De moskee was de radicalen beu

De moskee van een gewone stadskampong in Surabaya werd overgenomen door ‘vreemde types’ met baarden en computers. Tot de islamitische buurt er genoeg van kreeg.

Met een brede glimlach deed meneer Suparno gisteren het licht van de moskee uit. Na een conflict van twee maanden is hij zojuist door zo’n honderd buurtbewoners gekozen als de nieuwe baas van de Al Ihsan Sibilillah-moskee. Gekleed in sarong, batikhemd en zwarte muts, laat hij zijn vieze voeten zien: de moskee was al een tijd niet schoongemaakt. De trap naar de tweede verdieping is nog afgesloten met een groot stuk golfplaat.

Op die verdieping logeerden de vreemde bezoekers waar de moskeeruzie om begon. De mannen met baarden en broeken tot de kuit. De ‘Al-Qaeda-types’, zoals een buurtbewoonster hen omschrijft. „Ik steunde het protest daartegen heel erg”, zegt meneer Suparno. „Want die groep maakte veel mensen bang.”

De kampong Sidotopo in de Oost-Javaanse havenstad Surabaya heeft zijn moskee terug. Dankzij een buurtopstand waarbij de moskee zelfs twee dagen werd gesloten.

Het gebeurt niet vaak dat de tolerante Indonesische moslims in opstand komen tegen islamitisch radicalisme. Maar wel hier in Sidotopo, een heel gewone stadskampong, waar huis en straat vanzelf in elkaar overlopen en iedereen alles van elkaar weet.

„Ik was heel verbaasd, want ik heb nog nooit van zoiets gehoord”, zegt Abdul Hafid, de lokale secretaris van de raad van islamitische geestelijken MUI, die optrad als bemiddelaar. „De samenleving hier werd geprovoceerd en daar hebben ze tegen geprotesteerd. Dat mag, natuurlijk.”

Al drie jaar geleden begon de Al Ihsan-moskee vreemde gasten te ontvangen, vertelt het vorig jaar herkozen wijkhoofd Budi Purwanto. Op een kleed voor zijn huis ontvangt hij de mannen uit de buurt voor een gesprek over de kwestie. Zijn vrouw serveert gebakken banaan, hij jaagt af en toe een rat weg of werpt een blik op zijn blackberry.

Hij vertelt dat de onbekende bezoekers werden uitgenodigd door de toenmalige baas van de moskee, ene Umar Ibrahim. „Ze waren gewoon heel vreemd en gesloten. Ze hadden allemaal rare activiteiten, met computers en schotelantennes”, zegt Budi. Maar het fijne weet hij er niet van, want de meeste buurtbewoners mochten de bijeenkomsten op de tweede verdieping niet bijwonen. „Meneer Umar zei dat de moskee van hem was”, zegt Budi.

Over de vreemde bezoekers doen in de buurt wilde verhalen de ronde. „Ze gebruikten de moskee als een soort basecamp”, zegt een bewoner die anoniem wil blijven. Mevrouw Haji Nurhayati, wier zoon naast de moskee woont, zegt: „We waren bang dat ze daar bommen maakten. Want ze zagen er hetzelfde uit als de mensen die al die aanslagen hebben gepleegd.”

Die verdenking werd een aantal jaar geleden aangewakkerd toen de straat opeens vol met politie stond, vertelt buurthoofd Budi. De zoon van Umar Ibrahim zou meegenomen zijn ter ondervraging, omdat hij onderdak verleend zou hebben aan de bekende terrorist Azahari Husin, die in 2005 werd doodgeschoten door de politie. Meneer Umar houdt de deur gesloten, al vertellen de mannen die voor de deur hangen dat hij thuis is. „Het zijn heel gesloten mensen.” Bij de bijeenkomst voor de verkiezing van de nieuwe moskeeleider kwam hij niet opdagen.

Maar het vreemde bezoek was niet het enige dat de buurt op stang jaagde. Sinds dit jaar nodigde de moskee elke maand de radicale geestelijke Abu Bakar Bashir uit om te preken. Hij wordt door velen beschouwd als het brein achter de grote bomaanslag in Bali in 2002, maar is in sommige kringen toch populair. Bashir werd in 2005 als samenzweerder tot dertig maanden gevangenisstraf veroordeeld maar begin juni 2006 weer vrijgelaten.

Als Bashir kwam, werd Sidotopo overspoeld door bezoekers van buiten, en door politie die al die bezoekers in de gaten hield.

Maar veel buurtbewoners vonden Bashir te radicaal en ergerden zich aan de preken die door de luidsprekers van de moskee schalden. Niet eens zozeer vanwege Bali of omdat hij zei dat ongelovigen slecht zijn. Maar omdat Bashir bijvoorbeeld zei dat het haram, verboden, was om te stemmen. Buurtbewoners zouden de verjaardag van de profeet Mohammed niet mogen vieren, stond op pamfletten die hij verspreidde, want dat hoort niet bij de rechtlijnige islam die hij predikt. En helemaal boos werd de buurt toen een verwante geestelijke riep dat iedereen die voor de overheid werkt een kafir, oftewel een ongelovige is. „Ze zeiden dat wij alles fout doen”, zegt buurthoofd Budi. „Maar wij vonden: jullie hebben jullie geloof, wij het onze. Jullie moeten ons niet dwingen.”

De kwestie escaleerde eind juni, na een gesprek op het politiebureau waarin meneer Umar bleef weigeren het leiderschap van de moskee op te geven. Die nacht gingen honderden buurtbewoners naar het gebedshuis om te eisen dat hij aftrad. Ze gooiden met de blikken waarmee ze jarenlang geld voor de moskee hadden ingezameld, vertelt Nurhayati. Zelf schreeuwde zij ook mee: „Gooi ze eruit!” De volgende dag grendelde buurthoofd Budi de moskee af.

Op internet verscheen meteen het bericht dat „de moskee in Sidotopo gesloten is”. Dat ligt extreem gevoelig, zegt Budi. „Het wordt onmiddellijk uitgelegd als een actie tegen de islam. Wij zijn bang dat het woord ‘sluiten’ ons een slecht imago geeft.” Inderdaad kreeg de buurt meteen bezoek van de islamitische knokploeg FPI: het Front ter Verdediging van de Islam. Na enige uitleg dropen ze af. Budi: „Dit is geen religieus probleem. Het ging om vrede en veiligheid in deze buurt.”

Tot slot pakten de vreemdelingen hun boeltje. De preken van Bashir werden afgeblazen. De moskee ging na twee dagen weer open, voorlopig alleen om te bidden. En meneer Umar mag alleen nog het vrijdaggebed leiden.