Wist je maar wat je zal denken in je laatste uur

Hoe word je gelukkig in drie weken? Vandaag: neem kleine stapjes.

Journalist Arjen van Veelen piekert over de vraag of hij wel alles uit het leven haalt.

Ik schrijf dit op mijn laptop met mijn voeten in het fonkelende water van een zwembad. IJsblokjes rinkelen in mijn cocktailglas. Ik heb de instant-Zen van de zon op mijn vel. De wind brengt vanaf de heuvels de geur van cipressen. Ik hoor het ting ting van geitjes. Op het strand het oogsnoep van mensenlijven. Daarachter de zee, aquamarijnblauw, onbekommerd.

Het is het middaguur op een Grieks eiland. De eerste vakantiedag. Even helemaal weg.

Helemaal? Niet helemaal.

Ineens is er een geniepige vraag uit mijn Samsonite geslopen.

Het is de vraag of ik wel alles uit het leven haal.

Die vraag heb ik niet zelf bedacht. Op weg naar Schiphol zag ik de reclame van een energiedrankje. Get more out of life! Op het vliegveld, bij een laatste sigaret, zag ik de tekst make the most of now! Ik hou niet van reclame in de gebiedende wijs. Maar de vraag laat me niet los.

Hoe haal ik alles uit deze week?

Het duizelt me. Ik moet de ruïnes bezoeken. Bruin worden. Op jeepsafari. Op boozecruise met halverwege een snorkelmomentje. Bungeejumpen. Op de bananenboot.

Het is alsof de vakantie een snel smeltend softijsje is, nu ben ik bang dat ik allerlei moois misloop.

En hoe haal ik alles uit mijn leven? Is het oké als ik maar een beetje uit mijn leven haal? En wanneer kan ik zeggen: zo, klaar, ik heb er alles uitgehaald? Als ik duizend boeken heb gelezen, inclusief Ulysses en Sein und Zeit? Als ik alle landen op aarde heb afgevinkt? Als ik alle paddo’s en pillen heb geproefd?

Ik zie een speedboot passeren en moet denken aan Patrick Lodiers. In een aflevering van het BNN-programma Ramptoerist interviewt hij een Libanees, de eigenaar van een speedboot. Waarom is de partyscène hier zo gaaf in dit oorlogsgebied? „Het is dansen op de vulkaan”, zei de speedbootman. „In Libanon kan elke dag je laatste zijn”.

Aha. Je geniet beter als je de dood voor ogen houdt. Denken aan de dood geeft je scherpte. Dat ken ik. Ooit was het gebruikelijk om op horloges ultima forsan te zetten. Latijn voor: de laatste, misschien. Je laatste uur. Bedenk goed wat je ermee doet.

Ik ben altijd een beetje jaloers op mensen die de dood een keer in de ogen hebben gezien. Niet jaloers op de ellende, maar op het inzicht dat daarna kwam, de catharsis. „Toen hij overleed is er toch wel een lampje gaan branden van je moet alles uit het leven halen”, hoorde ik laatst iemand op de radio vertellen. „Genieten, zeg maar.”

Steeds als ik zoiets hoor denk ik: was het niet mogelijk om dat lampje al eerder aan te zetten? Kan ik geen voorschot nemen op de helderheid die komt als mijn laatste uur geslagen is? Het zou toch zonde zijn als ik dan pas snap wat er echt toe doet. Net zoals het zonde is als je pas ‘ik hou van je’ sms’t als je in een neerstortend vliegtuig zit.

Het probleem is: hier aan het zwembad is de dood ver weg. Ik zie alleen bananenboten.

Peinzend over Patrick Lodiers kom ik bij dat andere BNN-programma, Try before you die. Misschien kan ik daar iets van leren. De presentatoren zijn tenslotte Universalgelehrten op het gebied van alles uit je leven halen.

Ze werkten als hoer. Gingen in een bad vol Baileys. Kloonden hun eigen lul. Pisten op schrikdraad. Aten schapenoog. Faketen een orgasme in een café. Werden levend begraven.

Allemaal heel intens – maar als dit mijn laatste dag is, eet ik beslist geen schapenoog.

Ik nip van mijn cocktail en ik zie een jongen die op Valerio Zeno lijkt. Valerio is de leukste BNN-presentator. Niet alleen vanwege zijn heerlijk stoïcijnse stemgeluid, maar vooral vanwege zijn stoïcijnse achternaam.

Zeno. De Griek Zeno van Citium (333 -262 v.Chr.) was de stichter van het Stoïcisme. Hij was een zakenman die op zijn dertigste door schipbreuk in Athene landde. Daar leerde hij dat je je niet druk moet maken om dingen die onbelangrijk zijn en die je niet zelf in de hand hebt (je imago, je carrière, je dood). Zeno was nogal Zen.

Als mijn laptop nu in het water viel, dan zou Zeno zeggen: maak je niet druk, het zijn maar spullen. En zo dacht hij niet alleen over spullen, maar over het hele leven.

Liefhebbers van de boeken van Zeno bestellen ook het Pocketboekje van Epictetus (50-130), de brieven aan Lucilius van Seneca en de Notes to self van Marcus Aurelius. Allemaal Stoïcijnen, filosofen van rust in je kont. Het antwoord van Stoïcijnen op de vraag ‘hoe word je gelukkig’ is : door onbekommerd te zijn. En onbekommerd word je als je niet van hot naar her rent om alles uit het leven te halen.

Het grappige is dat Stoïcijnen net als Vodafone vinden dat je moet leven alsof elke dag je laatste is. Met dit verschil: ze proberen niet alles uit het leven te halen alsof je één minuut gratis winkelen hebt gewonnen. Ontspan!

Van Seneca hoef ik niet naar de ruïne en niet op de bananenboot. Mijn ziel moet op vakantie, dan heb ik straks iets duurzamers dan een gebronsde huid.

Misschien is het de loomte, maar ik begin een beetje vrede te krijgen met het feit dat ik niet alles uit het leven zal halen. Nooit in Patagonië geweest; nooit Sein und Zeit uitgelezen; nooit tepelklemseks gehad.

De schemering valt. Ik haal nog een cocktail.

De laatste.

Misschien.