Eindelijk zijn we gewoon onszelf

In de overzeese gebieden van Frankrijk zijn de spanningen opgelaaid.

De crisis wekt van de Franse Antillen tot La Réunion een verlangen naar autonomie.

Aanvoerder Elie Domota (midden) van het stakingscomité LKP tijdens een optocht in mei. (Foto AFP) le porte-parole du collectif guadeloupéen LKP Elie Domota (C) participe à un cortège formé de 13 organisations syndicales membres du LKP, à l'origine de la récente grève générale dans l'île, le 01 mai 2009 à Petit-Canal en Guadeloupe. Petit-Canal est la ville natale du syndicaliste Jacques Bino, tué par des émeutiers lors de la grève générale. AFP PHOTO JULIEN TACK AFP

De revolutionair van Guadeloupe laat op zich wachten vanavond. Voor het hek van het vakbondspaleis in hoofdstad Point-à-Pitre staan een paar honderd mensen uit de omliggende arme wijken te luisteren naar actieleiders van de LKP: Liyannaj Kont Pwofitasyon. Het is een creoolse naam, te vertalen als Alliantie tegen Uitbuiting. Elie Domota (42), de aanvoerder, blijft onzichtbaar.

Iedereen let op Domota, sinds hij de LKP in december oprichtte. Een paar maanden later kreeg hij al een kwart van de 400.000 inwoners op de been tijdens een algemene staking, die het Frans-Antilliaanse eiland 44 dagen verlamde. De Franse president Sarkozy beschuldigde hem ervan een klimaat van wanorde en geweld te scheppen. Franse journalisten rapporteren geschokt dat Domota hen ‘buitenlanders’ noemde. Guadeloupe wordt als Département d’Outre Mer (overzeese provincie) geacht even Frans te zijn als Normandië en Corsica. Maar sinds de staking is er iets veranderd. „La Guadeloupe, elle est à nous”, zingen de mensen strijdbaar. „Guadeloupe is van ons.”

Wie is ‘ons’ op Guadeloupe? Elie Domota glimlacht. Hem wordt wel verweten anti-blank te zijn. „‘Ons’ is in aanbouw”, antwoordt hij ontwijkend. „We zijn een jonge natie”. Het is een onverwacht gevolg van de economische crisis: in het Franse postkoloniale ‘stippenrijk’ zijn de spanningen opgelaaid, van de Franse Antillen tot La Réunion in de Indische Oceaan. De uithoeken verlangen naar autonomie, erkenning van eigenheid.

Deze maand was het onrustig in Nieuw Caledonië. Op Guadeloupe vielen dit voorjaar twee doden, door een schietpartij en een motorongeluk bij een barricade. De 44-dagenstaking begon in januari uit protest tegen de hoge brandstofprijzen, symbool voor het duurdere leven hier. Een tandenborstel die in Europa 2,95 euro kost, kan daar 6 euro kosten. Concurrentie wordt bemoeilijkt omdat een selecte groep – vooral blanke – ondernemers de distributie beheerst.

„De crisis heeft de tongen losgemaakt”, vertelt eilandpresident Victorin Lurel. Als gekozen voorzitter van de Conseil Régional is hij de sterke man van het eiland, en de grootste vijand van Domota. Hij geeft de LKP een beetje krediet. „Het is waar dat de economische macht nog altijd in handen van een blanke elite is. Dat het eerlijker moet.”

Tegelijk maakt de sociaal-democraat zich zorgen over de stemming op het eiland. „Als ik zeg dat ik een Franse republikein ben, die voor gelijkheid is, noemen ze me tegenwoordig een verrader. Als ik zeg dat we het slavernijverleden niet de hele tijd moeten aanhalen, ben ik vervreemd.”

Sinds midden vorige eeuw pleit een Antilliaanse intellectuele elite voor onafhankelijkheid. In de jaren zeventig en tachtig werden er aanslagen gepleegd. Veel ‘indépendantistes’ steunen nu de LKP. Op een vrijdagavond luisteren zo’n 150 Guadeloupers naar romancier Patrick Chamoiseau die hen zojuist „dolle dwazen” heeft genoemd. Chamoiseau, overgevlogen van Martinique, bedoelt het als compliment. Antillianen hebben een jonge cultuur, de grenzen van de identiteit liggen niet vast. Hij legt uit dat de 48 organisaties waarop de LKP steunt, niet moeten streven naar overeenstemming. „Dat iedereen samen vrolijk zijn eigen weg gaat, dat is onze natie.”

Chamoiseau is een van de aanvoerders van de intellectuele beweging voor Antilliaanse onafhankelijkheid. Maar hij waarschuwt zijn gehoor tegen „negentiende-eeuwse symbolen als vlag en volkslied”. Hij is ook niet voor ‘autarkie’ en het doorsnijden van economische verbanden. Etnisch gemengde samenlevingen met een slavernijverleden als Guadeloupe en Martinique zijn volgens hem geschikt voor een meer cultureel, individueel bepaalde nationale verbondenheid.

„Sinds de slavernij zijn Guadeloupers erop gericht zich te onderscheiden door individuele kracht”, meent Harry Méphon. „‘Ons’ is altijd een moeilijk begrip geweest in deze verbrokkelde samenleving.” Als voormalig atleet in Frankrijk keerde de nu 50-jarige Méphon twintig jaar geleden terug naar Guadeloupe om trainer te worden van aankomende topsporters. Maar ‘sport om de sport’ werkte niet. Guadeloupe zat met zichzelf in de knoop. Het had te maken met dat gemankeerde wij-gevoel, het slavernijverleden, dacht hij.

Méphon promoveerde als socioloog op de kwestie. Nu beschouwt hij sport als een van de beste middelen om eigenwaarde te kweken onder de jeugd. „De LKP heeft goed onze problemen blootgelegd”, zegt Méphon. „Maar ze biedt geen praktische oplossingen voor de jeugd.”

Onder jongeren is de werkloosheid 40 procent. Voor velen is studeren – in Europa – te duur. En wie wel gaat, blijft vaak weg. Guadeloupe is „een kerkhof voor hogeropgeleiden”, zegt Elie Domota. De LKP-leider ontvangt een paar dagen na de eerste ontmoeting in het vakbondsgebouw.

Na zijn rechtenstudie in Limoges keerde Domota terug naar Guadeloupe. Twaalf jaar geleden kwam hij binnen bij het arbeidsbureau. Sindsdien is hij Frans ambtenaar.

Domota zegt dat hij „toch wel verbaasd” was over het succes van de LKP-beweging. Tot in de meeste afgelegen dorpen wierpen jongeren barricades op. Achteraf ziet hij ‘de crisis’, als een politiek-culturele doorbraak. „Wij waren eindelijk gewoon onszelf. Zwart en trots”.

Eilandpresident Lurel verwijt Domota haast en dat hij onafhankelijkheid wil afdwingen „via de straat”. Domota grijnst. Hij kan zich best voorstellen dat Frankrijk „nog, zeg, vijftig jaar” financiële en economische steun geeft. „Dat zijn ze ons wel verschuldigd. Maar of we onafhankelijkheid worden, is een keuze van de Guadeloupers.”