Van student tot een medaillewinnaar

De helft van de roeiploeg bij de Spelen in 2008 begon pas in hun studententijd met roeien. Tijdens de introductieweken gaan de verenigingen weer op zoek naar toekomstige toppers.

Het zijn drukke tijden voor de studentenroeiverenigingen. Gisteren zijn de introductieweken voor eerstejaarsstudenten begonnen. Tijd voor de roeiverenigingen om nieuwe leden te werven. In Groningen gaan vijftig leden van roeivereniging Gyas deze week de straat op. „Dat is ons promotieteam voor de KEI-week [de Groningse introductieweek]”, vertelt Anne Bosma van Gyas. Verder staan er informatiestandjes verspreid over de stad. „Ook hebben we roeiboten klaarliggen zodat geïnteresseerden een proefvaart kunnen maken.”

De Intreeweek, de Amsterdamse versie van de introductieweek, begint pas over twee weken. „Maar we zijn al druk bezig met posters ophangen”, zegt Tjarde Soppe, de abactis van het Amsterdamse Nereus. De meeste nieuwe roeiers schrijven zich in tijdens de introductieweek. „Onze vereniging bestaat uit ongeveer 800 leden, elk jaar tijdens de Intreeweek krijgen we er rond de 280 nieuwe leden bij”, zegt Soppe. „Vorig jaar waren er zelfs zoveel inschrijvingen dat we mensen moesten uitloten.”

Roeien is een echte studentensport. Zo begon de helft van de Nederlandse roeiploeg die vorig jaar naar Peking afreisde voor de Olympische Spelen – 32 roeiers inclusief reserves – pas in hun studententijd met roeien. Hoewel een groot deel van de studenten de sport beoefent voor de gezelligheid, groeien sommigen dus uit tot roeitoppers. Maar hoe worden de talenten van de feestgangers gescheiden?

In Amsterdam heeft aan het begin van het nieuwe collegejaar de afroeiperiode. De nieuwe studenten lopen dan zes weken met de ervaren roeiers mee. „Iedereen wordt ingedeeld in een boot met een coach. Vervolgens gaan ze trainen, trainen en nog eens trainen”, zegt Soppe. „Op die manier krijg je het roeien snel onder de knie en maak je snel nieuwe vrienden.” De nieuwelingen gaan niet alleen roeien, maar ook borrelen en feesten. „Het is een heel gezellige tijd.”

Als het roeien bevalt, kunnen de eerstejaarsstudenten zich na de zes weken officieel inschrijven als lid van Nereus. Ze kunnen dan meedoen aan het competitieroeien. De betere roeiers promoveren naar het wedstrijdroeien. „Dan stopt de gezelligheid”, zegt technisch directeur van de roeibond, Koen van Nol. Veel mensen gaan ervan uit dat studentenroeiers alleen maar bier drinken en feesten. „Voor een deel van hen gaat dat inderdaad op. Die willen niet op hoog niveau verder en komen alleen naar de vereniging om te drinken”, aldus Van Nol. „Maar de wedstrijdroeiers krijgen een strak trainingsregime en zitten zes tot acht keer per week in een roeiboot.”

Zo ging dat ook bij Nienke Kingma, die in 2000 als eerstejaarsstudent lid werd van Nereus en acht jaar later olympisch zilver won in Peking. In haar eerste jaar deed ze mee aan het competitieroeien en dronk ze nog een biertje. „Maar als je eenmaal serieus aan het trainen bent, heb je echt geen tijd meer om nog in de kroeg te hangen. Al je tijd gaat op aan het roeien.”

Bij de meeste sporten moet je op jonge leeftijd beginnen om de top te bereiken, dat is bij roeien niet nodig. Kingma begon op haar achttiende, na drie jaar trainen mocht ze al naar de WK onder de 23 jaar. „Roeien is relatief simpel te leren zolang je maar over de juiste fysieke eigenschappen beschikt”, zegt Van Nol. De ideale roeier is lang, heeft een brede spanwijdte van de armen en beschikt over een goede zuurstofopname. „Als je over die capaciteiten beschikt, is het aanleren van de roeihaal eigenlijk eenvoudig.”

Daardoor kunnen roeiers als Kingma, die 1 meter 82 lang is, al snel meedoen aan de top. De meeste studenten houden het strakke trainingsschema van het wedstrijdroeien niet vol, aldus Van Nol. „De roeiers die overblijven, zijn dus echt goed. Uit die groep selecteren wij de allerbesten voor de Nederlandse roei-equipe.”

Kingma eindigde op haar eerste WK als achtste in de vier zonder stuurvrouw. Nadat ze twee keer Nederlands kampioen werd in die boot en in de acht met stuurvrouw een aantal vierde plaatsen in wereldbekerwedstrijden behaalde, werd ze vorig jaar in de acht met stuurvrouw tweede op de Spelen. „Binnen acht jaar tijd heb ik de top bereikt maar daar heeft mijn studie wel een beetje onder geleden.” Kingma, die haar HBO bouwkunde al afrondde en nu aan de Universiteit van Amsterdam bezig is aan de studie planologie, kreeg door het vele trainen fysieke problemen waardoor ze studievertraging opliep. De afgelopen maanden was ze bezig met haar bachelorscriptie. „Die is nu eindelijk af. Maar het was echt lastig omdat ik twee keer per dag weg moest om te trainen.”

Kingma besteedt twee keer twee uur per dag aan de roeitrainingen. Daar komen nog drie kracht- en stabilisatietrainingen per week bij. Hoewel haar studie en de vele trainingen lastig te combineren zijn, gaat Kingma voorlopig door. „Ik wil over drie jaar naar de Spelen in Londen.”