Chips bespieden ons

Het duurt nog een jaar of tien, dan is de radio frequency identification chip (RFID-chip) alomtegenwoordig in Europa, voorspelt de Europese Commissie. Miljarden diensten en apparaten in miljoenen huishoudens zijn dan voorzien van deze elektronische versie van de streepjescode. Met dit verschil dat de RFID-chip, die een radiografisch signaal met gegevens afgeeft, informatie verstrekt over de eigenaar van het artikel waar hij in zit.

De toekomst is al aangebroken. In Nederland zijn de ov-kaart en het biometrisch paspoort van zo’n chip voorzien. De bonuskaart van Albert Heijn houdt bij wat de klanten zoal voor boodschappen doen, zij het niet via een chip.

Als we nog weer een jaar of tien verder zijn, zullen talloze goederen via hun RFID-chips deel uitmaken van een ‘internet van dingen’, dat ongekend ver reikt. Op dit met het wereldwijde web verbonden netwerk zullen behalve computers, gps-systemen en andere digitale hulpjes, allerhande spullen onderling verbonden zijn, van huishoudrobots als ‘slimme’ koelkasten met dito verpakkingen voor levensmiddelen, tot persoonlijke gebruiksartikelen en middelen van vertier en vervoer. Samen houden de dingen bij wat hun gebruikers doen.

Het is allemaal bedoeld om het leven gemakkelijker te maken. Servicebeurten komen vanzelf, boodschappenlijsten worden overbodig, er wordt van a tot z op ons gepast. Als het aan het RFID Platform Nederland ligt, gebeurt dat automatisch. Alleen als iemand uitdrukkelijk te kennen geeft dat niet te willen, wordt de chip gedeactiveerd. Dit om „het RFID-systeem tot volle wasdom te laten komen”. Alsof de mensen het RFID-systeem dienen, niet andersom.

Nu al houden de chips vele consumenten in de gaten zonder dat die daarom vroegen. Want het is niet verplicht om een klant te vertellen dat er een chip in een artikel zit. En het is onduidelijk wat een bedrijf eigenlijk mag achterhalen over zijn klanten en wat privé moet blijven.

De chip is niet uitsluitend 1984-achtig bedreigend, soms is big brother een behulpzame knecht. Veel huisdieren zijn gechipt en zodoende virtueel verbonden met hun bazen. Lopen ze weg, dan vind je ze gemakkelijker terug. En in vele winkels zorgt een elektronisch beveiligingssysteem ervoor dat er een pieptoon klinkt als er een winkeldief de uitgang neemt. Maar zij die menen dat de opmars van de chip hun niet uitmaakt omdat ze niets te verbergen hebben, schrikken zich wild als ze horen wat er over hen bekend is dankzij de gegevens op die chip: dat was nu ook weer niet de bedoeling.

De ontwikkeling van de RFID-chip zal doorgaan. Maar voor het ‘internet van dingen’ zijn beslag heeft gekregen, is er nog tijd om, bij voorkeur op Europees niveau, te regelen dat de aanschaf van een gechipt apparaat automatisch de vraag oproept of de klant de chip wenst te activeren. Die klant kan dan ‘nee’ zeggen. Zonder consequenties, zonder uitleg, zonder registratie.