'Duitsland geeft veel te veel geld uit aan onzin'

De liberale FDP uit felle kritiek op de Duitse ‘grote’ coalitie. „Die coalitie was vooral groot in belastingen verhogen”, zegt leider Guido Westerwelle.

Guido Westerwelle, leider van de Duitse liberalen, is aan regeren toe. Zijn Freie Demokratische Partei (FDP) heeft elf jaar in de oppositie gezeten. „We zijn er sterker door geworden, zowel programmatisch als personeel”, zegt hij in een gesprek met buitenlandse correspondenten.

Het is een ongewoon lange periode in de oppositiebanken. Daarvoor regeerde de FDP 42 jaar mee de Bondsrepubliek, langer dan welke (West-)Duitse partij ook. De oppositierol heeft louterend gewerkt. Westerwelle kan het de concurrentie aanraden. Hij constateert dat de sociaal-democraten (SPD) momenteel elf jaar aan één stuk regeren. „Ze zijn opgebruikt”, zegt hij droogjes.

Westerwelles partij zit in de lift. De peilingen voorspellen forse groei bij de Bondsdagverkiezingen op 27 september. De FDP haalde in 2005 bijna 10 procent van de stemmen. In vrijwel alle peilingen staat ze nu op 14 procent. Westerwelle maakt er geen geheim van dat hij na de verkiezingen in een coalitie wil met de christen-democraten. „Ik houd andere coalities, bijvoorbeeld met SPD en Groenen, voor uitgesloten. Programmatisch passen we niet samen”, zegt hij stellig.

Het laatste jaar, en vooral tijdens de net begonnen verkiezingscampagne, valt de FDP op door de toon die ze aanslaat. Westerwelle en zijn fractiegenoten sparen de kritiek niet op de regerende coalitie van CDU/CSU en SPD. De economische recessie wordt slecht gemanaged. De privacy en de burgerrechten worden te grabbel gegooid. De Duitsers worden kaal geplukt. Netto houden ze door belastingverhogingen steeds minder over: Westerwelle polariseert waar en wanneer hij maar kan.

„We geven in Duitsland veel te veel geld uit aan onzin”, meent hij. De uitgaven moeten volgens hem drastisch omlaag en de belastingen ook. „Wij doen vierhonderd voorstellen om de Staat minder geld te laten uitgeven – een vuistdik boekwerk.” Kan hij een voorbeeld geven van geldverspilling? „De Abwrackprämie is onzinnig. Grote bedrijven worden er lui door en stellen saneringen uit. Kleine firma’s zijn er de dupe van.”

De Abwrackprämie, een sloopregeling voor auto’s, is razend populair in Duitsland. Wie zijn oude wagen inlevert, krijgt 2.500 euro van de Staat voor een nieuwe. Zo wordt de vraag naar auto’s kunstmatig op peil gehouden, maar niemand weet hoe het verder gaat als de premieregeling eind dit jaar afloopt.

Centraal punt van Westerwelles kritiek op de regering van bondskanselier Angela Merkel (CDU) is dat de twee regerende volkspartijen elkaar in een verlammende greep houden. Omwille van de vrede zijn CDU/CSU en SPD – in feite ideologische tegenstanders – niet in staat een daadkrachtig beleid te voeren. „De bondskanselier heeft vorig jaar oktober naar aanleiding van de kredietcrisis gezegd dat het toezicht op de Duitse banken wordt verscherpt. We zijn nu tien maanden verder en er is nog niets gebeurd. Alleen omdat de coalitiepartners het niet eens kunnen worden over passende maatregelen.”

De grote coalitie in Duitsland, zegt Westerwelle, „is groot geweest in belastingen verhogen en schulden maken. De hoogte van de Duitse staatsschuld doet mij snakken naar een liberale politiek.” Naar de traditie van zijn partij breekt hij vervolgens een lans voor de kleine ondernemer. „In de zwaarste naoorlogse recessie hebben Merkel en haar ministers een beleid gevoerd waarvan voornamelijk de grote bedrijven profiteren. De middenstand, die hier traditioneel de meeste banen schept, heeft het nakijken.”

De liberale partij heeft sinds haar oprichting in 1949 zowel met de christen-democraten van CDU/CSU geregeerd als met de sociaal-democratische SPD. In die zin neemt de FDP ook nu weer een sleutelpositie in. De liberalen leverden in de verschillende kabinetten onder anderen de vicekanselier en minister van Buitenlandse Zaken. In die laatste functie dienden Walter Scheel, Klaus Kinkel en de onverslijtbare Hans-Dietrich Genscher. Hij was van 1974 tot 1992 vrijwel ononderbroken het gezicht naar buiten van de Bondsrepubliek.

De liberalen van Guido Westerwelle maken zich nu opnieuw op om te regeren. Als CDU/CSU en FDP een meerderheid halen – hetgeen niet bij voorbaat vaststaat – wordt hij dan ook minister van Buitenlandse Zaken?

Het antwoord op die vraag ontwijkt hij. „Iedereen wil dat weten. Niemand vraagt aan me of ik misschien minister van Landbouw word, terwijl ik daarvan juist verstand heb”, zegt hij ironisch. Dan, ernstig en met de dictie van een staatsman: „Over de posten praten we pas na de coalitievorming. De kiezers houden er niet van als de baantjes al voor de stembus zijn verdeeld.”

Westerwelle is een fervent verdediger van het liberalisme. Maar waarin onderscheiden de liberalen zich principieel en ideologisch van de andere partijen? Wat stelt hun liberalisme nog voor – recent beladen door excessen van de vrije markt en vervolgens door de reactie daarop van de politiek, die leek door te slaan naar de andere kant.

Westerwelle zegt het zo, en met nadruk „Alle andere partijen in de Bondsdag vertrouwen eerst op de Staat en dan op de burger. Bij ons is het omgekeerd. Wij vertrouwen primair op de burger en dan pas op de Staat. Wij willen een sterke Staat, omdat de Duitse kiezers dat eisen. Maar we willen geen bevoogdende Staat, die de vrijheid van de burgers beknot.”