China snijdt in zijn eigen vingers

De binnenlandse problemen van China zorgen voor een stijging van de olieprijzen in de wereld. China koopt meer ruwe olie en produceert meer benzine dan het nodig heeft. Een deel van de reden daarvoor is het terugdringen van de werkloosheid op olieraffinaderijen. Om sociale en politieke problemen te voorkomen die het gevolg zijn van banenverlies, jaagt China de grondstoffenmarkt aan.

De Chinese benzinevoorraden zijn in juni met 7,7 procent gestegen. Dit betekent dat het land, dat de op één na grootste olieconsument ter wereld is, niet alle benzine gebruikt die het produceert. Toch blijven de raffinaderijen draaien, waardoor de productie in juni met 6 procent is gestegen naar een recordniveau van 7,77 miljoen vaten per dag.

Eén reden voor deze buitensporige productie is de wens om banenverlies tegen te gaan. De Chinese regering heeft onlangs de ‘zeer ernstige’ werkgelegenheidssituatie erkend, door te signaleren dat eenderde van de onlangs afgestudeerde universiteitsstudenten zonder werk zit. Dus zelfs nu nieuwe, efficiëntere raffinaderijen in productie komen, blijven de oudere raffinaderijen in bedrijf, ondanks het feit dat ze in sommige gevallen niet langer nodig zijn om aan de vraag te voldoen. Het vermogen om geraffineerde producten te verkopen tegen door de overheid vastgestelde prijzen, die in juni eveneens een recordniveau hebben bereikt, moedigt de overtollige productie verder aan.

De Chinese voorraden aan ruwe olie zijn in juni licht gedaald ten opzichte van hun recordhoogte in mei, maar veel minder dan de stijging van de voorraden van geraffineerde producten, wat erop duidt dat de onevenwichtigheid voortduurt.

Hoe dan ook heeft het hamsteren van ruwe olie en geraffineerde producten als bijkomend voordeel dat de Chinese gevoeligheid voor de dollarkoers wordt gedekt. De grootste bezitter van Amerikaanse staatsobligaties heeft al zijn zorgen uitgesproken over de mogelijkheid dat inflatie of andere Amerikaanse economische factoren de obligatiekoersen of de dollar ondermijnen.

Dat is waarschijnlijk een minder belangrijke factor dan het dringende werkgelegenheidsprobleem. Als China meer ruwe olie blijft kopen dan het nodig heeft, kan dat de olieprijs omhoog stuwen. Dat kan op zijn beurt weer leiden tot een vertraging van het economisch herstel en het achterblijven van de werkgelegenheidsgroei elders – waardoor het herstel van China zelf in het gedrang komt van de crisis die de Chinese beleidsmakers proberen te verzachten.

Aliza Rosenbaum

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com