Wilde zwijnen bijde landingsbaan

Deze zomer overnacht nrc.next wekelijks in een plaats die je op weg naar je vakantie alleen maar passeert.

De tussenstop wordt eindstation. Vandaag: Weeze.

Het wordt de mooiste dag van deze zomer, zeggen ze op Schlagerradiostation WDR4. En daar komt het kerktorentje van Weeze, een paar kilometer over de Duitse grens bij Venray, al in zicht.

Weeze (spreek uit als: Weetze) is geen trekpleister. Het vliegveld van Weeze wel, vooral door het scala aan Europese budgetvluchten van vliegmaatschappij Ryanair. Dit jaar worden meer dan twee miljoen reizigers verwacht. In Weeze zelf wonen 10.500 mensen, met zo’n twintig verschillende nationaliteiten.

Weeze telt drie kastelen, een dierenpark en cafés met Biergarten. De gemeentelijke slogan is: Weeze lohnt sich. Met uitroepteken.

Donderdag, 12.00 uur

Verdomd. Schlossruine Hertefeld, mijn overnachtingsplaats, is écht een ruïne. Graaf Friedrich zu Eulenburg und Hertefeld, de 23ste in de familielijn, heeft de barokke toren laten restaureren tot een über-romantische locatie met bruidssuite en feestzaal. De rest van het slot uit 1700 heeft geen dak. Gravin Patricia, in een vorig leven stewardess bij Swiss Air, brengt me met baby op de arm naar de safarigele Uilenkamer in de oude stallen. Naast uilenbeeldjes staan er gevulde boekenkasten, houten olifanten als nachtkastjes en een klassiek bad op pootjes. Hausmeister Winkels, een gepensioneerde bankwerker die is opgegroeid in Weeze, zegt dat het leven in het plaatsje „gut” is. Op Hertefeld lijkt het meer: een sprookje.

13.15 uur

Siësta. Weeze ligt plat als ik een plattegrond wil kopen bij het oude kantoorboekhandeltje (1935) van Herr Schörer. In het minicentrum is maar een handvol winkels en restaurants (waaronder vier Italianen). Schörer verkoopt ook als enige speelgoed. Zijn etalage puilt uit van de Playmobil. Verlaten en burgerlijk lijkt heel Weeze even een Playmobil-stadje. Met Gotische belettering.

15.00 uur

Actie! Na een frisse boerensalade bij restaurant Kupferpfanne gaan we naar Kevin’s Pub. Kevin is Kevin Betts, een Brit die bij de militaire politie zat toen de Royal Air Force (RAF) nog een basis in Weeze had. Hij wilde altijd al een pub in Duitsland – ook al drinkt hij niet. Naast zijn kroeg heeft hij een ‘hooihotel’ waar je met groepen in het hooi kunt slapen. Ook verhuurt Kevin kano’s en rafts waarmee je het riviertje de Niers kunt afzakken. Naar café Jan an de Fähr is het zes kilometer peddelen. Onderweg is er van alles te zien. Meisjes die topless zonnen achter een dicht maisveld aan de oever. Een diepblauwe libelle die speelt met haar schaduw op de kano. Boven de bladeren niets dan blauw en de witte strepen van een prijsvechter.

17.15 uur

Op een geleende fiets van graaf Friedrich (met kink in het tandwiel) trap ik naar slot Wissen, even buiten de bebouwde kom. Geen ruïne, maar een gaaf kasteel. Er zijn een bloementuin, een paar ateliers en vooral heel veel dichte deuren, want slot Wissen is net dicht. Op weg naar het bos ligt een uitgestrekt kolenveld. Hier was tussen 1945 en 1948 een kamp van waaruit 230.000 Duitse krijgsgevangenen zijn gerepatrieerd, staat op een bordje. Een kool voor iedere gevangene.

17.30 uur

Wilde zwijnen! Een moeder en haar jong. Ze dribbelen vlak voor me zomaar het bospad over. Links klinkt plotseling geritsel. Nóg twee zwijnen tussen de bomen. Grote jongens. Ik heb twee associaties bij zwijnen. 1) De vluchtende angsthazen uit Asterix. 2) Schuimbekkende monsters met een riant gebit. Deze twee kijken het even aan. Dan passeren ze het pad schielijk achter me langs. Hausmeister Winkels vertelt de volgende ochtend dat een tiental Nederlanders het Wildschweingatter pacht. Om net over de grens vrij te kunnen jagen.

18.00 uur

Ik sta in de pikdonkere zaal van de oude, bijna helemaal dichtgespijkerde Astra-bioscoop bij Airport Weeze. De tekst ‘Aarbruch ntertainment entre’ op de gevel verwijst nog naar de Britse vliegbasis RAF Laarbruch die hier tot 1999 was gevestigd. Rondom staan overal lege barakken en huizen. Het lijkt wel op zo’n spookstad voor atoomproeven in de jaren vijftig. Hier wonen alleen geen testpoppen, maar in een gerenoveerd deel wel een paar honderd Poolse werknemers van een Nederlands uitzendbureau.

19.00 uur

Vliegtuigjes kijken blijft leuk. Op Airport Weeze taxiën ze zo dichtbij dat het schuim op je Schneider Weisse (0,5 liter) bijna trilt. Pal naast het terras brult een toestel met rechtopstaande vleugeltoppen als de handen van een hindoegod. Zij die uitstappen worden toegewuifd als helden. Zij die instappen ook weer. Boven het bos aan de horizon rijst een wilde rookpluim op. Twee veiligheidsbeambten met walkietalkie staan wat lacherig te kijken – dit kan geen vliegramp zijn. „Waldbrand?”, vraag ik. „Ja”, zegt de een. „De brandweer weet alleen niet of het in Duitsland of Nederland is.”

21.30 uur

‘Bei uns wartet der Gast auf das Essen, nicht das Essen auf den Gast’, staat op de menukaart van het Italiaanse restaurant Portofino. Klinkt mooi, maar het wachten duurt lang door een groep Nederlandse bodybuilders op leeftijd die voorgaat. De antipasti is vooral blikgroente met dressing. De gebakken vis is prima. Toe een ijsje van Alpago op de Kevelaerer Strasse.

23.15 uur.

De graaf is nog wakker. Hij heeft wel vijf minuten voor een praatje – het wordt anderhalf uur. „Draagt u een kroon?” is de meest gestelde vraag van Amerikaanse toeristen. „Spookt het op Hertefeld?” krijgt hij ook vaak te horen. Op beide vragen mag hij graag ja antwoorden. De kroon is alleen onzichtbaar, het spook een vroegere gravin die haar kind zou hebben vermoord. „Het is volle maan, dus ik weet zeker dat ze er nu is, ha ha ha.”

Ze zeggen dat het de mooiste dag van deze zomer was, schrijf ik de volgende ochtend in het gastenboek. Ik was blij dat ik die dag in Weeze was.

Lees meer informatie op www.weeze.de