Alle grafische ontwerpen in digitale database

Het Grafisch Design Museum in Breda heeft een digitale Dutch Design Database opgezet. De vraag is, wat is de moeite van het bewaren waard?

Hoe ziet een databank er van binnen uit? Als een ruimteschip, met knipperende lampjes? Als de ruimte zelf, waar de bits en bytes als sterren langs schieten? Het Grafisch Design Museum in Breda is de afgelopen maanden op initiatief van de nieuwe directeur Mieke Gerritzen bezig geweest een Dutch Design Database op te zetten. Dit moet een compleet digitaal archief worden waarin alle Nederlandse grafische ontwerpers van na 1945 vertegenwoordigd zijn. De ontwerpers mochten werk naar keuze uploaden. Het archief telt nu al 240.000 beelden, die voor een groot deel al waren verzameld door het Nederlands Archief Grafisch Ontwerpers (NAGO) en het Reclame Arsenaal.

Met de database en een tentoonstelling wil het museum tonen hoe ingrijpend de beroepspraktijk in zestig jaar is veranderd. Het opvallendste is de verschuiving van drukwerk naar digitaal, van materiaal naar immaterieel. „De kloof is groot”, zegt Mieke Gerritzen, zelf grafisch ontwerper. „Er zijn twee grote verschillen. Als je drukwerk maakt, heb je op een gegeven moment een af product. In de digitale wereld is nooit iets af, je hebt alleen maar nieuwe versies. Dat stelt archieven en musea voor een fundamentele vraag: wat is digitaal erfgoed, wat ga je aanwijzen als het bewaren waard?”

Het tweede verschil is dat door de democratisering van de technologie iedereen een beetje ontwerper is. Iedereen heeft de apparatuur om een website te bouwen of een filmpje te maken. Dus wordt de vraag relevant: hoe bewaart de professional zijn positie in een visuele wereld waar de amateur steeds meer als maker optreedt?

Met grote letters is een mooi citaat van designcriticus Gert Staal geplakt: „Het vak is zozeer in zijn eigen mythe van professionalisering gaan geloven, dat het de essentie van het amateurisme vergat: het onbaatzuchtig zoeken [...] naar vakmanschap zonder applaus, naar uren zonder tarief. De beurt is aan u, liefhebbers.”

Om begrijpelijk te maken hoe zo’n database eruitziet heeft het museum ontwerpers Niels Schrader en Erik Boldt gevraagd er een tentoonstelling van te maken. Een actuele opdracht: het visualiseren van data is een hot item in de vormgeving. In één zaal zijn 17.000 vierkantjes op de wand geplakt met uitsnedes uit het ingeleverde werk. Afzonderlijke ontwerpen zijn niet te herkennen, het is vooral een mozaïek dat een beeld geeft van de explosie aan productie van grafisch materiaal. Een patroon van zwart/witte strepen op de vloer geeft drie tijdslijnen weer, waaronder belangrijke momenten in de grafische wereld (1960: de eerste fotokopieermachine, 1986: Adobe Illustrator).

In de tweede zaal staat een monitor waarop je moet kunnen wandelen door de database. Kennelijk een moeilijke opdracht want ook met hulp van vier mensen van het museum lukt het niet. Irritant, maar ook veelzeggend: leidend in dit tijdperk is niet de professional, en de amateur evenmin, maar de technologie zelf.

Dutch Design Database via: graphicdesignmuseum.nl