de rijles en het rijexamen is het rijden met de tomtom de leerling moet zelf een adres invoeren en daar naar toe rijden. foto: Bram Budel Budel, Bram

„Rijden maar”, zegt instructeur Ruud Kraan (66) van autorijschool Hippe in Amstelveen en hij zet de TomTom aan. Ezra Elias (19), zo’n vijftien lessen achter de rug, draait de parkeerplaats uit en volgt de aanwijzingen van het navigatiesysteem. Sinds 1 januari 2008 is rijden met navigatiesystemen opgenomen in het examen. Verplicht is het nog niet.

Rij-instructeur Kraan heeft zijn bedenkingen tegen deze nieuwe variant van multitasken. „Ik zie leerlingen erdoor in de war raken. De aanwijzingen zijn voor beginners onduidelijk, het systeem geeft te veel informatie tegelijk en is niet precies genoeg. Leerlingen moeten dus ook op het scherm kijken en dan raken ze meteen de weg kwijt. Een auto besturen is voor hen nog geen automatisme.” Met Elias meerijdend langs weefstroken en afslagen voel je hoe hij hard moet denken over elke schakeling en voorrangsregel. En dat is nu precies het probleem.

Multitasken. In gewoon Nederlands: verschillende handelingen tegelijkertijd verrichten. We doen het de hele dag. Maar achter het stuur kan dat gevaarlijk zijn. Vorige week wees de politie op het risico van het herprogrammeren van de TomTom tijdens het rijden. Mobiele telefoons en iPods zijn een natuurlijke extensie van het lichaam geworden. Maar ze kunnen steeds meer en leiden dus ook steeds meer af.

Multitasken is eigenlijk een verkeerd woord, zegt cognitief psycholoog Jan Theeuwes van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die onderzoek doet naar aandacht en verkeer. „Het is eigenlijk switchtasken. Bepaalde taken kun je gelijktijdig doen, zoals rijden en radio luisteren. Maar als je een beslissing moet nemen, gaat één van beide altijd voor. Simpel gezegd komen de prikkels via verschillende schorsdelen in de hersens binnen en dan hakt de prefrontale schors de knoop voor je door.”

De prefrontale schors is de regelkamer van de hersenen die voorkomt dat er chaos ontstaat. Hoe meer ingesleten een patroon in de hersenen, hoe makkelijker je er iets naast kunt doen. Autorijden is zo’n automatisme. Maar beginnende automobilisten hebben die vaardigheden nog niet.

„Eigenlijk zou een navigatiesysteem zo simpel mogelijk moeten zijn, maar hier komt de commercie om de hoek kijken”, zegt Theeuwes. „Bedrijven willen concurreren en mensen kiezen het liefst voor zoveel mogelijk toeters en bellen. Vanuit verkeersveiligheid bezien is dat slecht. Hoe meer gadgets, hoe gevaarlijker.”

Het enige wat tot nu toe door de wetgever is geregeld is mobiel bellen. Sinds 2002 is handsfree bellen verplicht, op handheld bellen staat een boete. Daarom denken mensen nu dat handsfree bellen veilig is. Maar volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), die de mobiele telefoon een ‘verkeersveiligheidsprobleem’ noemt, biedt handsfree bellen „geen noemenswaardige veiligheidsvoordelen boven handheld bellen”. In beide gevallen verplaatst de aandacht zich van de rijtaak naar het gesprek. Onderzoek wijst uit dat mensen die mobiel bellen in de auto trager reageren, meer verkeersborden missen, minder snel remmen en riskantere beslissingen nemen. Direct causaal verband tussen bellen en ongelukken is overigens niet aangetoond. Op basis van buitenlands onderzoek schat het SWOV dat er zonder gsm-gebruik in de auto in Nederland jaarlijks bijna zeshonderd slachtoffers (doden en gewonden) minder zouden vallen.

Bij navigatiesystemen ligt het anders: ze zijn niet ontworpen om af te leiden, maar om behulpzaam te zijn. De weg vinden in een vreemde stad is moeilijk en leidt makkelijk tot paniek en slecht rijgedrag. Volgens onderzoeksorganisatie TNO vergroot het gebruik ervan de veiligheid. Maar onderweg herprogrammeren zou technisch onmogelijk moeten zijn.

De SWOV is voorzichtiger en stelt dat het „niet zeker is dat [navigatiesystemen] de verkeersveiligheid vergroten”. Minder zoeken leidt wel tot meer aandacht voor het verkeer, maar als de automobilist zijn navigatiesysteem niet bijwerkt met de nieuwste informatie over bijvoorbeeld wegwerkzaamheden, kan de TomTom juist bijdragen aan chaos. In navolging van de beroemde Amerikaanse 100-Car Study doet de SWOV binnenkort een groot veldonderzoek met auto’s die zijn uitgerust met videocamera’s. Dat moet gegevens opleveren over de oorzaken van ongelukken en de rol die boordapparatuur daarbij speelt.

Elektrotechnisch ingenieur Richard van der Horst doet bij TNO al jarenlang onderzoek naar verkeersgedrag. „Navigatiesystemen waren vroeger extreem ingewikkeld, maar zijn ergonomisch steeds volmaakter geworden. Een schermpje moet eenvoudig zijn en mag geen ingewikkelde kaartjes bevatten. Boodschappen moeten duidelijk zijn. Een uit te voeren taak mag niet langer dan 1,5 seconde duren. De toekomst is aan één geïntegreerd systeem dat bedoeld is om de automobilist zoveel mogelijk te ontlasten. Dat geeft bijvoorbeeld filemeldingen of telefoongesprekken pas door als de situatie op de weg relatief rustig is. Of neemt automatisch gas terug als je te hard rijdt.”

Overheden, auto-industrie, wegbeheerders en elektronicabedrijven werken in Europees verband al aan zo’n systeem, zegt Van der Horst. „Over twintig jaar zal ons rijden vrijwel geheel overgenomen zijn door een computer, zodat de bestuurder op lange trajecten ongestoord kan bellen, faxen of e-mailen. Alleen bij ingewikkelde verkeerssituaties, bij kruispunten of in drukke steden, krijgt hij dan op tijd een signaal dat hij het zelf moet overnemen.”

Automobilist-in-de-dop Ezra Elias is nog niet zo ver. Toch heeft hij liever de TomTom op zijn examen dan een onduidelijke clusteropdracht van een examinator, zegt hij. Rij-instructeur Kraan laat het aan de leerlingen zelf over of ze geëxamineerd willen worden met een navigatiesysteem. „Als ze er bang voor zijn, stop ik hem gewoon weg. Dan kan de examinator hem ook niet gebruiken.”