De troetel-expat in te grote laarzen

‘Patachuma, Anna en Roberto!” schreeuwt Pablo, „tijd voor de veiligheidsbespreking!” Terwijl ik over de steiger het Doktersvandewereld-huis binnen loop, tikt hij ongeduldig tegen een stoel. Na een tien uur durende boottocht kwam ik vanmiddag aan in het jungledorpje op palen in de rivier, waar ik het komende half jaar met mijn Colombiaanse teamleden zal wonen. „Morgen stipt zes uur vertrekken we op brigade naar Pueblo Nuevo”, begint Pablo, de stuurman. Hij pakt een krijtje en tekent de route op het bord. „De rivier staat droog, dus het is zeker negen uur reizen, waarvan we de helft zullen moeten duwen.” Ik tik de hakken van mijn laarzen tegen elkaar. Maat 41 was de kleinste maat op voorraad, maar met wat sokken in de punten zitten ze prima. Joggingbroek, Doktersvandewereld-T-shirt erboven, haar in mijn pet gepropt: hip Bogota lijkt heel ver weg. Hier, in de jungle tussen de mannen, hoor ik! „Ik duw ook mee, hoor”, zeg ik met mijn laagste stem, maar Pablo schudt zijn hoofd. „Genoeg onzin.” Hij loopt naar het bord en geeft met letters aan waar de gewapende groepen zitten: P (paramilitairen), G (guerrilla), L (leger). Patachuma (Gekookte Banaan), de indiaanse verpleegkundige, wijst naar een kruising. „De guerrilla schijnt zich vanaf daar te verplaatsen richting leger.” „Risico dat we in een gevecht terechtkomen, is klein. Geen reden de brigade af te blazen. Tijd om de RDS te kiezen.” Roberto, ook arts in het team, buigt zich naar me toe: „De Referente De Seguridad is het aanspreekpunt voor gewapende groepen. Belangrijk is dat om consequent onze neutraliteit te bewaken. De guerrilla eist vaak medische hulp, maar we helpen alleen burgers. Behalve als iemand in levensgevaar is en ontdaan van wapens of militaire kleding.” „Dus éérst ’t uniform uit, dán pas reanimeren”, gniffelt Patachuma. „Genoeg onzin”, onderbreekt Pablo. „Wie wordt RDS?” Het angstzweet breekt me uit bij het idee alleen al een guerrillacommandant te woord te moeten staan. En tegelijkertijd groeit een onbedwingbare behoefte „Ja! Ik!” te roepen. Op mijn netvlies verschijnt een kraakhelder beeld: Anne Hermans, onschendbaar door ons magisch neutrale logo op T-shirt en pet, staat onwrikbaar met onze vlag in de hand. Angst is een zinloze emotie! In de heldere no-nonsense taal, waar zowel guerrilla als leger vatbaar voor zijn, zal ik eenieder wijzen op de internationale overeenkomsten. Ik spring opgetogen op, „Si! Yo!”, wil een stap zetten, maar struikel over mijn laarzen. Behendig vangt Patachuma me op, terwijl Pablo en Roberto onder de tafel liggen van het lachen. „Wat dacht je zelf, Anna Loca (gek)?” hikt Pablo, „Je kent de veiligheidssituatie en de jungle niet. Je Spaans is onverstaanbaar...” Patachuma aait meewarig over mijn bol. „En we laten onze troetel-expat toch niet in de armen van een guerrillacommandant vallen? Pablo, lul. Regel eens kleinere laarzen voor ons prinsesje!”