De vraag blijft: hoe is deze brand ontstaan?

Morgen is de derde dag van de behandeling van de Schipholbrand-zaak.

Libiër Al J. staat terecht voor opzettelijke brandstichting in het cellencomplex.

Sadio uit Senegal is er. En Momen uit Afghanistan, Mustafa uit Marokko. Zij verzamelen zich op de Amsterdamse Prinsengracht, voor het Paleis van Justitie, om steun te betuigen aan Ahmed Al J.

Deze 27-jarige Libiër staat deze week terecht wegens het opzettelijk stichten van brand in het cellencomplex van Schiphol-Oost in 2005. Hij zou een brandende sigarettenpeuk hebben weggegooid die in het beddengoed belandde. Bij de Schipholbrand kwamen elf mensen om het leven en vielen tientallen gewonden.

Zijn medegevangen van destijds beschouwen hem niet als dader. Ook niet als hij door het hof opnieuw veroordeeld zou worden. Mustafa: „Voor mij is het belangrijk dat de waarheid boven tafel komt. Alleen dan kan ik verder met mijn leven, dat is gestopt bij de Schipholbrand. Al J. is een van ons. Hij is ook slachtoffer”.

Jo van der Spek van de actiegroep M2M (Migrant to Migrant) maakt vandaag radio-uitzendingen vanuit een oude stadsbus op de Prinsengracht. „Hij is dubbel slachtoffer”, meent Van der Spek. „Hij is verbrand, vervolgd en heeft gezien hoe zijn vrienden de dood vonden.” De sympathisanten vinden een voor een dat de Nederlandse staat ten onrechte buiten schot is gebleven.

De Schipholbrand werd eerder door vier instanties onderzocht. Vooral het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid leverde vernietigende conclusies op over de rol van de overheid. Bij de brand zouden minder doden zijn gevallen als de juiste veiligheidsmaatregelen waren getroffen, luidde de conclusie. Toch werd geen enkele overheidsinstantie vervolgd. Dat gebeurde alleen met Ahmed Al J. Zijn veroordeling is voor een belangrijk deel gebaseerd op zijn eigen verklaringen, die hij aflegde meteen nadat hij ontwaakte uit zijn coma. Al J. raakte zelf zwaar gewond bij de brand.

Het Amsterdamse gerechtshof heeft nu zowel de toedracht van de brand als de door de verdachte afgelegde verklaringen opnieuw laten onderzoeken. Het gaf opdracht aan branddeskundige Olivier Delémont van de Universiteit van Lausanne om „de oorzaak, het ontstaan en de toedracht van de brand” te onderzoeken.

Maandag bleek dat Delémont in zijn rapport onderschrijft dat de brand is ontstaan in de cel van Al J. Alleen in die cel had hij een kortsluitingsspoor gevonden dat op het ontstaan van de brand in die cel duidde.

Haaks op deze conclusie staat die van de door de advocaat van Al J. ingeschakelde contra-expert, oud-brandweercommandant Fred Vos. In zijn rapport, getiteld De kunst van het weglaten, komt Vos tot de conclusie dat het vuur begonnen is tussen de buitenwand van het complex en de muur van de cellen, en niet in de cel van Al J. Gisteren hoorde het hof Vos over deze conclusie. Maandag liet Vos al weten dat met vertrouwen tegemoet te zien. „Waar ik me vooral over verbaas is dat onderzoekers zoals Delémont zich in dit soort zaken laten beperken in de bronnen die zij mogen onderzoeken”. Vos duidt op het feit dat het door Delémont te onderzoeken materiaal niet door hem zelf was geselecteerd. Dat deden de rechter-commissaris, de advocaat-generaal van het hof en de advocaat van Al J.

Het Hof besloot maandag bovendien dat nog een derde deskundige zal worden gehoord. Het gaat om onderzoeker Bas van den Heuvel die camerabeelden van het cellencomplex heeft geanalyseerd en door middel van geavanceerde technieken zegt te kunnen bewijzen dat er al veel eerder op de avond van de brand rook uit het gebouw kwam. Het Nederlands Forensich Instituut (NFI) heeft hierop gereageerd en gezegd dat het de methode van Van den Heuvel niet kan bevestigen. Ontkrachten kan het NFI de resultaten ook niet.

Buiten op de gracht staat ook letselschadeadvocaat Lionel Lalji. Hij behartigt de belangen van tien overlevenden en eist schadevergoeding. Niet van Al J., maar van de Nederlandse staat. Een civiele procedure is hij nog niet begonnen. Wel schreef hij een brief aan de landsadvocaat. „Afhankelijk van zijn reactie begin ik een procedure of niet.”

En dan is er nog het rapport van de rechtspsychologen Peter van Koppen en Willem Wagenaar. In opdracht van het hof onderzochten zij de verklaringen van Al J. Wagenaar liet maandagavond in het tv-programma Nova weten dat die verklaringen wat hem betreft „niets waard” zijn. Probleem volgens Wagenaar is dat Al J. bij het ontwaken uit zijn coma in een soort delirium verkeerde. Alle informatie die hij toen kreeg, zou hij hebben kunnen opvatten als echte herinneringen die zich „in zijn geheugen zijn gaan nestelen”. Wagenaar: „Hoor je hem dan anderhalf jaar later, dan kun je er niet van op aan dat het echte herinneringen zijn.”

Al J. zat er tijdens de eerste zittingsdag ogenschijnlijk ontspannen bij. Af en toe maakt hij grapjes met zijn tolk. Tijdens de pauzes snelt hij naar buiten: naar zijn vrienden uit het cellencomplex. „Ik heb verder niet veel vrienden hier”, zegt hij.